Joods! Tora leren en leven.

Jom Kepoeriem, een dag als Poeriem

In de chassidische en kabbalistische traditie wordt Poeriem gezien als een uitzonderlijk moment waarop een bijzonder hoge G’ddelijke nabijheid zichtbaar wordt — juist door vreugde, eenvoud en het ogenschijnlijk alledaagse.

Rabbeinu Nachman leert dat heilige vreugde een directe toegang vormt tot spirituele niveaus die het verstand alleen niet kan bereiken.

De bekende verplichting om op Poeriem te drinken “totdat men niet meer kan onderscheiden” wordt door hem niet opgevat als louter uitbundigheid, maar als een spiritueel principe:

Wanneer de mens de starre controle van het intellect loslaat, verdwijnt de dualiteit van goed en kwaad als gescheiden ervaring, en kan een eenvoudige, ongekunstelde emuna (geloof) naar voren komen.

Voor hem is Poeriem een levende uitdrukking van zijn centrale leer dat vreugde zelf een weg is naar nabijheid tot G’d en spirituele blokkades doorbreekt.
De verkleedpartijen van deze dag weerspiegelen daarbij de verborgen G’ddelijke leiding — net zoals in het Poeriemverhaal de Naam van Hasjem niet expliciet voorkomt, en toch alles bestuurt.

Vanuit kabbalistisch perspectief legt de Arizal uit dat Poeriem een spirituele hoogte raakt die zelfs boven Jom Kipoer uitgaat.

De naam “Jom Kipoeriem” kan namelijk gelezen worden als “een dag zoals Poeriem”. Daarmee wordt gesuggereerd dat de zuiverheid die op Jom Kipoer door onthouding en ontzag wordt bereikt, op Poeriem wordt bereikt door vreugde midden in de materiële wereld.

Op deze dag wordt een alomvattend G’ddelijk licht geopenbaard — niet door ascese, maar door gezamenlijke vreugde, geven en vieren.

De fysieke mitswot van de dag
— het feestmaal, het schenken van gaven en het ondersteunen van behoeftigen —
zijn in dit licht geen bijzaak, maar juist de vaten waardoor eenheid in de wereld binnenkomt.

Ook de vroege chassidische meesters, in het bijzonder de Baal Sjem Tov, benadrukken dat oprechte, eenvoudige vreugde de scheiding tussen mens en G’d opheft en kanalen van barmhartigheid opent.

In de kabbalistische traditie, zoals die in de Zohar wordt gesuggereerd, openbaart G’ddelijke voorzienigheid zich juist daar waar beneden op aarde eenheid en vreugde ontstaan.

Zo wordt Poeriem een spirituele paradox:

Juist in de verhulling wordt het G’ddelijke het diepst ervaren.

De mitswa van vreugde is daarom niet slechts een gevoel, maar een metafysische daad — het bewuste vertrouwen in G’ds aanwezigheid, ook daar waar die verborgen lijkt, en het vermogen om het gewone leven zelf te veranderen in een plaats van heiligheid.

Cookies Notice

Our website uses cookies. If you continue to use this site we will assume that you are happy with this.