Een feest dat ons leert loslaten
Er is iets bijzonders aan Soekot. Terwijl we het grootste deel van het jaar juist proberen ons leven zo veilig en comfortabel mogelijk te maken, vraagt de Tora ons om voor zeven dagen ons vaste huis te verlaten.
We gaan wonen in een eenvoudige soeka, onder een dak van takken. We zitten tussen de natuur, eten er onze maaltijden en proberen er zoveel mogelijk tijd door te brengen.
Waarom?
Omdat Soekot ons iets wil leren wat in onze moderne wereld gemakkelijk naar de achtergrond verdwijnt: de mens kan veel plannen en bouwen, maar uiteindelijk heeft hij niet alles zelf in de hand.
Dat is geen sombere boodschap. Integendeel. Soekot maakt van dit besef juist een bron van vreugde.
Geschiedenis én natuur
De grote Joodse feestdagen hebben ieder hun eigen karakter.
Pesach brengt ons terug naar de uittocht uit Egypte, naar slavernij en bevrijding. Sjawoeot is verbonden met de landbouw en de eerste oogst van het land Israël.
Maar Soekot verenigt beide werelden.
Het herinnert ons aan de woestijnreis van het Joodse volk én aan het einde van het landbouwjaar, wanneer de oogst wordt binnengehaald.
Geschiedenis en natuur komen samen. Verleden en heden ontmoeten elkaar.
Misschien is dat precies waarom Soekot zo’n krachtige boodschap heeft.
De kwetsbaarheid van een eenvoudig huis
De Tora vertelt dat de Israëlieten na hun uittocht uit Egypte in soekot woonden. Maar wat waren die soekot eigenlijk?
De Talmoed kent twee beroemde verklaringen.
Volgens Rabbi Eliëzer waren het de Wolken van Glorie, die het volk in de woestijn omringden en beschermden. Volgens Rabbi Akiva waren het eenvoudige, tijdelijke woningen waarin de Israëlieten daadwerkelijk verbleven.
De twee verklaringen lijken verschillend, maar vertellen in feite hetzelfde verhaal.
De Israëlieten hadden geen paleizen, geen sterke steden en geen moderne veiligheidssystemen. Toch waren zij niet aan zichzelf overgeleverd.
Daarom is de soeka zo’n bijzonder symbool. Zij beschermt ons, maar laat ons tegelijkertijd zien hoe kwetsbaar die bescherming is.
Wij bouwen – maar wij bepalen niet alles
Het grootste deel van ons leven speelt zich af achter stevige muren.
We bouwen huizen, sluiten verzekeringen af, beveiligen onze deuren en proberen ons tegen zoveel mogelijk risico’s te beschermen. Dat is verstandig. De Joodse traditie vraagt ons juist verantwoordelijkheid te nemen voor onszelf en onze gezinnen.
Maar dan komt Soekot.
Ieder jaar verlaten wij voor korte tijd onze vaste woning en gaan wij onder een eenvoudig dak zitten.
De boodschap is niet: je huis is waardeloos.
De boodschap is: je huis is niet je uiteindelijke zekerheid.
Een mens mag bouwen, plannen en voorzorgsmaatregelen nemen. Maar hij moet weten dat er grenzen zijn aan wat menselijke kracht kan bereiken.
Een dak waardoorheen wij de hemel zien
Misschien is het mooiste onderdeel van de soeka wel het sechach, het dak van natuurlijke materialen.
Het dak beschermt ons tegen zon en regen. Maar het mag ons niet volledig van de hemel afsluiten. Idealiter kunnen we tussen de takken zelfs de sterren zien.
Wat een prachtig beeld.
Wij zoeken bescherming, maar mogen ons niet volledig afsluiten van wat boven ons staat.
De soeka zegt als het ware: Je mag beschutting zoeken, maar vergeet nooit dat er een wereld boven je is die je niet zelf hebt gemaakt.
Daarom is de soeka tegelijk een plaats van veiligheid én van kwetsbaarheid.
Van de woestijn naar de oogst
Soekot kijkt echter niet alleen terug naar de woestijn. Het is ook het feest van de oogst.
De boer heeft geploegd, gezaaid en gewerkt. Hij heeft alles gedaan wat binnen zijn vermogen lag. Maar uiteindelijk kan hij de regen niet bevelen, de zon niet sturen en de groei van een plant niet afdwingen.
Daarom is de vreugde van de oogst meer dan vreugde over menselijke prestaties.
Het is dankbaarheid voor wat ons gegeven is.
Dat is ook de betekenis van de vier soorten – etrog, loelav, hadassim en arawot. Planten uit de natuur worden onderdeel van onze eredienst.
De natuur staat niet buiten onze religieuze ervaring. Zij wordt er juist middenin geplaatst.
Wij trekken de soeka binnen
De soeka is bovendien geen decor voor een paar feestelijke maaltijden.
Gedurende zeven dagen proberen wij er werkelijk te wonen. We eten er, praten er, lezen er en rusten er. De eenvoudige hut wordt voor korte tijd ons huis.
Dat maakt de ervaring veel sterker.
Wij bezoeken de soeka niet alleen.
Wij trekken erin.
Ons gewone huis, waarin we ons normaal gesproken zo veilig voelen, wordt tijdelijk minder belangrijk. Een eenvoudige constructie van wanden en takken wordt het centrum van ons dagelijks leven.
Daarmee verandert ook onze blik op wat een huis eigenlijk betekent.
Vertrouwen betekent geen roekeloosheid
De halacha vraagt overigens niet dat wij onszelf onnodig laten lijden.
Bij hevige regen, extreme kou of hitte, ziekte of andere ernstige omstandigheden zijn wij vrijgesteld zijn van het verblijf in de soeka.
Dat is veelzeggend.
Soekot leert ons vertrouwen, maar geen roekeloosheid.
Een mens zou immers ook zijn eigen huis verlaten wanneer een zware storm het onbewoonbaar maakt.
De Joodse traditie vraagt ons dus niet om onze verantwoordelijkheid uit handen te geven. Zij vraagt ons om te erkennen waar onze verantwoordelijkheid ophoudt en ons vertrouwen begint.
Een boodschap voor onze tijd
Misschien spreekt deze boodschap vandaag sterker tot ons dan ooit.
Wij leven in een wereld waarin technologie ons een enorm gevoel van controle kan geven. We kunnen gebouwen versterken, onze bezittingen verzekeren, voortdurend communiceren en gevaren met ingewikkelde systemen proberen te beheersen.
En toch weten we hoe snel een gevoel van veiligheid kan verdwijnen.
Oorlogen, raketaanvallen, bombardementen en onverwachte gebeurtenissen hebben de afgelopen jaren talloze mensen opnieuw geconfronteerd met een waarheid die we liever vergeten:
absolute menselijke veiligheid bestaat niet.
Voor veel mensen is de bunker of de beveiligde ruimte tijdens een aanval een harde herinnering aan onze kwetsbaarheid. We doen alles wat mogelijk is om onszelf en onze gezinnen te beschermen – en dat moeten we ook doen.
Maar uiteindelijk blijft er een grens aan wat wij kunnen controleren.
Juist daar spreekt Soekot.
Niet met angst, maar met vertrouwen.
Vreugde midden in onzekerheid
Het wonderlijke van Soekot is dat het ons niet vraagt om eerst alle onzekerheid uit ons leven te verwijderen.
Het leert ons juist vreugde midden in de onzekerheid te vinden.
Wij zitten onder een dak waarvan we weten dat het tijdelijk en kwetsbaar is. We vieren de oogst, hoewel we weten dat wij de natuur niet beheersen. We verlaten ons vaste huis, maar ontdekken dat ook een eenvoudige soeka een plaats van geborgenheid kan worden.
En telkens wanneer we omhoogkijken, zien we de hemel.
Soekot leert ons daarmee iets heel menselijks: geluk begint niet pas wanneer alles volkomen veilig is.
Een school van vertrouwen
Misschien is dat uiteindelijk de diepste betekenis van de soeka.
Wij hoeven onze huizen niet te verachten. Integendeel. We moeten goed voor onze huizen zorgen, onze gezinnen beschermen, verstandig plannen en verantwoordelijkheid nemen.
Maar we moeten onze muren niet verwarren met absolute zekerheid.
Een sterk huis geeft veiligheid. Vertrouwen geeft innerlijke rust.
De vraag van Soekot is daarom niet alleen:
Hoe sterk zijn onze muren?
De diepere vraag is:
Waarop vertrouwen wij wanneer onze muren niet meer voldoende zijn?
Dat is geen vraag die alleen in tijden van oorlog gesteld wordt. Het is een vraag voor ieder mensenleven.
Het feest van vreugde
Daarom is Soekot juist het feest van de vreugde.
Wij vieren niet omdat het leven volmaakt en volledig voorspelbaar is. Wij vieren omdat wij weten dat het leven vergankelijk is en dat wij niet alles kunnen beheersen.
We vieren de oogst.
We vieren de natuur.
We vieren het leven.
We wonen in een tijdelijke woning en ontdekken daarin geborgenheid.
En we herinneren ons de woestijn: een periode waarin het Joodse volk geen paleizen, geen vaste steden en geen menselijke zekerheden had, maar toch verderging.
Misschien is dat de grote les van Soekot voor onze tijd:
Wij hoeven niet alles zelf in de hand te hebben om toch met vertrouwen en vreugde te kunnen leven.
Onder het eenvoudige dak van de soeka krijgt die gedachte een tastbare vorm:
Wij bouwen onze huizen met onze handen – maar ons vertrouwen richten wij naar Boven.
