We beginnen met het niet vermelden van de “zegen van de regen” volgens de Asjkenazische ritus en het vermelden van de zegen van de dauw volgens de Sefardische ritus op de eerste dag Pesach omdat we vanaf de lente niet meer davvenen (bidden) voor regen. Ook was dit de dag waarop onze tweede Aartsvader Jitschak de beracha (zegen) over onze derde aartsvader Ja’akov uitsprak. Deze zegen memoreren we nog iedere Motsa’ee Sjabbat (uitgaande Sjabbat) in onze gebeden: “Wejiten lecha mital hasjamajim – Moge G’d u dauw uit de Hemel schenken” (Bereesjiet/Gen. 27:9).
In de winter vermelden wij de “kracht van de regen” in de tweede beracha (zegenspreuk) van het Sjemone Esre gebed, ook wel het ‘Achttiengebed’ of Amida (staande gebed) genoemd. Wij danken G’d dan met de woorden “Masjiew haroeach oemoried hagasjem – Hij doet de wind waaien en laat de regen neerdalen”.
Met Pesach begint de lente en langzamerhand ook de zomer. Pesach heet ‘chag ha’aviev – het lentefeest’. Omdat we in de zomer in Israël weinig of geen regen verwachten stoppen we met het vermelden ‘van de krachtige daden van de regenzegen’ en starten we met het vermelden van de zegenrijke invloed van de dauw op onze gewassen.
De Sefardische minhag
Onze geloofsbroeders, de Sefardische joden, vermelden dan in plaats van “Masjiew haroeach oemoried hagesjem – Hij doet de wind waaien en laat de regen neerdalen” de woorden “Moried hatal – G’d laat de dauw neerdalen” in de tweede beracha (zegenspreuk) van het Sjemone Esre van het MOESAF-gebed (het toegevoegde Sjemone Esre gebed) op de eerste dag Pesach ‘s ochtends. Er wordt dan door de gabbai of iemand anders voor het begin van de stille Sjemone Esre van het MOESAF-gebed op de eerste dag Pesach ’s ochtends uitgeroepen “Moried hatal – G’d laat de dauw neerdalen” en iedereen verwisselt dan reeds in de stille Sjemone Esre van het MOESAF-gebed op de eerste dag Pesach ’s ochtends de woorden “Masjiew haroeach oemoried hagasjem – Hij doet de wind waaien en laat de regen neerdalen” door de woorden “Moried hatal – G’d laat de dauw neerdalen” in de tweede beracha (zegenspreuk) van het Sjemone Esre van het MOESAF-gebed.
Geen uitroep voor de stille Sjemone Esre van het MOESAF-gebed
Werd er om welke reden dan ook door de gabbai of iemand anders voor het begin van de stille Sjemone Esre van het MOESAF-gebed op de eerste dag Pesach ’s ochtends GEEN “Moried hatal” uitgeroepen, dan davvenen (zeggen/bidden) alle mensen in de stille Sjemone Esre van het MOESAF-gebed op de eerste dag Pesach ’s ochtends nog steeds de woorden “Masjiew Haroeach oemoried hagasjem – Hij doet de wind waaien en laat de regen neerdalen”.
Pas in de herhaling van de Sjemone Esre van het MOESAF-gebed op de eerste dag Pesach ’s ochtends vermeldt de chazan dan de woorden “Moried hatal – G’d laat de dauw neerdalen” en iedereen begint dan pas met “Moried hatal” in de eerstvolgende Sjemone Esre op de eerste dag Pesach namelijk de stille Sjemone Esre van het Mincha-gebed, het namiddaggebed.
Asjkenazische minhag
Daar de meeste Asjkenazische gemeenten “Moried hatal – G’d laat de dauw neerdalen” niet vermelden in plaats van “Masjiew haroeach oemoried hagasjem – Hij doet de wind waaien en laat de regen neerdalen” in de tweede beracha (zegenspreuk) van het Sjemone Esre bestaat er voor de Asjkenaziem meestal geen duidelijk herkenningspunt om te stoppen met het vermelden van “Masjiew haroeach oemoried hagasjem – Hij doet de wind waaien en laat de regen neerdalen” en vermelden zij “Masjiew haroeach oemoried hagasjem” nog steeds in de stille Sjemone Esre van het MOESAF-gebed op de eerste dag Pesach ’s ochtends.
In de daaropvolgende luide herhaling van de Sjemone Esre van het MOESAF-gebed op de eerste dag Pesach ’s ochtends zegt de chazan dan de woorden “Masjiew haroeach oemoried hagasjem” niet meer, hetgeen gezien wordt als de aankondiging om te stoppen met het vermelden van “Masjiew haroeach oemoried hagasjem” in de Sjemone Esre. De eerste Sjemone Esre voor iedereen waarin geen “Masjiew haroeach oemoried hagasjem” meer vermeld wordt, is dan de Sjemone Esre bij Mincha op de eerste dag Pesach. Voor de rest van de zomer tot einde Soekot zegt niemand meer “Masjiew haroeach oemoried hagasjem” in de Sjemone Esre. Asjkenaziem zeggen over het algemeen niet “Moried hatal” in plaats van “Masjiew haroeach oemoried hagasjem”.
Ik werd erop gewezen dat in de Rödelheim Machzor staat dat in de meeste gemeenten door de chazan “mechalkeel chajiem bechessed” voor de stille Moesaf op de eerste dag Pesach wordt uitgeroepen. Dit heet dan een aankondiging van de verandering van de “vermelding van de krachtige daden van de regen” waarna alle mitpalleliem (occupeerders) ook in de stille Sjemone Esre van de Moesaf “Masjiew haroeach oemoried hagasjem” niet meer vermelden.
Nog enkele halachische vragen en antwoorden naar aanleiding van de overgang van het vermelden van “Masjiew haroeach oemoried hagasjem” naar “Moried hatal” volgende de Sefardische ritus en naar geen enkele vermelding volgens de Asjkenazische ritus:
“birchat hatal” of “tefillat tal” al voor de Sjemone Esre is een aankondiging
1. In sommige Asjkenazische gemeenten wordt de “birchat hatal” of “tefillat tal” al voor de Sjemone Esre van het Moesafgebed uitgesproken. Dit geldt als officiële aankondiging van de nieuwe noesach (gebedsformulier) waarna iedereen, ook in de stille Sjemone Esre van de Moesaf op de eerste dag Pesach met de nieuwe noesach moet aanvangen.
De macht der gewoonte
2. De halacha neemt aan dat wij onze gewoonte van het vermelden van “Masjiew haroeach oemoried hagasjem” pas na minimaal 90 tot 101 keer Sjemone Esre davvenen hebben afgeleerd. Om iedere twijfel bij latere gebeden te voorkomen zou het goed zijn om op de eerste dag Pesach na Moesaf 101 maal (en a posteriori ook 90 maal) als Sefardi te zeggen “Mechaje metiem atta rav lehosjie’a moried hatal”. Ook Asjkenaziem zouden dit kunnen doen om “Masjiew haroeach oemoried hagasjem” af te leren als ze hierbij maar een reservatio mentalis maken dat de woorden “moried hatal” niet bij hun noesach (gebedsformulier) past.
In de negende beracha van de Sjemone Esre: “Veteen beracha”
3. Vanaf Chol hamo’eed Pesach beginnen wij in de negende beracha van de Sjemone Esre (deze begint met de woorden “Bareech alenoe et hasjana hazot) met “Veteen beracha” in plaats van “Veteen tal oematar livracha”. Heeft men dit vergeten te verwisselen en staat men nog in de Sjemone Esre dan gaat men terug naar het begin van de negende beracha en zegt de juiste woorden. Is men al klaar met de Sjemone Esre, dan moet men de Sjemone Esre helemaal opnieuw davvenen (zeggen). Ook hier kan men door 101 maal (en a posteriori ook 90 maal) zeggen van de woorden “kol minee tewoe’ata letova veteen beracha” iedere twijfel bij een komende Sjemone Esre of men de juiste woorden heeft gezegd, wegnemen.
Foutenleer: voor de slotwoorden “Baroech atta HaSjeem”
4. Staat men nog steeds voor de slotwoorden “Baroech atta HaSjeem” van de tweede beracha (zegenspreuk) van het Sjemone Esre en twijfelt men of men “Masjiew haroeach oemoried hagasjem” in de tweede beracha (zegenspreuk) van het Sjemone Esre heeft weggelaten (of weet men zeker dat men het niet heeft weggelaten) dan keert men terug naar het begin van deze tweede beracha en zegt men de juiste formulering.
na de eerste drie woorden “Baroech atta HaSjeem”
5. Staat men al na de eerste drie woorden “Baroech atta HaSjeem” van de tweede beracha (zegenspreuk) van het Sjemone Esre en twijfelt men of men “Masjiew haroeach oemoried hagasjem” in de tweede beracha (zegenspreuk) van het Sjemone Esre heeft weggelaten (of weet men zeker dat men het niet heeft weggelaten) dan zegt men “Lamdenie choekecha” en keert men terug naar het begin van deze tweede beracha en zegt men de juiste formulering.
na de slotwoorden “Baroech atta HaSjeem mechaje hametiem”
6. Staat men al na de slotwoorden “Baroech atta HaSjeem mechaje hametiem” van de tweede beracha (zegenspreuk) van het Sjemone Esre en twijfelt men of men “Masjiew haroeach oemoried hagasjem” in de tweede beracha (zegenspreuk) van het Sjemone Esre heeft weggelaten (of weet men zeker dat men het niet heeft weggelaten) dan keert men terug naar het begin van de Sjemone Esre en zegt men de juiste formulering.
na iets meer dan ongeveer vier weken nauwgezet davvenen
7. Voorgaande geldt alleen totdat men de nieuwe formulering 90 of 101 maal juist heeft uitgesproken. Dit is meestal het geval na iets meer dan ongeveer vier weken nauwgezet goed gedavvend te hebben. Daarna kan men er bij twijfel aan het juiste gebedsformulier van uit gaan dat men de Sjemone Esre op juiste manier gedavvend heeft.
vergeten om “Moried hatal” te zeggen
8. Wanneer men als Sefardi vergeten heeft om “Moried hatal” in de zomer te zeggen dan hoeft men de Sjemone Esre niet over te davvenen (zeggen).
