Door: Jisrael Jitschak Rosenfeld
Nu we eindelijk weer met wat meer regen zijn gezegend, volgen hier enkele gedachten over Majiem (water) en de verbinding ervan met Bein HaMetzarim, de Drie Weken.
“Majiem – מים: Het water dat nooit ophoudt te stromen”
Het Hebreeuwse woord מַיִם (Majiem – water) komt meer dan 500 keer voor in de Tora. Dat is geen toeval. Water is veel meer dan iets wat wij drinken – het is een van de diepste symbolen van de Tora, van het leven en van de uiteindelijke verlossing.
Al in het tweede vers van de Tora lezen wij:
וְרוּחַ אֱלֹקִים מְרַחֶפֶת עַל־פְּנֵי הַמָּיִם
“En de Geest van G-d zweefde boven het water.”
(Bereesjiet 1:2)
Nog vóórdat er planten, dieren of mensen waren geschapen, was het water er al.
Onze Wijzen leren dat de Tora met water wordt vergeleken, omdat beide leven schenken.
De profeet Jesaja roept uit:
הוֹי כָּל־צָמֵא לְכוּ לַמַּיִם
“Kom, allen die dorst hebben, kom naar het water.”
(Jesaja 55:1)
De Talmoed (Bava Kamma 17a; Ta’aniet 7a) verklaart ondubbelzinnig:
אין מים אלא תורה
“Water verwijst naar niets anders dan de Tora.”
Waarom juist water?
Omdat water altijd naar beneden stroomt.
Het zoekt niet de hoogte, maar de laagste plaats.
Zo kan ook de Tora alleen wonen in een nederig hart.
Wie zichzelf verheft, sluit zich af.
Wie zich verootmoedigt, wordt vervuld.
Vanaf Rosj Chodesj Menachem Av tot Tisja Be’Av rouwen wij om de verwoesting van de Beit HaMikdasj.
Op het eerste gezicht lijkt alles droog.
De vreugde wordt verminderd.
De muziek verstomt.
Juist in die schijnbare droogte herinnert het woord Majiem ons aan een diepe waarheid:
Onder de aarde blijft het water stromen.
Ook al zien wij het niet, het is er nog steeds.
Zo is het ook met de Sjechina.
De Tempel werd verwoest, maar HaSjem heeft Zijn volk nooit verlaten.
De Midrasj leert dat de Sjechina samen met Israël in ballingschap ging.
Rebbe Nachman leert herhaaldelijk (vooral in Likoetei Moharan) dat wanhoop het krachtigste wapen van de jetser hara is.
Een beek kan over rotsen heen stromen,
eromheen gaan,
of ze langzaam afslijten.
Maar zij houdt nooit op met stromen.
Zo behoort ook een Jood te zijn.
Soms lijkt ons leven vol rotsen te liggen:
- zorgen;
- verdriet;
- ballingschap;
- eenzaamheid.
Maar het water vraagt nooit waarom de rots daar ligt.
Het blijft eenvoudig verder stromen.
Reb Nosson schrijft dat iedere mens – zelfs iemand die zeer diep gevallen is – altijd opnieuw kan beginnen.
Het water van de Tora reinigt en vernieuwt ons voortdurend.
De diepere betekenis van het woord מים
Het woord מים (Majiem ) bestaat uit:
- מ (Mem) – het verborgen water;
- י (Jod) – de Goddelijke vonk;
- ם (slot-Mem) – het water dat uiteindelijk terugkeert naar zijn Bron.
Beide letters Mem hebben ieder de getalswaarde 40.
Samen vormen zij 80, en met de Jod (10) komt het totaal op 90.
Het getal 40 herinnert ons aan:
- de 40 dagen van de Zondvloed – zuivering;
- de 40 dagen op de Sinaï – het ontvangen van de Tora;
- de 40 se’a van een mikwe – geestelijke vernieuwing;
- de 40 jaren in de woestijn – verfijning en voorbereiding.
Majiem draagt voortdurend de boodschap van vernieuwing.
Direct na de droevigste dag van het jaar lezen wij de eerste Haftara van Troost:
נַחֲמוּ נַחֲמוּ עַמִּי
“Troost, troost Mijn volk.”
Waarom?
Omdat na iedere uitgedroogde rivierbedding het water opnieuw gaat stromen.
Onze Wijzen leren dat Masjiach op Tisja Be’Av wordt geboren.
Juist op het diepste punt is de opgang al begonnen.
Dat is het geheim van water.
Je kunt het tegenhouden.
Je kunt het omleiden.
Maar je kunt het niet vernietigen.
Zo kan ook de Joodse ziel nooit worden vernietigd.
Vragen voor de Negen Dagen
Tijdens deze Negen Dagen kunnen wij onszelf afvragen:
- Stroomt mijn Tora als levend water?
- Verfris ik anderen met vriendelijke en bemoedigende woorden?
- Ben ik bereid nederigheid van het water te leren?
- Vertrouw ik erop dat HaSjem ook in de ballingschap bij mij is?
Elke psalm uit Tehilliem, iedere Misjna, iedere bladzijde Gemara en iedere kleine mitswa is als een druppel water.
Eén enkele druppel lijkt onbeduidend.
Maar miljoenen druppels vormen rivieren, meren en oceanen.
De Negen Dagen leren ons niet alleen te treuren om wat verloren ging, maar ook te hopen op wat nog zal komen.
Het water van de Tora droogt nooit op.
Hoewel de Tempel werd verwoest, blijft Majiem stromen—
- in onze huizen;
- in onze Batei Midrasj;
- in onze harten;
- en in onze gebeden.
Met de woorden van de profeet Jesaja stellen wij ons vertrouwen op de toekomst:
וּשְׁאַבְתֶּם־מַיִם בְּשָׂשׂוֹן מִמַּעַיְנֵי הַיְשׁוּעָה
“Met vreugde zullen jullie water scheppen uit de bronnen van het heil.”
(Jesaja 12:3)
Moge het ons gegeven zijn de tranen van rouw tijdens deze Negen Dagen te veranderen in het levende water van de Tora, zodat zij een bron worden van troost (nechama), hoop (tikwa) en uiteindelijk van de volledige Ge’oela, met de spoedige herbouw van de Beit HaMikdasj, spoedig en in onze dagen.
Amen.
