2:12. Rabbi Josee zegt: Laat het vermogen van je vrienden je even dierbaar zijn als het jouwe; richt je erop om Tora te leren, want zij valt je niet als erfenis ten deel; en laat al je handelingen gericht zijn op G’d.
… Laat het vermogen van je vrienden . . . Dit slaat op goede daden; gemiloet chasadiem. Help je naaste te slagen en verheug je over zijn succes. Dit is zeker juist wanneer het gaat over succes in spirituele aangelegenheden (Tiferet Jisra’eel).
…Richt je erop om Tora te leren . . . Iemand kan niet geleerd worden door de verdienste van de studies van zijn vader. Iedereen moet zichzelf serieus inspannen om Tora te leren (Rasjie). Het gaat hier om het menselijke potentieel. Iedereen moet zijn verborgen talenten ontwikkelen. Wanneer dit talent niet gestimuleerd wordt door studie, blijft zijn aangeboren potentieel onderontwikkeld (Rambam). Voordat men Tora gaat leren moet men goede eigenschappen ontwikkelen. Alleen door Tora studie kan men het niveau van chassidoet qua vroomheid bereiken, zoals we geleerd hebben: een onwetend persoon kan niet vroom zijn (Misjna 5). [Vroomheid was de eigenschap van Rabbi Josee (Misjna 8)]. Voorbereiding op Tora studie betekent bereid zijn
om luxe en plezier, wat ons vaak van studie afhoudt, te laten liggen (Rabbenoe Jona).
Men moet zich proberen vrij te maken van elke zorg, die zijn Tora studie zou kunnen storen zoals overmatige zorgen over gezondheid en financiën. De Bijbelse passage ‘Het (de Tora) is de erfenis van de gemeente van Ja’akov’, lijkt te impliceren dat men geen moeite hoeft te doen om Tora te studeren. Toch is dit niet in tegenspraak met onze Misjna. De Heilige Schrift bedoelt hier te zeggen dat de Tora een erfenis is van de gemeente van Ja’akov waarmee de hele gemeente van Israël wordt bedoeld. Iedereen moet er naar streven om zijn eigen persoonlijke deel in de Tora erfenis te bemachtigen (Tiferet Jisra’eel). Als Tora kennis door erfopvolging kon worden verworven, zou iedereen het kunnen doorgeven aan kinderen en kleinkinderen tot het einde van alle generaties. Mosje dacht dat zijn zonen hem zouden opvolgen, toen hij tot G’d zei: ‘Stel een man aan over de gemeenschap die hen voor zal gaan.’ [Numeri 27:16]. Maar G’d antwoordde hem: ‘Neem Jehosjoe’a, een man in wie de geest is en zet hem neer voor de hele gemeenschap’ [omdat hij zich vele jaren
intens had toegelegd op Torastudie en Mosje loyaal gediend had, verwierf Jehosjoe’a het recht om het volk te leiden] [Numeri 27:18] (Avot van Rabbi Natan).
… Laat al je handelingen gericht zijn op G’d. In het vijfde hoofdstuk van zijn “Acht Hoofdstukken”, stelt de Rambam, dat iedereen zijn talenten en energie moet wijden aan het dienen van G’d. Als voorbeeld stelt hij dat het doel van eten, slapen, wandelen en rusten een goede gezondheid moet zijn en niet het bevredigen van de menselijke lusten. Dit betekent echter niet dat men gezondheid moet najagen enkel alleen voor de gezondheid. Men moet gezondheid bewaken, bewaren of nastreven omdat het de mens in staat stelt om G’ddelijke wijsheid te verwerven en goede daden aan te leren om de ziel te vervolmaken (Rambam).
