Drie Stadia: Ja’akovs familie, Joods volk, Tora-volk
- Langzamerhand trekt Ja’akovs familie naar Egypte.
- Daar worden zij een Joods volk en verlaten zij Egypte.
- Daarna ontvangen zij de Tora op de berg Sinai en worden zij een Tora-volk.
Deze driedeling wordt door Rabbi Akiva in de Pirkee Avot (Spreuken van de Vaderen 3:14) behandeld:
“Bevoorrecht is de mens, dat hij naar het evenbeeld van G’d is geschapen. Het is een bijzonder voorrecht, dat hij zich realiseert dat hij naar G’ds evenbeeld geschapen is. Er is immers gezegd: ‘Want in een passend beeld maakte G’d de mens'” (Genesis 9:6).
Eigenkennis
Dat wij de manier waarop we geschapen werden, kennen, voegt een extra liefdevolle dimensie toe aan het geschenk van het leven. Wanneer men de waarde van een geschenk niet kent, ontbreekt het aan waardering. De mens wordt zo hoog aangeslagen dat G’d hem bewust maakt van de waarde van zijn schepping (aldus Maimonides (Rambam 12e eeuw), Rabbenoe Jona (13e eeuw), Bertinoro (15e eeuw).
De eerste Misjna (lering) van het derde hoofdstuk van de Spreuken der Vaderen (Pirkee Awot) drukt de mens met zijn neus op het feit van zijn nederig ontstaan:
“Je komt uit een stinkende druppel”.
Rabbi Akiva (2e eeuw) houdt echter de eer van de mens hoog door te stellen dat hij geschapen is naar het beeld van G’d. In tegenstelling tot het vooruitzicht uit de eerste Misjna:
“Je gaat naar een een plaats van stof en verval”, noemt Rabbi Akiva ons iets verderop “kinderen van G’d”.
Het idee hierachter is dat G’d ons als liefhebbende vader wil verbeteren. Daarom sluit G’d verbonden met ons. In plaats van te benadrukken dat we overal rekening en verantwoording voor af moeten leggen, leert Rabbi Akiva ons dat ons een heel dierbaar geschenk gegeven is, de Tora (Bijbel).
De Tora is tegengif tegen de slechte neiging en zal ons op de dag van de beoordeling bevrijden.
Voorgaande slaat op alle mensen. Het feit dat de mens geschapen is naar het beeld van G’d impliceert, dat hij een vrije wil heeft en kan kiezen tussen goed en kwaad (Tiferet Yisro’eil, 19e eeuw).
- Jisra’eel is bevoorrecht, dat zij de kinderen van G’d worden genoemd. Er is immers gezegd: “Kinderen zijn jullie van de Eeuwige, jullie G’d” (Deut. 14:1). Jisra’eel is bevoorrecht, dat hen een kostbare zaak is geschonken, de Tora.
Dit slaat alleen op het Joodse volk. Het Joodse volk verliest het G’ddelijke beeld nooit omdat zij een relatie met G’d hebben als een zoon met een vader.
- Het is een bijzonder voorrecht, omdat zij zich realiseren, dat hun een kostbaar voorwerp is geschonken, waarmee de wereld is geschapen. Want er is gezegd: ‘Want een goede Leer heb Ik jullie gegeven, Mijn Tora, verlaat die niet’ (Spreuken 4:2).
De Tora is de blauwdruk waarmee de wereld is geschapen. Onze Wijzen verklaren op het vers:
“G’d schiep in het begin” (Genesis 1:1) dat de wereld geschapen werd vanwege de Tora die ook het begin wordt genoemd. Ten behoeve van de Tora heeft G’d de wereld en aarde geschapen (zie Rasji’s commentaar op Genesis 1:1).
Het hele universum werd geschapen omwille van de Tora. Omwille van het behoud van de Tora heeft G’d vele verbonden met de mensheid gesloten. Die vele verbonden begeleiden de mensheid in de richting van de Messiaanse tijden.
De Tora is de blauwdruk van de hele wereldgeschiedenis. De verbonden begeleiden ons in de voortgang en uitwerking van het Messiaanse bevrijdingsproces.
Wat is dat verbond, dat ‘beriet’?
Het verbond in de Tora is niet wederzijds maar is een eenzijdige overeenkomst met een individu of een gemeenschap waarbij G’d een bepaalde opdracht geeft of een stuk toekomstige geschiedenis voorspelt.
Met eenzijdig bedoel ik dat hier geen sprake is van wederzijdse instemming (zoals in een contract tussen mensen) maar eerder van een opdracht of belofte van G’d aan de mens waarin de mens zich in principe schikt.
Bij het verbond tussen de stukken bijvoorbeeld belooft G’d Avraham in Genesis 15:8 e.v. dat zijn nakomelingen het land Israel zullen erven en slaven zullen worden in Egypte.
Het verbond in de Tora is er niet duidelijk op gericht om geschillen te voorkomen maar wel om een lijn in de geschiedenis aan te geven tot de eindtijd. G’d heeft vele vormen van contact met de mensen, via werkelijke profetie of een verkapte vorm van profetie (zoals in deze tijd waarin geen werkelijke profetie meer voorkomt maar G’d niettemin gebeurtenissen stuurt).
Elke vorm van omgang met de mens past in het grote plan, dat G’d aan het begin van de geschiedenis voor de mens heeft uitgestippeld. Binnen dit plan neemt de lijn van de Masjiach een prominente plaats in, die overigens voor slechts weinigen kenbaar is. G’d sloot
- een verbond met Adam,
- het verbond met Noach,
- het verbond met Avraham,
- het verbond met Israël,
- het verbond met David
en zegde een nieuwe verbond toe in de profeet Jeremia (hoofdstuk 31).
Het eigene van al deze verbonden is dat de mensheid in een steeds verder voortschrijdende, progressievere vorm van ontwikkeling van de wereld richting de Messiaanse tijden gestuwd wordt.
Alle vermelde verbonden geven een volgend stadium aan van uitbouw van de menselijke geschiedenis richting de Messiaanse belofte.
Elke generatie heeft zijn geestelijke leider gekend met een specifieke opdracht, Adam was perfect als directe schepping van G-d. Het G-ddelijke element hechtte zich aan Adam, droeg hem een aantal basale leefregels (zes van de zeven Noachidische voorschriften maar niet het verbod op het pijnigen van dieren omdat ze nog vegetariers waren) op alsmede de zorg voor het milieu.
Al deze verplichtingen en richtlijnen zijn nog steeds actueel vandaag de dag.
Daarna hechtte het G-ddelijke element zich aan Hevel (Abel), die echter uit jaloezie door Kaïn vermoord werd. In zijn plaats kwam Sjet die de G-ddelijke macht voortdroeg van vader op zoon op kleinzoon tot Noach.
Tot de zondvloed hechtte G-d zich aan individuen. De rest van de mensheid verwijderde zich steeds meer van het G-ddelijke element en wordt ook niet beschreven in de Tora, dat voornamelijk een religieus werk is.
Deze dragers van het G-ddelijke element leefden lang en waren lichamelijk en geestelijk perfect.
Van Noach tot Avraham waren tien generaties. Avraham pakte de G-ddelijke draad weer op, hoewel zijn vader Terach geen contact had met het Opperwezen.
Hij werd het symbool van chessed (naastenliefde) en religieuze ‘outreach’, twee fenomenen die ook tegenwoordig nog uiterst actueel zijn.
Jitschak droeg de traditie verder, terwijl alle andere kinderen van Avraham uit het Heilige Land verdwenen.
Het G-ddelijke element verbonden met een collectief
Uiteindelijk ontstonden uit Ja’akov, de derde Aartsvader, de twaalf zonen die allen stamvader werden. Pas in die tijd verbond het G-ddelijk element Zich met meerdere mensen. Hier ontstond het prille begin van het Joodse volk, dat als collectiviteit met het Opperwezen verbonden bleef.
Ja’akovs familie daalde af naar Egypte. Op vreemde bodem breidde het volk zich enorm uit. Zij werden door een aardse koning (Farao) geknecht als voorbereiding op de dienstbaarheid aan G-d, die zou beginnen bij de berg Sinai.
Het belang van het land Israël wordt duidelijk geschetst in de Tora.
Er zijn twee rode lijnen in Tenach: de belofte van het land Israël en de strijd tegen de afgoderij.
Waarom wordt Israël gezien als de broedplaats voor kedoesja (heiligheid)?
Voor iedere soort planten en dieren zijn verschillende streken beter of juist minder goed. De ene plantensoort groeit beter op een berg en de andere beter in dalen. Sommige vruchten kunnen alleen gedijen in een warm klimaat. Andere groeien beter in een gematigd klimaat terwijl sommige bomen alleen in koude klimaten voorkomen.
Het Joodse volk heeft een goede omgeving nodig om tot groei en bloei te komen. In het land Israël is de G-ddelijke Aanwezigheid sterker vertegenwoordigd dan in de rest van de wereld. Daar kunnen we ons verbinden met het G-ddelijk element en tot de hoogste religieuze ontplooiing komen.
Daar komt de Messias vandaan en daarop zullen alle mensen gericht zijn in Messiaanse tijden.
Profetieën
Ook alle profetieën hadden te maken met Israël. Hoewel de profeten Jechezkeel (Ezechiël) en Daniël buiten Israël geprofeteerd hebben, gingen hun profetieën over het land Israël.
Avraham hoorde van G-d dat het Paradijs waar Adam geleefd had een deel vormde van het land Israël. De spelonk de Machpela waar Adam, Eva en de Aartsvaders en –moeders begraven liggen, ligt in Israël.
G-ds aandacht is constant op Israël gevestigd.
De ruzie van Kaïn en Hevel (Abel) ging over de erfenis van het land Israël. Beiden voelden aan dat men alleen daar met G-d in contact kon komen. Daarom moest Kaïn na de broedermoord weg uit Israël. Hij trok weg van G-d door het verlaten van het Heilige Land.
In Israel broeit de spiritualiteit
Avraham werd door G-d vanuit Oer van de Chaldeeën naar Israël geroepen om daar tot een groot volk te worden.
De strijd tussen Jitschak en Jisjma’eel ging om de band met het G-ddelijke in het land Israël.
Ja’akov verwierf het eerstgeboorterecht van Esau en verwierf daarmee ook het recht op Israël.
Ja’akov werd met zijn vrouw Lea begraven in de spelonk de Machpela.
Mosjee en Aharon profeteerden over Israël in de woestijn. Eigenlijk hoort de Sinai woestijn bij het land Israël, want in de Tora staat dat G-d onze grenzen bepaalt van de Rode Zee tot de zee van de Filistijnen, van de woestijn tot de rivier.
De woestijn van Paran is de zuidgrens, de rivier de Eufraat is de noordgrens.
Tempelberg
Ja’akov had een visioen van de (Jacobs)ladder en besefte dat de berg Moria, waar eerder zijn vader Jitschak gebonden was bij de offerande, de poort van de Hemel was en de plaats van uitwisseling tussen de aardse en hemelse sferen.
Ja’akov roept uit dat de plaats waarop hij geslapen had op de berg Moria, een zeer ontzagwekkende plaats was, waar het G-ddelijk element duidelijk aanwezig was.
Later werd de Tempelberg aangekocht door koning David van Arauna, de Jebuziet.
David en zijn dynastie vormen de speerpunt van de Messiaanse beweging die de geschiedenis voortstuwt naar een tijd waarin iedereen de Hand van G’d kan zien in deze aardse wereld en de totale menselijke geschiedenis.
De invloed van de G-ddelijke Aanwezigheid was zo sterk dat vrome mensen altijd het Heilige Land hebben opgezocht omdat ze daar een hoger niveau vonden.
De profeten Jechezkeel en Daniël in Babylonië en de profeet Jeremia in Egypte richtten hun blik op het Heilige Land. Alleen daar kwam de profetische inspiratie vandaan.
Israël is het zenuwcentrum van de wereld. Het was de bedoeling, dat vandaar uit de hele wereld geleid zou worden.
Na de Babylonische spraakverwarring heeft G-d elk volk zijn eigen land toegewezen. Israël werd het erfdeel van de twaalf Joodse stammen.
Israël kent Sjabbatjaren ter ere van G-d. Het land behoort aan G-d. Daarom mocht het niet voor eeuwig verkocht worden.
G-d schrijft in de Tora een Joodse kalender en tijdberekening voor. Deze kalender werd door het Sanhedrien iedere maand weer opnieuw vastgesteld vanuit Jeruzalem.
Ook geografisch heeft G-d Zijn centrum bepaald in Israël.
De Joodse feestdagen zijn gedeeltelijk afhankelijk van de kalenderindeling, die door het Sanhedrien in Jeruzalem elke maand weer opnieuw werd vastgesteld.
Israël staat centraal in onze gebeden en het hart van Israël wordt gevormd door Jeruzalem, de plaats waar de Tempel stond en offers werden gebracht. Israel wordt het centrum van de wereld in Messiaanse tijden.
Deze belofte van intense G’ddelijke inspiratie is de inhoud van alle profetieën, die de mensheid op weg naar het grote Verbond aan het einde der tijden begeleiden.
De eisen zijn hoog omdat G’ds verwachtingen van de mensheid best stevig zijn. Het verbond met Avraham was de voorloper van het verbond met Israel.
Het volk Israël als collectief werd door de ‘G´d van de geschiedenis’ in het leven geroepen om een belangrijke religieuze rol te spelen in die geschiedenis. Eén volk werd uitverkoren om duidelijk omschreven doelen te bereiken in de historie van de mensheid. Met hen werd om die reden een speciaal verbond gesloten:
“Jullie zijn Mijn getuigen, zo luidt het woord van G´d, en Mijn knecht, die Ik uitgekozen heb” (Jesjaja 43:10) als instrument voor het realiseren van de G´ddelijke intentie in de schepping.
Nu Israël bekend staat als G-ds natie en het volk van de Tora, zijn hun devotie, morele niveau, overleving en levensvatbaarheid ondanks wezenlijke bedreigingen een getuigenis van G-ds rol in de menselijke geschiedenis. In de loop der eeuwen heeft het Joodse volk de gemeenschap der volkeren belangrijke waarden bijgebracht.
Het Joodse volk heeft niet het recht zijn fysieke bestaan, dat het substraat vormt van het uitdragen en praktiseren van de idealen van de Tora, in de waagschaal te stellen.
Het zou duiden op identiteitszwakte en ongeloof aan de eigen roeping om een ‘licht voor de volkeren’ te zijn.
Het Jodendom is op dit moment nog de exclusieve religie van het Joodse volk. Ons voortbestaan achten wij van wezenlijk belang. De jood staat positief tegenover zijn medemens maar bemint evenzeer zijn eigen volk en land.
Om die reden moeten wij onze politieke vijanden serieus nemen. De geschiedenis heeft ons geleerd om bedreiging en agressie niet te geringschatten.
Israels uitverkiezing
G’d koos Avraham omdat hij een bijzonder religieus mens was (dit staat letterlijk in de Tora).
Maar zijn uitverkiezing versterkte ook zijn religieuze karakter waardoor hij in staat was om de religieuze traditie in deze wereld voort te zetten in zijn nageslacht met een heldere visie op de wereldgeschiedenis, waarbij de Schepping een duidelijk begin was, de Tora op de berg Sinai het middelpunt van de hele geschiedenis vormde en de Messiaanse tijd (die binnen ongeveer 222 jaar moet aantreden in het Joodse jaar 6000 (we leven nu in het jaar 5778)) het einddoel vormt.
G’d heeft Israel uitgekozen omdat ze een uiterst krachtige identiteit hadden, hetgeen zich ook in de diaspora van de afgelopen 2000 jaar wederom bewezen heeft. Geen enkel ander volk is het gelukt om een ballingschap van tweeduizend jaar te overleven zonder assimilatie.
Bovendien was alleen het Joodse volk bereid de Tora te accepteren en ook letterlijk te praktiseren.
Eén klein maar zeer religieus volk werd uitverkoren om duidelijk omschreven doelen te bereiken in de historie van de mensheid. Met hen werd om die reden een speciaal verbond gesloten:
“Jullie zijn Mijn getuigen, zo luidt het woord van G´d, en Mijn knecht, die Ik uitgekozen heb” (Jesjaja 43:10) als instrument voor het realiseren van de G´ddelijke intentie in de schepping via de Messiaanse lijn.
G’d heeft het Joodse volk uitgekozen maar eist ook enorm veel van hen. G’d eist een totale toewijding aan de religie, die bestaat uit alle onderdelen van de Tora, van Tenach en de Talmoed en andere basale geschriften en tradities van het Jodendom.
Het Jodendom is voor het Joodse volk het vehikel en het voertuig om de Messiaanse tijden te bereiken. Hierbij zijn de belangrijkste opdrachten het onderhouden van de Sjabbat en de feestdagen, de besnijdenis, het leren van Hebreeuws, de spijswetten (kosjer eten), huwelijksvoorschriften en de reinheid binnen het huwelijk (mikwe), de dagelijkse gebeden en de dagelijkse Torastudie, vele andere voorschriften, het nakomen van de Joodse civiele wetgeving en uiteraard geloof in het Opperwezen als basis voor de dagelijkse religieuze praktijk.
G’d sloot een verbond met Avraham, met het volk Israël en met koning David.
Dit zijn alle drie verschillende stadia in de Messiaanse ontwikkeling van de mensheid met verschillende facetten en accenten.
Het verbond met het Joodse volk is beperkt in die zin dat het aan strenge voorwaarden gebonden is. Niemand kan G’d er van weerhouden het Verbond op te zeggen wanneer Zijn vertrouwen zodanig geschokt wordt dat er niets anders op zit dan het verbond op te zeggen.
Maar dat is tot op heden G’dzijdank niet gebeurt omdat het Joodse volk als geheel grosso modo zijn opdrachten nakomt. Het woord eeuwig in de context van ‘eeuwig verbond’ betekent, dat het verbond nodig is in de context van deze wereld, dwz. deze realiteit van tijd en plaats.
Zodra deze wereld vervangen wordt door een andere realiteit zal ook de aard van het verbond wellicht veranderen. G’d blijft zijn volk – ondanks alle beproevingen trouw. Dat zien we onder andere in de terugkeer van het Joodse volk naar Israel.
Deze terugkeer wordt gezien als een teken van een op handen zijnd Messiaans tijdperk. G’d heeft inmiddels een duidelijk begin gemaakt met Zijn Messiaanse ontknoping door Israel weer te laten bewonen door Zijn volk Israel.
G’ds perfecte wereld
Rabbi Aryeh Kaplan legt uit dat wij in een sterk versnelde tijd leven. De afgelopen 175 jaar zijn wij enorm snel vooruit gegaan qua technologische ontwikkeling.
We leven in een tijd dat geciviliseerde mensen geen oorlog meer tolereren, onrecht en ongelijkheid bestrijden en al het kwaad dat vroeger als onvermijdelijk werd ervaren, proberen uit te bannen.
Waarom zien wij deze plotselinge veranderingen?
Het lijkt er op dat G-d langzamerhand naar de vervolmaking van de menselijke maatschappij toe werkt. Aan het einde van de dagen zal blijken dat net zoals G-d perfect is, ook het universum en de menselijke samenleving in diepste zin volmaakt is.
Dat is het doel van de komst van de Masji’ach. Het grootste probleem dat een religieus mens kan hebben, is de vraag hoe het kan zijn dat G-d, Die zo perfect is, zo een moeilijk te begrijpen wereld geschapen heeft.
De Masji’ach zal duidelijk tonen hoe perfect de wereld in elkaar zit. Het feit dat we het nu niet zien, is te wijten aan onze spirituele blindheid. Onze open zullen geopend worden en wij zullen overal de hand van G-d zien.
Maar kan één man de hele wereld veranderen?
Ja. Hitler was in staat om de wereld aan de rand van de afgrond te brengen. Dan moet dit ook in positieve zin mogelijk zijn.
De Masji’ach moet zeer bijzondere eigenschappen bezitten om het goede in de mensheid naar boven te halen. De Masji’ach zal een afstammeling zijn van koning David.
Maimonides schrijft zeer duidelijk hoe dit allemaal zal plaatsvinden:
“Wanneer er een heerser uit het huis van David opstaat, die intens bezig is met Tora en mitsvot, zoals zijn voorvader David, die bezig zal zijn met zowel de geschreven als de mondelinge leer, en Israël terug leidt naar de Tora, haar voorschriften versterkt en G-ds oorlogen voert, dan mogen wij aannemen, dat hij Masji’ach is. Als het hem lukt om de Tempel te herbouwen op de oorspronkelijke plaats en hij alle verstrooiden van Israël in weet te zamelen, dan is zijn status van Masji’ach zeker geworden” (Jad, Melachiem 11:4).
Maar hierbij zijn geen vaste regels. De Masji’ach kan zich totaal onverwacht openbaren, zoals Maimonides schrijft in zijn Igeret Teman, zijn brief aan de Joden in Jemen. Moderne communicatiemiddelen kunnen voor een directe, wereldwijde openbaring zorgen.
Hoe zal de Masji’ach komen?
Hierin bestaan twee tradities. De ene traditie zegt dat de Masji’ach op wonderlijke wijze zal verschijnen: “Zie! Iemand als een mensenkind zal met de wolken van de Hemel komen” (Daniël 7:13).
Maar er staat in de profeet Zecharja (9:9) dat het ook mogelijk is dat “uw koning tot u komt, nederig en rijdend op een ezel”.
Wanneer wij wonderen waardig zijn, zal de Masji’ach op een Hemelse wijze komen. Als wij geen wonderen waardig zijn, zal hij op een natuurlijke wijze aan ons verschijnen. Andere bronnen lijken echter aan te geven, dat de komst van de Masji’ach een geleidelijk proces zal zijn.
Maar Maimonides stelt in zijn brief aan de wanhopige Joden van Jemen (12e eeuw), stelt, dat de Masji’ach zeer plotseling kan komen zonder waarschuwing vooraf. Ziekten zullen verdwijnen.
Zwaar lichamelijk werk zal niet meer nodig zijn zodat men zich kan wijden aan de hoogste geestelijke perfectie. De Joodse mystiekleer voorspelde dat in het midden van de 19e eeuw een enorme technologische vooruitgang zou plaatsvinden.
Inderdaad staat in de Zohar (1:117a), dat in het zesde millennium de bronnen der wijsheid zullen ontspruiten. Dit is wat wij in onze tijd, anno mundi (Scheppingsjaar) 5778, meemaken. We hebben de industriële en verschillende technologische revoluties meegemaakt.
Dat zou wel eens een aanzet tot het begin van een Messiaanse tijd kunnen zijn. De versnelling en intensivering van internationale contacten leidde tot ongekende technologische en sociale veranderingen en ideologische omwentelingen.
Dit uit zich in verschillende fenomenen. Vrouwen hoeven niet meer met pijn te baren. Mannen hoeven niet meer met zweet op hun voorhoofd geld te verdienen. Alle volkeren zullen de waanzin van oorlog inzien.
Zwaarden zullen worden omgesmeed in ploegscharen, de wolf zal naast het geitje liggen, de gebrokenen van hart zullen genezen worden, vrijheid zal worden uitgeroepen voor allen, die gevangen zijn en zij, die gebonden zijn, zullen worden losgemaakt (Jesjaja 61:1).
Maimonides voorspelt dit allemaal reeds in zijn grote wetboek (Jad, Melachiem 12:1).
Maar aan de andere kant zal de komst van de Masji’ach vergezeld gaan met grote problemen. Onze Wijzen hebben gezegd, dat voor de komst van de Masji’ach grote veranderingen zullen plaatsvinden en de wereld getroffen zal worden door een groot lijden.
De exacte invulling hangt echter af van de wijze waarop de Masji’ach komt. Zal hij ons op miraculeuze wijze verschijnen, dan is het niet ondenkbaar dat deze “barensweeën van de Masji’ach” vermeden kunnen worden. Maar de wereld verandert snel.
De Talmoed voorspelt (B.T. Sota 49b), dat de voorouderlijke tradities geminacht zullen worden. De generaties zullen in verschillende werelden opgroeien, een fenomeen dat wij reeds nu meemaken. En er zijn meer tekenen van een naderend Messiaanse tijdperk.
De Talmoed gaat verder met de stelling, dat regeringen goddeloos zullen worden en men totale minachting zal hebben voor religieuze mensen.
Ongelovigen zullen hun stem verheffen en niemand zal meer respect hebben voor elkaar. Er wordt zelfs voorspeld dat de chotspe (brutaliteit) zal zegenvieren en dat mensen steeds nieuwe dingen willen zien en horen en ontevreden zullen zijn met de oude dingen.
Binnen het gezin zullen mensen elkaar vijandig bejegenen en niemand zal overtreders terecht kunnen wijzen. De Joodse traditie zal hier ernstig onder lijden. De verdeeldheid zal toenemen. Iedere groepering, ook binnen het Jodendom, zal beweren dat zij de wijsheid in pacht hebben.
De waarheid zal moeizaam te vinden zijn. Ouderen worden voor gek versleten wanneer zij niet meedoen aan de waan van de dag.
De rol van het land Israël in de Messiaanse ontknoping
Het land en het volk Israel zijn elkaars partners. De meeste Joden zullen terugkeren naar Israël voor de komst van de Masji’ach. Op dit moment kan dit gezien worden als het begin van een aankomend Messiaans tijdperk.
De Tempel is echter nog niet herbouwd. Doen ook niet-Joden hieraan mee?
Niet-Joden kunnen ook nu reeds worden opgenomen in het verbond met Israel. Het verbond van G’d en Israel is uiterst relevant voor de hele wereld en dus ook voor de niet-Joden.
De Joodse religie is uiteindelijk bedoeld voor iedereen. Het Joodse land wordt een bron van inspiratie voor de hele mensheid. Israël of Jeruzalem zijn heilige plaatsen voor iedereen.
Reeds nu kan iedereen daar zijn spiritualiteit verheffen. In de tijd van de Masjie’ach zal Jeruzalem als hoofdstad van Israël een universele residentie zijn voor alle mensen.
De profeet Jesjaja zei het reeds:
“En het zal geschieden in het laatste der dagen: dan zal de berg van het huis van G-d vast staan als de hoogste der bergen en hij zal verheven zijn boven de heuvelen. En alle volkeren zullen daarheen stromen en vele natiën zullen optrekken en zeggen: Komt, laten wij gaan naar de berg van G-d opdat Hij ons lere aangaande Zijn wegen” (2:2-4).
Chag sameach, ik wens u leerrijke feestdagen van Sjavoe’ot!
