Klinkt dat niet ongeloofwaardig op een dag als vandaag?
Hieronder volgt een drasja.
Door: Jisraël Jitschak Rosenfeld
טוֹב (Tov – goed)
en
אוֹי (Oj – wee)
hebben dezelfde getalswaarde (gematria): 17.
Het leven schenkt jou hetzelfde moment.
Jij beslist of je het “Oj” of “Tov” noemt.
“Vandaag is een feestdag!”
Een drasja voor 17 Tammoez
“Dames en heren, vandaag is een feestdag!”
Wie juist op 17 Tammoez deze woorden hoort, zal zich waarschijnlijk verbazen.
Een feestdag?
Vandaag vasten wij immers.
Vandaag gedenken wij het breken van de stenen tafelen, de bres in de muur van Jeruzalem, het staken van het dagelijkse offer, de ontheiliging van de Tora en het begin van de weg die leidde tot de verwoesting van de Tempel.
En toch wil ik zeggen:
Vandaag is een feestdag.
Hoe kun je dat zeggen?
Bij het gouden kalf zei Aharon:
“Morgen is er een feest voor de Eeuwige.”
(Sjemot 32:5)
De rabbijnen vragen:
Waarom zei Aharon dat?
De Midrasj en de talmoedische commentatoren leggen uit dat Aharon tijd wilde winnen.
Hij hoopte dat Mosje zou terugkeren.
Hij hoopte dat het volk tot bezinning zou komen.
Hij wilde voorkomen dat Israël zich onmiddellijk in de zonde zou storten.
Soms bestaat geestelijk leiderschap niet uit het onmiddellijk oplossen van alles, maar uit het scheppen van tijd voor inkeer (tesjoeva).
Maar zijn plan slaagde niet.
Juist in dit gedeelte ontdekken wij iets opmerkelijks.
17 Tammoez is de dag waarop Mosje Rabbenoe de stenen tafelen verbrak. Op het eerste gezicht lijkt dat de grootste nederlaag. Toch zegt de Talmoed iets verrassends.
In Talmoed Bavli, Sjabbat 87a, staat dat de Heilige, gezegend zij Hij, tegen Mosje zei:
“Jasjer kochacha sjesjibarta.”
“Goed gedaan dat je ze hebt gebroken.”
Hoe kan Hasjem het breken van de stenen tafelen prijzen?
Omdat Mosje begreep:
De stenen tafelen zijn heilig, maar het verbond tussen Hasjem en het volk Israël is nog heiliger.
Liever breken de tafelen, dan dat het hele volk wordt verworpen.
Hier ligt de eerste les van 17 Tammoez:
Soms is juist de breuk een daad van redding.
Volgens de rabbijnse overlevering werden de gebroken tafelen later samen met de tweede tafelen in de Ark van het Verbond bewaard.
Daaruit leren onze wijzen:
Ook het gebrokene bezit heiligheid.
De mens denkt vaak dat alleen het volmaakte Hasjem welgevallig is.
De Tora leert precies het tegenovergestelde.
Zelfs de scherven bewaart Hasjem.
17 Tammoez herinnert ons eraan dat Hasjem niet alleen aanwezig is in onze successen, maar ook in onze breuken.
Daarom is deze dag een mo’eed:
een door Hasjem vastgestelde ontmoetingstijd.
De profeet Zacharia belooft (Zacharia 8:19) dat de vierde vastendag eens zal veranderen in vreugde en feest.
De rabbijnen vragen:
Wanneer?
- Wanneer Israël de waarheid liefheeft.
- Wanneer er vrede heerst.
- Wanneer de Sjechina opnieuw te midden van haar volk woont.
Dan zal blijken dat zelfs 17 Tammoez nooit zinloos is geweest.
Misschien ligt daarin ook de diepere betekenis van Aharons woorden:
“Morgen is er een feest voor de Eeuwige.”
Aharon beschouwde het gouden kalf niet als een feest.
Hij keek voorbij de zonde.
Hij hoopte op de dag ná de tesjoeva.
Precies dat doen wij vandaag.
Wij vasten niet omdat wij alleen het verleden willen bewenen.
Wij vasten omdat wij geloven dat Hasjem de geschiedenis kan veranderen.
Onze wijzen zeggen dat ieder die om Jeruzalem rouwt, zich zal verheugen wanneer hij haar herstel mag aanschouwen (vgl. Talmoed Bavli Ta’anit 30b).
Daarom durf ik te zeggen:
Dames en heren – vandaag is een feestdag.
Niet een feest van eten.
Niet een feest van muziek.
Maar een feest van de waarheid.
Een feest van inkeer.
Een feest van hoop.
Een feest waarop Hasjem de mensen ontmoet die bereid zijn hun gebroken tafelen tot Hem te brengen.
Moge het ons gegeven zijn te beleven dat de woorden van de profeet werkelijkheid worden en dat 17 Tammoez inderdaad verandert in een feest voor de Eeuwige – in waarheid, vrede en de volledige verlossing.
Een fraaie rabbijnse afsluiting is bovendien een betekenisvol woordspel van onze wijzen.
Het Hebreeuwse woord מוֹעֵד (mo’eed) betekent zowel “feesttijd” als “vastgestelde tijd” of “afgesproken ontmoeting”.
In Megillat Eicha (Klaagliederen 1:15) wordt juist in verband met de verwoesting van Jeruzalem eveneens het woord mo’eed gebruikt.
De rabbijnen zien daarin een belangrijke aanwijzing:
Zelfs dagen van oordeel zijn door Hasjem vastgestelde ontmoetingstijden – en daarom dragen zij reeds de kiem van toekomstige vreugde in zich.
Dat geeft aan de uitspraak:
“Vandaag is een feestdag!”
een bijzonder diepe rabbijnse onderbouwing.
