Door: J.J. Rosenfeld
De Hod die voortkomt uit Yesod behoort tot de diepste dimensies van Hod.
Tijdens de hele week van Hod hebben wij vele verschillende facetten onderzocht:
- Hod als weerspiegeling
- Hod als pracht
- Hod als veelzijdigheid
- Hod als vuur
Maar Hod sjebeYesod onthult iets dat nog dieper gaat:
Hoe fundamenten naar buiten toe weerklinken in de wereld.
Wanneer men een zaad neemt en het in de aarde plant, is de vraag niet alleen óf het zaad zal groeien —
maar hóé het zal groeien, afhankelijk van de plaats waar het geplant werd.
Een zaad dat in de Sahara geplant wordt, ontwikkelt zich anders dan een zaad dat op een bergkam wordt geplant.
Een zaad dat in Alaska geplant wordt, groeit anders dan een zaad dat in vruchtbare aarde terechtkomt.
Hetzelfde geldt voor een geheim.
Vertel een geheim aan de ene persoon — en het ontwikkelt zich op een bepaalde manier.
Vertel het aan iemand anders — en het krijgt een andere weerklank.
De omgeving vormt de ontplooiing.
En precies dát is Hod binnen Yesod:
de weerklank van verborgen fundamenten.
Yesod is altijd verbonden met datgene wat onder de oppervlakte ligt.
Het verborgene.
Het wortelstelsel.
Dat deel dat nog niet zichtbaar is.
Soms onthult pas de tijd wat er werkelijk geplant werd.
In tegenstelling tot Netzach sjebeYesod — dat zich richt op volharding en vooruitgang —
gaat Hod sjebeYesod over de resonantie binnen de verborgen diepte zelf.
Het gaat erom zich niet enkel bezig te houden met de uiterlijke structuur van de Tora —
niet alleen met:
- “Dit mag je doen.”
- “Dit mag je niet doen.”
Maar met de innerlijke mechaniek van de werkelijkheid.
Het “Sod” — het geheim — van de Tora.
De verborgen lagen.
De verfijnde spirituele architectuur die onder het bestaan zelf verborgen ligt.
Net zoals wetenschappers atomen, subatomaire deeltjes en kwantummechanica onderzoeken om de verborgen structuur van de fysieke wereld bloot te leggen —
zo nodigt de Tora ons uit om de verborgen mechanismen van de spirituele wereld te ontsluieren.
En wanneer een mens afdaalt in deze diepte, krijgt datgene wat hij uitstraalt een veel diepere kwaliteit.
Niet slechts:
- “Ik wil dat dingen gebeuren.”
Of:
- “Ik wil begrijpen hoe dingen werken.”
Maar eerder:
- “Ik wil een partner daarin worden.”
Er bestaat een verschil tussen iemand die achteloos een zaad in de aarde werpt en iemand die met bedoeling plant.
Zoals in het verhaal van Choni HaMa’agel en de johannesbroodboom —
werkelijk planten is een daad van partnerschap.
En Yesod is diep verbonden met partnerschap.
De Hod die uit Yesod voortkomt, is datgene wat het partnerschap zelf tot ontplooiing brengt.
Want in ware partnerschap geldt:
Ik weerspiegel jou, en jij weerspiegelt mij.
Zoals de Tikkunei Zohar uitlegt over het woord Ahavah — liefde:
Alef.
Heh.
Bet.
Heh.
Een ritme van wederzijdse weerklank.
Een inademing en een uitademing.
Ik weerspiegel mijn liefde naar jou.
Jij weerspiegelt jouw liefde naar mij terug.
En die voortdurende wederzijdse weerspiegeling —
dat is Ahavah.
In de parasja van deze week lezen wij over de Levi’im,
aan wie een machtige dubbele taak was toevertrouwd:
het bewaken van de ingang van de Misjkan
én het zingen bij de Korbanot.
Het Sefer HaChinuch legt uit
dat de Levi’im zowel
poortwachters als zangers waren.
Zij beschermden de heiligheid van de Mikdasj
door erop toe te zien wie binnenging en wie naar buiten ging.
Maar dat alleen was niet voldoende.
Zij moesten ook
zang,
vreugde,
roeach
en inspiratie brengen.
Rav Asher Weiss shelito legt uit
dat ieder Joods huis
een Mikdasj Me’at is — een kleine heiligdom.
En de ouders?
Zij zijn de Levi’im van vandaag.
Zij staan bij de poorten.
Zij weten wat het huis binnenkomt.
Zij weten waar hun kinderen heengaan.
Maar wanneer wij ons alleen richten op het bewaken van de deuren
en daarbij de muziek,
de warmte
en de vreugde in Tora en mitswot vergeten,
dan ontbreekt er iets wezenlijks.
Wanneer een kind enkel hoort:
“Doe dat niet!”
dan ontdekt het misschien nooit
de schoonheid van:
“Doe dit!”
Het zal weten wat het níét moet zijn,
maar nooit ontdekken
waarom het Jodendom mooi is.
Hod sjebeYesod betekent
dat het fundament zelf moet stralen.
Mogen wij de verdienste hebben
huizen op te bouwen met gezonde grenzen,
maar ook met warmte en zang.
Te bewaken met wijsheid en te inspireren met liefde.
