Sefirat HaOmer – Dag Drie
Tiferet: in Chesed – Harmonie in goedheid
Door: J.J. Rosenfeld
De derde dag van de Omer is Tiferet sjebéChesed
– de harmonie die voortkomt uit liefdevolle goedheid.
Wat is Tiferet?
Het is de schoonheid en het evenwicht die ontstaan wanneer Chesed (geven) en Gewoera (begrenzen/terughouden) met wijsheid worden verbonden.
Het is geen zwak compromis tussen twee uitersten.
Het is een hogere eenheid
– een harmonie
die beide overstijgt.
In tegenstelling tot seculiere of filosofische modellen, die synthese zien als een noodoplossing – iets waarmee men zich slechts achteraf (bedi’eved) tevredenstelt – beschouwt het Jodendom synthese als het ideaal (lechatchila).
Rav HaKohen Kook z”l leert dat harmonie in de spirituele wereld niet het resultaat is van tegenstrijdigheid
– zij is juist het doel zelf.
We beginnen niet met polaire tegenstellingen die we geforceerd samenbrengen.
We beginnen met de mogelijkheid van eenheid, en bouwen daarop verder.
Dat betekent dat verschillen en tekorten geen fouten in het systeem zijn
– ze zijn er wezenlijke kenmerken van.
Dat de één rijk is en de ander arm, dat de één geeft en de ander ontvangt, is geen mislukking van de wereld.
Het is juist de voorwaarde voor relatie.
In een socialistisch of utilitaristisch model zouden we proberen de wereld gelijk te maken
– iedereen gelijkstellen, gebrek opheffen, behoeften elimineren.
Maar in een spirituele samenleving maken juist die verschillen Chesed (goedheid) mogelijk.
Het Chesed van Tiferet is de goedheid die erkent:
Wij zijn bedoeld om verschillend te zijn.
De wereld is geschapen met convexe en concave vormen,
zodat wij op elkaar passen.
Het tekort van de ander is geen fout; het is een
uitnodiging tot verbondenheid.
Jouw behoefte is niet beschamend
– zij is heilig.
Dat maakt geven mooi,
niet alleen noodzakelijk.
Dus als je gefrustreerd bent –
“Waarom begrijpen zij het niet?”
“Waarom moet ik het steeds uitleggen?”
sta dan even stil.
En herinner je:
Dit is lechatchila.
Dit gesprek.
Deze kloof.
Dit verschil.
is het goddelijke plan.
Zoals iedereen die scheikunde heeft gestudeerd weet:
De hele fysieke wereld bestaat dankzij verbindingen.
Geen enkel atoom is op zichzelf volledig.
Pas in samenhang ontstaat leven.
Zo leert Tiferet sjebéChesed ons
de ruimte tussen ons,
de ongelijkheden, de misverstanden
niet te zien als problemen die opgelost moeten worden,
maar als kansen tot verbinding.
En dát is ware schoonheid.
Gedachten om te leren – Dag Drie
De kracht van drie
Sjlomo HaMelech leerde:
“Een drievoudig snoer wordt niet snel verbroken.”
(Kohelet 4:12)
Rasji z”l legt uit dat dit “snoer” verwijst naar een Torageleerde
van wie een zoon en een kleinzoon eveneens Tora leren.
Zodra de Tora over drie generaties wordt doorgegeven,
wordt zij niet gemakkelijk meer losgerukt
– zij verankert zich.
Het derde element geeft niet alleen kracht, maar ook duurzaamheid.
Daarvoor zijn er slechts twee punten.
Een verbinding.
Maar met een derde ontstaat
een keten.
Een patroon.
Een chazaka (bestendigheid).
In de halacha ontstaat een chazaka
– een veronderstelde vastheid –
nadat iets drie keer is gebeurd.
Daarom zeggen we:
“Als je het al drie keer hebt gedaan…”
Het is niet slechts een gewoonte.
Het is een verklaring:
“Dit behoort nu tot de werkelijkheid.”
Deze kracht van drie verschijnt telkens weer in de Tora:
– Avraham, Jitschak en Ja’akov –
naar hen worden wij genoemd als Bnei Jisrael
– Pesach, Sjawoeot en Soekot –
de drie pelgrimsfeesten
– de eerste, tweede en derde Tempel –
waarvan de laatste eeuwig zal zijn, bimhera bejameinu
– Tora Jisrael,
Am Jisrael en
Eretz Jisrael
– de heilige driehoek die ons volk verbindt
En nog dieper:
Het getal drie brengt iets van potentie naar werkelijkheid.
Eén is een vonk.
Twee is spanning.
Drie is oplossing.
Op de derde dag van de Omer erkennen wij daarom de kracht en schoonheid
die ontstaat wanneer drie verschillende, maar verbonden krachten samenkomen.
Dat is Tiferet:
evenwicht,
eenheid,
bestendigheid.
Een tweevoudig snoer is een verbinding.
Een drievoudig snoer is een band.
Werk van de dag – Tiferet sjebéChesed
Oefening:
Geven volgens de Tora
Vandaag gaat het om geven
– maar niet om je goed te voelen.
Niet om een taak af te vinken.
Niet om schuldgevoel te verminderen.
Niet om je zelfbeeld op te poetsen.
Geef volgens de Tora:
Om een tekort in de wereld te herstellen.
De halacha van het geven leert ons niet alleen
hoeveel we moeten geven,
maar ook hoe we moeten geven
– met waardigheid,
nederigheid
en gevoeligheid voor de ander.
Wanneer we geven volgens de halacha,
doen we niemand een gunst
– we doen wat juist, heilig en menselijk is.
Opbouw
Een partner van Hasjem worden
Herzie je hele begrip van geven.
Je geeft niet van jezelf.
Er wordt door jou heen gegeven.
Jij bent de verlengde hand van Hasjem in de wereld.
Je bent de brenger van
Zijn barmhartigheid,
Zijn overvloed,
Zijn genezing.
Geven draait niet om mij
en mijn geld / mijn tijd / mijn energie.
Chas vesjalom.
Het gaat erom een kanaal te zijn.
Een medearbeider.
Een partner in Hasjems project
om de wereld te herstellen.
Wanneer je zo geeft,
wordt jouw Chesed tot Tiferet
– iets moois, evenwichtigs en blijvends.
Het is niet alleen vrijgevigheid.
Het is goddelijke samenwerking.
Kinyan #2 – Ozen sjoma’at
Het luisterende oor
Het is niet genoeg om woorden te horen.
Om de Tora te verwerven moeten we luisteren
– diep, open en nederig.
Je kunt een les bijwonen en alles horen wat de rabbijn zegt.
Maar heb je ook echt geluisterd?
Stond je open om erdoor veranderd te worden?
Luisteren betekent dat iets van buiten
je innerlijke wereld binnendringt.
In de Gemara lezen we niet alleen meningen
– we horen ze.
Sjamaj zei dit, Hilleel zei dat.
En we volgen Hilleel niet alleen omdat hij wijs was,
maar omdat hij werkelijk kon luisteren naar Sjamaj.
Daarom verdiende hij de waarheid.
Daarom noemen we onze geleerden
Talmidei Chachamiem – leerlingen van wijzen.
Want in de Tora is het niet genoeg
een groot intellect te hebben.
Je moet iemand zijn die leert van anderen.
Iemand die luistert.
Iemand die ontvangt.
Je kunt alle academische titels ter wereld hebben,
maar als je alleen je eigen ideeën verkondigt
en nooit echt luistert,
ben je geen Talmid Chacham volgens de Tora.
Misschien ben je een denker.
Maar je bent geen vat.
Rabbi Elazar ben Horkanus z”l zei nooit iets
dat hij niet had gehoord van zijn leraar,
Rabbi Jochanan ben Zakkai z”l.
En toch wordt gezegd
dat hij dingen onderwees
“die nog nooit een oor had gehoord.”
Hoe kan dat?
Omdat hij zo diep luisterde naar zijn leraar,
dat hij een kanaal werd voor de Tora
op een niveau dat anderen niet konden bevatten.
Hij bedacht niets nieuws.
Hij luisterde zo goed,
dat hij onthulde wat er al was,
maar door anderen niet werd gezien.
Kinyan Tora gaat niet alleen over ideeën
– het gaat over de transformatie
die door luisteren ontstaat.
Een manier van luisteren die je laat groeien.
Die je verbindt met iets hogers.
Moge ons de nederigheid en aandacht worden gegeven om echt te luisteren.
Mogen onze oren vaten worden voor de Tora.
