De laatste tijd zijn er vele vragen over Kabbala geweest in het kielzog van Madonna’s bekering. Bestaat er eigenlijk wel een specifiek Joodse mystiek of is het een algemeen fenomeen?
Mystiek is een algemeen religieus streven, dat niet duidelijk gebonden is aan een specifieke religie. Het mystieke streven is voor vele mensen een herkenbare geesteshouding.
Niettemin bestaat er wel degelijk een duidelijk Joodse invalshoek en dus ook een Joodse mystiek.
Joodse mystiek ligt verankerd in het Jodendom, waarin een levende G’d zich manifesteert in de hele Schepping, in Zijn openbaring aan het volk Israël op de Sinaï en in de Tora. Ook het Hebreeuws, de heilige taal, waarin de Tora geschreven is, vormt één van de pijlers van het Jodendom en dus ook van de Joodse mystiek.
Deze taal in al zijn verschijningsvormen – waaronder ook de getallenwaarde-leer Gematria – vormt de sleutel tot de diepste geheimen van de Schepper en de Schepping.
In de beschrijving van de mystieke ervaringen van Joodse mystici uit alle mystieke stromingen nemen deze elementen – van taal tot direct ingrijpen van Boven – een belangrijke plaats in.
Computer: nieuwe dimensie
Bevat de Tora een geheime code?
In de Kabbala wordt hier regelmatig naar verwezen maar het decoderen van Tora-geheimen heeft pas in het computertijdperk een hoge vlucht genomen.
De verklaringsmethode Gematria (lett. getallenwaarde) heeft in rationele kring nooit grote aandacht gehad: het feit dat alle ingrediënten van de Sjabbatviering in het teken staan van het getal zeven werd als interessante wetenswaardigheid aanvaard maar speelde verder geen rol bij de verdieping van het religieuze gevoelsleven.
Kraken
In Israël wordt op verschillende plaatsen hard gewerkt aan het ‘kraken’ van de Tora-codes.
Dr. Moshe Katz en Menachem Wiener van het Technion in Haifa proberen op deze manier de G’ddelijke oorsprong van de Tora te bewijzen.
De Tora-tekst wordt in de computer ingevoerd, in een matrix gezet waarna de computer opdracht krijgt het minimale interval te berekenen tussen de letters van een opgegeven woord of begrip.
De eerste en laatste letter van dat woord definiëren de tekst waarbinnen dan verder gezocht wordt naar gerelateerde waarden en begrippen.
Op deze wijze is het Rabbi Ja’akov Auerbach, linguïst in Jeruzalem, gelukt de Golf-oorlog, de Franse Revolutie, de Holocaust, het Dreyfus-proces, de aanslag op president Anwar Sadat en de AIDS-epidemie terug te vinden in de Tora.
Numerieke waarden
Gematria zet de letters van een woord om in hun numerieke waarde.
Woorden met dezelfde numerieke waarde kunnen elkaar verklaren maar kunnen ook verschillende facetten van een hoger begrip tot uitdrukking brengen.
Zo heet de doodsengel in het Hebreeuws Sama’eel, dat in getallenwaarde 131 is. De naam Eichmann is in getalswaarde eveneens 131.
Daarnaast bestaat de ‘verborgen’ getallenwaarde: de z-klank schrijven we in het Nederlands als ‘zet’. De letters et zijn de verborgen letters van deze medeklinker. Ook deze letters hebben weer een getallenwaarde en een betekenis. Hetzelfde geldt voor het Hebreeuws.
Optelling van de ‘verborgen’ letters van de naam Sama’eel levert het getal 254 op, hetgeen ook exact de getallenwaarde is van de naam Hitler, de drijvende kracht achter de man, die de Endlösung in de praktijk bracht.
De Gematria-methode, die zelfs door de ‘eenvoudige’ verklaarder Rasji (1040 – 1105) her en der gebruikt wordt om problematische Tora-passages te verklaren, wordt door de computer-analyses alleen maar versterkt.
Zo werd er vlak voor de episode van de Zondvloed, aan het begin van het vijfde hoofdstuk Genesis, waar een opsomming van de nakomelingen van Adam gegeven wordt, ontdekt dat daar achttien maal het woord AIDS naast het woord ‘in het bloed’ voorkomt.
Tevens staat daar met de minimale interval-methode het woord ‘dood’ te lezen.
Geen profetieën
Het kraken van de geheime code van de Tora biedt tot op heden echter geen voorspellingen voor de toekomst.
De computer is geen profeet en alleen reeds bekende namen of gebeurtenissen kunnen in de Tora worden teruggevonden.
Als we het woord Sadat in Genesis laten zoeken, vinden we ter plekke ook woorden als parade, complot, moord en het jaartal 1981.
Toeval is bij deze computer-analyses vrijwel uitgesloten.
Dezelfde berekeningen werden losgelaten op de Samaritaanse Tora. Het verschil tussen de Joodse en Samaritaanse Tora-rollen zit in de taalkundige structuur.
Eeuwenlang stonden de Joodse Wijzen voor het raadsel van de vele spellingsafwijkingen die onze Tora voor identieke woorden gebruikt. Zo wordt ‘Menora’ soms met, soms zonder ‘waw’ gespeld.
In de Samaritaanse Tora-rollen zijn die variaties gelijkgetrokken. Elk woord Menora wordt met een waw gespeld. Deze verandering bij de Samaritanen maakt de verborgen codes onvindbaar.
Computer-analyses van de Samaritaanse rollen gaven dus niet die resultaten, die de traditionele Toratekst geeft.
Geloofsversterking
Demonstraties van de bevindingen van de computer leidden bij veel mensen tot een verdieping van hun geloof in de aloude waarden van de Tora.
De aanwezigheid van een gecompliceerde code zou minimaal aantonen dat de Tora niet door mensenhanden geschreven kon zijn.
Bijbelcritici uit de afgelopen honderd jaar “bewezen” hun theorie, dat de Bijbel door verschillende personen geschreven zou zijn, door te wijzen op het feit dat alleen de G’dsnaam Elokiem in het eerste hoofdstuk van Genesis voorkomt.
Pas in het tweede hoofdstuk verschijnt het Tetragrammaton, de vierletterige G’dsnaam.
Computeranalyse toont echter aan, dat de Schepping zowel met de naam Elokiem, dat het strenge recht symboliseert, als met de vierletterige G’dsnaam, die medelijden representeert, ontstond.
Wanneer we vanaf de eerste keer dat Elokiem voorkomt in de Tora telkens 64 letters verspringen, verschijnt het Tetragrammaton (64 is de getallenwaarde van het woord dien = streng recht).
Op deze wijze wordt de uitspraak van onze Wijzen, dat de Schepping een mengsel was van streng recht en barmhartigheid recht gedaan.
De computer toont dus aan dat de Tora door één auteur werd geschreven maar tevens wordt het G’ddelijke karakter van de Tora in het voetlicht geplaatst. Een gewoon mens zou nooit in staat zijn zo’n code in te voeren.
De computeranalyse van de Tora staat nog in de kinderschoenen. Toch zijn de resultaten verbluffend.
Een oude traditie stelt, dat G’d de namen van leidende Rabbijnen van alle generaties al aan Adam verteld heeft. De namen van 150 toonaangevende geleerden zijn reeds opgespoord en verschijnen in de Tora met hun geboorte- of overlijdensdatum.
De kans dat dit “toevallig” gebeurt is één op de miljard… In de hoofdstukken 11 en 12 van Exodus staat de naam van Maimonides (RaMBaM) verborgen, zijn hoofdwerk Misjne Tora (zijn codex) en zijn geboortedatum (14 Nisan 1135).
Basis
De traditionele uitleggingen van onze Wijzen krijgen dankzij de computeranalyse veel meer basis in de Tora-tekst zelf.
Jakob zag de Jakobsladder in een profetische droom (Gen. 28:10 e.v.).
De Talmoed zegt dat Jakob toen op de berg Zion lag.
Met de code 26 (de gematria van de vierletterige G’dsnaam) werd het woord Zion uit de desbetreffende passage gelicht. Jakob verklaart dat op die ‘makom’ (= plaats) G’d in sterke mate voelbaar was.
Opvallend is, dat de vierletterige G’dsnaam gekwadatreerd precies de getallenwaarde van ‘makom’ oplevert (102 + 52 + 62 + 52 = 186).
In de Tora-afdelingen, waarin de vloeken tegen het Joodse volk vermeld staan, verschijnen de woorden Führer, Sama’eel, koning der Nazi’s, Hitler, Sjoa, Auschwitz.
Uit de drie klein geschreven letters in de Esterrol, bij het ophangen van de tien zonen van Haman, rolt het jaartal waarin ook de tien Nazi-beulen werden opgehangen (1946).
De bevindingen van de Israëlische computer-experts werden in Engeland voorgelegd aan de Royal Statistical Society. Geen statisticus kon verklaren waarom deze resultaten wel uit de Tora rolden maar niet verschenen in enige andere tekst.
De afgelopen honderd jaar heeft de wetenschap de religie een stevige knauw gegeven. De mensheid raakte geïmponeerd door nieuwe ontwikkelingen en uitdagingen, die de wetenschap in het vooruitzicht stelde.
Religie werd ouderwets.
De computer is bezig aan te tonen dat er iets bovenmenselijks in de Tora gaande is. Een eye-opener voor ieder, die wil zien.
De plaats van mystiek binnen het Jodendom
Op grond van deze wetenschappelijke vindingen vraagt men vaak welke plaats mystiek inneemt binnen het Jodendom.
Het verschil tussen Joodse mystiek en Joodse religie is analoog aan het verschil tussen religie en mystiek in het algemeen.
Mystiek kan men zien als verbreding van bestaande religieuze beleving. Mystiek probeert door middel van een direct ervaren van het G’ddelijke de heersende traditie te ontstijgen en zo te komen tot een wezenlijk kennen van het G’ddelijke, zonder tussenkomst van een bemiddelaar of hiërarchie van priesters.
Steeds weer blijken grote groepen mensen zich tot de mystiek aangetrokken te voelen. Dit laat zich begrijpen als een zoektocht naar een dieper ervaringsniveau dan alleen de zekerheid van de religieuze leerstelling.
Mystici streven naar een grondige kennis van het G’ddelijke, die rationalisering en verstandelijk denken te buiten gaat. Mystici zijn niet noodzakelijkerwijs anti-intellectueel maar zij zijn geïnteresseerd in de ervaring van het heilige op een manier die intuïtief, direct en intens is.
De diepe en directe G’dservaring, waarin de mens met zijn hele wezen opgaat, maakt veelal deel uit van het mystieke doel.
Mystici treffen vaak in zichzelf iets aan wat ze gemeenschappelijk hebben met het G’ddelijke. Zij wenden hun blik dikwijls naar binnen om te ontdekken dat een aspect van hun wezen of hun hele wezen correspondeert met G’d.
Het is deze verwantschap, die ten grondslag ligt aan het verlangen van een mysticus om een zekere verbintenis met het heilige buiten hem of haarzelf aan te gaan.
Mystiek wordt met andere woorden typisch geassocieerd met de ontwikkeling van zelfbewustzijn, niet als doel op zich maar als een poging om een volmaakte gelijkenis tussen het eigen wezen en G’d te ontdekken.
Diepere kennis
Door mystieke kennis, ‘verborgen wijsheid’, kunnen diepere lagen van het menselijk voelen en denken gekend worden.
Kabbala is de studie van:
- G’ddelijke inspiratie en profetie;
- Wegen om G’d te benaderen en Hem trouw te blijven;
- G’ds uniciteit, Voorzienigheid en wereldleiding – hoe Hij reageert op onze daden in deze wereld door Zijn Attributen van Liefde (Chessed), Strenge beoordeling (Dien) en Ontferming (Rachamim);
- Hoe de mens de wereld kan verbeteren door ge- en verboden uit de Tora na te leven.
Gedisciplineerde leefwijze
Mystieke G’dsdienstbeleving houdt bijna altijd een bijzonder gedisciplineerde leefwijze in. Ook conventionele religie brengt een duidelijke discipline met zich mee maar mystici gaan verder.
Riten en vormen van ethisch gedrag worden gepraktiseerd om het eigen wezen te vervolmaken, hoge bewustzijnsniveaus te bereiken of tot bepaalde ervaringen te geraken.
Deze bijzondere discipline houdt de toepassing van diverse gebedstechnieken in.
Deze technieken kunnen bedoeld zijn om de kennis en het bewustzijn van het G’ddelijke te vergroten of om de relatie tussen het individu en het G’ddelijke te bevorderen.
Bronnen
Uit welke klassieke boeken en geschriften bestaat de Joods mystieke leer?
Vele kabbalisten beschouwen het boek van de Schepping – Sefer Jetsira – als de basis van hun kabbalistische studie.
Sefer Jetsira is gebaseerd op de geheime leer van kosmogonie en kosmologie. Het dateert uit de vierde eeuw n.d.g.j..
Meer bekend is het werk Zohar, die een Kabbalistische verklaring op de Tora is.
De Zohar (lett. Glorie) wordt ook wel de Midrasj van Rabbi Sjimon bar Jochai genoemd.
Sefer Bahir is een moeilijk toegankelijk maar zeer invloedrijk geschrift.
Hierin wordt onder andere de theorie van de reïncarnatie behandeld.
Andere belangrijke kabbalistische geschriften zijn: Pardes Rimmoniem, (1548) en de 32 paden van wijsheid (vertaald in 1642), door Rabbi Mosje Cordovero, en de Hechalot.
Leiding van de wereld
G’d leidt en regeert onze wereld via ontelbare wegen, hogere en lagere spirituele werelden, engelen en constellaties, krachten van heiligheid en onreinheid, natuurwetten en bovennatuurlijke fenomenen.
Elk kennisgebied – wetenschap, landbouw, medicijnen of handlijnkunde – kan volgens RaMbaN (13e eeuw) afgeleid worden uit de Tora.
De Tora, die gegeven werd aan Mosje op de berg Sinaï bestaat uit de Geschreven Wet, de Vijf Boeken van Mosje en de Mondelinge Wet, die (summier) opgeschreven staat in de Talmoed.
Het model van het Joodse mystieke streven
Mystiek probeert het G’ddelijke licht in de Schepping te openbaren.
Binnen het kader van Tenach en Talmoed pogen kabbalisten aan te tonen hoe deze geschriften gegevens uit hogere werelden weerspiegelen.
De mystiekleer wil de eenheid van dit G’ddelijke Licht waarborgen en legt verbanden tussen Hemelse sferen, de verschillende mensaspecten en de vele facetten, waarin Tora en Talmoed tot ons komen.
Op deze wijze wordt de hogere intentie in alles wat wij doen, spreken en denken geopenbaard.
Dit streven naar eenheid bestaat op alle niveaus van Tora en geldt niet alleen tussen de verschillende sferen maar ook binnen iedere sfeer afzonderlijk.
Als voorbeeld van dit laatste kunnen we de Tora-interpretatie zelf onder de loep nemen: alleen die psjat (eenvoudige verklaring) is ‘waar’, die aansluit bij de hogere vormen van Tora – uitleg.
Omdat ‘sod’ de hoogste vorm hiervan is, is de mystiekleer de uiteindelijke toetssteen voor de authenticiteit van iedere uitleg op elk niveau.
Alleen wanneer alle niveaus van exegese onderling in harmonie zijn, kan er sprake zijn van een ‘doorbraak’ van het G’ddelijk licht tot in de laagste regionen.
Dit model ‘van samenhang van hoog tot laag’ kan met heel veel verschillende voorbeelden uit vele ervaringsgebieden worden toegelicht.
Inklikken op hogere werelden
De Kabbala leert ons dat de 613 ledematen en pezen van het menselijk lichaam corresponderen met de 613 geboden.
Tevens komt dit overeen met de 613 afdelingen in de hogere werelden, die allemaal geperfectioneerd en hersteld moeten worden na de zondeval.
Elke ziel heeft zijn oorsprong in de hoogste wereld vlakbij G’d.
Als iemand zondigt, bevlekt hij deze bron, maar ook het daarmee corresponderend lidmaat in het lichaam.
Door boetedoening en tikkoeniem (kabbalistische correcties), zet de mens de bezoedeling recht.
Elke mitsva (gebod) heeft ook een bron en oorsprong in hogere werelden. Als iemand bidt of een mitsva doet – al schudt men slechts een loelav (palmbundel) op het Loofhuttenfeest of ziet men af van roddelen – dan herstelt en perfectioneert men de daarmee corresponderende delen van zijn lichaam, zijn ziel en de hogere werelden, die aansluiten bij deze mitsva.
De mitsva stijgt als energie-eenheid op naar G’d, de Bron van perfectie, en hasjpa’a (de invloed van Boven, bijvoorbeeld een zegen) daalt van G’d af naar deze lagere wereld.
Het geopenbaarde deel van de Tora – de voorschriften en de eenvoudige betekenis van de verzen zoals uitgelegd door onze Wijzen in de Talmoed – is bedoeld voor iedere Jood.
De verborgen wijsheid van de Tora is slechts bestemd voor een select groepje in iedere generatie.
De mens moet zijn daden, karakter en zijn kennis van de Tora eerst verbeteren totdat hij waard wordt bevonden om de geheimen van de Tora te kennen.
Kabbala kan gevaarlijk zijn
“G’ds geheim is voor diegenen die Hem vrezen” (Tehilliem 25:14).
De Kabbalistische wijsheid moet verborgen blijven voor degenen die het niet waard zijn.
“Dit is Mijn Naam om te verbergen” (Exodus 3:15).
Niet iedereen is in staat om de diepe wijsheid van de Kabbala te bestuderen, want dit is niet ongevaarlijk, zeker wanneer men wil overgaan tot het praktisch uitvoeren van Kabbalistische begrippen.
In de veelkleurige Rabbinale praktijk word ik met veel mystieke vragen geconfronteerd:
- Meneer A. heeft een ongeneeslijke ziekte.
- Meneer en mevrouw B. zijn tien jaar getrouwd, maar hebben nog geen kinderen.
- De zoon van mevrouw C. verdween spoorloos.
Deze mensen zochten hulp langs de gebruikelijke weg – doktoren, behandelingen en politie maar niets hielp. Nu zoeken ze hun heil in het occulte. Misschien helpt een amulet waar medicijnen niet helpen. Of een waarzegger waar interpol faalt.
David ontmoette een meisje die hij wilde trouwen. Zijn familie spoorde hem aan om een Kabbalist te consulteren of zij de juiste was voor hem.
Ruben had hevige spirituele ervaringen door transcendentale meditatie. Hij werd religieus en begon te studeren in een Jesjiva. “Maar ik verlang terug naar mijn oude spirituele ervaringen”.
De vraag is dan: is het occulte toegestaan, aanbevelenswaardig, raadzaam of verboden?
Praktische Kabbala verboden
Er zijn ontelbare wegen waarop G’d onze wereld leidt – spirituele werelden, engelen, constellaties, krachten van heiligheid en onreinheid.
Er zijn verscheidene manieren om te proberen de toekomst te beinvloeden of G’ddelijke inspiratie te krijgen:
- Toverij, waarzeggerij, het uitspreken van Heilige Namen, engelen binden met geloften en astrologie: dit is verboden;
- Amuletten schrijven: ook dit is tegenwoordig meestal niet toegestaan;
- Berachot, zegeningen van tsadikkiem, de rechtvaardigen: het is een zeer aanbevelenswaardige praktijk om de nabijheid van ‘gave mensen’ op te zoeken;
- Gebed en zelfverbetering: boetedoening, karakterverfijning, volmaakt geloof, Tora studie, goede daden en het uitvoeren van de mitsvot, voorschriften: dit is de praktijk binnen het traditionele Jodendom.
Vele passages in Leviticus verbieden astrologische magie: “Wendt u niet tot de dodenbezweerders en tot de waarzeggers, tracht niet door deze u te verontreinigen” (19:31).
Hoewel onze Wijzen erkennen, dat astrologen de toekomst zouden kunnen voorspellen, menen zij toch dat zij zich inhoudelijk vergissen bij het uitleggen van de tekenen.
Beschermmazal
Iedereen heeft een mazzal, een speciale ster die hem/haar beschermt (B.T. Sjabbat 53b).
Dit mazzal is in staat tot een hogere perceptie van dingen, die de mens zelf niet eens merkt (B.T. Sanhedrien 94a).
Niet alleen mensen worden beïnvloed door de sterren, er is zelfs geen blaadje gras op aarde dat niet een beschermengel in de Hemel heeft, die het een ’tik’ geeft en zegt ‘groei!’.
Rav Chanina zei : “Israël staat wèl onder invloed van het gesternte”.
Rabbi Jochanan houdt echter vol dat het Joodse volk immuun is voor de invloed van de planeten.
Ook uit een episode van de geleerde Sjemoe’eel leren we dat Israël niet onder invloed van de sterren staat.
Sjemoe’eel en Ablat (een heidense geleerde) zaten eens bij elkaar toen er een aantal mensen langskwamen op weg naar hun werk.
Ablat zei toen tegen Sjemoe’eel: “Die man die daar voorbij gaat, zal niet terugkeren want een slang zal hem bijten en hij zal sterven”.
“Als hij joods is”, zei Sjemoe’eel, “zal hij terugkeren”.
Terwijl zij daar zaten kwam de bewuste man terug.
Ablat stond op en wierp zijn last van hem af en vond daarin een slang in tweeën gesneden.
Sjemoe’eel zei toen tegen hem: “Welke goede daad heb je verricht?”.
“Iedere dag verzamelen wij ons brood en delen het bij het eten. Maar vandaag had één van ons geen brood en hij voelde zich beschaamd. Ik heb hem gerustgesteld met de verzekering, dat ik hem zou ontzien bij het inzamelen van het brood. Toen ik bij hem kwam deed ik net alsof ik brood van hem nam zodat hij niet te schande zou staan”.
“Je hebt iets zeer goeds gedaan”, zei Sjemoe’eel toen tegen hem.
Daarna hield Sjemoe’eel een speech en citeerde de vers: “liefdadigheid redt van de dood” (Spreuken 10:2).
Dit betekent dat het niet alleen redt van een onnatuurlijke dood maar ook van de dood zelf’.
Wanneer men zijn uiterste best doet, is het mogelijk het lot in eigen hand te nemen en onafhankelijk te worden van de voorbeschikking, die in de sterren vastligt.
