door Rabbi Dovid Gernetz (met toestemming van de auteur)
Coca-Cola
Coca-Cola is de bekendste frisdrank ter wereld. Bijna twee miljard porties Coca-Cola worden elke dag verkocht in 200 landen over de hele wereld.
De drank, die in 1886 werd gemaakt door apotheker John Stith Pemberton uit Atlanta als middel tegen hoofdpijn en vermoeidheid, en eigenlijk bedoeld was als medicijn tegen hoofdpijn vanwege de cocaïne die het oorspronkelijk bevatte, is uitgegroeid tot een merk dat in de top tien van meest waardevolle bedrijven ter wereld staat, met een omzet van 58 miljard dollar in 2022.
Maar achter het kenmerkende Coca-Cola flesje met de typische witte letters op de felrode achtergrond gaat veel meer schuil dan alleen frisdrank. Door middel van slimme reclamecampagnes is het Amerikaanse bedrijf uit Atlanta erin geslaagd om zichzelf te vestigen als een symbool van de westerse cultuur.
In de lijst van consumptie per hoofd van de bevolking staat Israël overigens op de 13e plaats met 60,9 liter per jaar en Duitsland op de 17e plaats met 45,84 liter.
De cola die in Israël wordt verkocht, is gecertificeerd door het Rabbinaat in Tel Aviv en de “Badatz (Beit Din Zedek) Landau” in Bnei Brak, waar zich ook een Coca-Cola fabriek bevindt. De bovengenoemde Badatz werd opgericht door Rabbi Moshe Landau en is gespecialiseerd in de kosjere certificering van voedingsmiddelen.
In de VS is de OU (Orthodox Union) hiervoor verantwoordelijk. Rabbi Moshe Landau en Rabbi Yerachmiel Morrison van de OU behoren tot het handjevol mensen dat de geheime formule van de siroop kende. Een paar keer per jaar wordt het kosjere Coca-Cola concentraat onder hun supervisie gemaakt en verscheept naar bepaalde Coca-Cola fabrieken waar het koolzuurhoudend wordt gemaakt, gebotteld en verpakt.
Maar hoe is dit drankje kosjer geworden?
Sinds de oprichting van de Coca-Cola Company is het bedrijf gevestigd in Atlanta, Georgia. In de 20e eeuw was Rabbi Tuvia (Tobias) Geffen, een immigrant uit Oost-Europa, opperrabbijn van Atlanta en hoofd van de zuidelijke afdeling van de Unie van Orthodoxe Rabbijnen in de VS.
Het is onduidelijk of Rabbi Geffen benaderd werd door Coca-Cola of dat het zijn initiatief was. In ieder geval kreeg de rabbijn in 1935 de opdracht van het bedrijf om te controleren of alle ingrediënten en het productieproces voldeden aan de wetten van kasjroet.
Zijn onderzoek wees uit dat op één na alle ingrediënten kosjer waren. Het problematische ingrediënt was glycerine van dierlijke oorsprong, een van de hoofdingrediënten. Volgens de Amerikaanse publicist William Poundstone, die ook natuurkunde studeerde (hij schreef het boek Big Secrets in 1983), bevatte het originele recept 19 gram glycerine.
Op dit punt brak er een geschil uit tussen de halachische autoriteiten in de Verenigde Staten over de vraag of deze bevinding Coca-Cola treife maakte, dat wil zeggen “onkosjer”.
Volgens de joodse codex Sjoelchan Aroech (Jore Dea siman 98) vormt een onkosjere substantie die minder dan 1,6 procent van het totale volume uitmaakt geen halachisch probleem (“bitoel”, het gaat op in de overgrote meerderheid en verliest zijn identiteit).
Dit geldt echter alleen als de smaak van de substantie niet kan worden onderscheiden en het zonder opzet is toegevoegd. Opzettelijke vermenging is verboden vanwege het principe van “Een mevatelien isoer lechatchila” (“men heft een verbod niet opzettelijk op”). Als dit toch is gebeurd, mogen de “overtreder” en degene voor wie het voedsel is gemaakt, het niet consumeren.
Wat gebeurt er echter als een niet-Joodse producent het product heeft gemengd en je koopt het naderhand?
De Rasjbaz (Rabbi Sjimsjon ben Zemach Duran, 1361-1444) stelt dat de aankoop ook verboden was door de Wijzen. Talrijke Geleerden delen zijn mening.
De overgrote meerderheid van de geleerden is het hier echter niet mee eens.
Zij staan de aankoop van Coca-Cola toe, maar alleen op voorwaarde dat de verboden stof niet regelmatig wordt toegevoegd en ook geen deel uitmaakt van het gebruikelijke productieproces.
Maar in het geval van Coca-Cola maakt glycerine ongetwijfeld deel uit van het gebruikelijke productieproces. Daarom concludeerde Rabbi Geffen dat het recept van Coca-Cola treife (niet kosjer) was. Hij stelde de producenten voor om de dierlijke glycerine te vervangen door plantaardige glycerine van Procter & Gamble.
De Coca-Cola Company stemde hiermee in.
Maar niet alle rabbinale collega’s van Rabbi Geffen deelden zijn mening dat dierlijke glycerine onder deze omstandigheden een halachisch probleem was en dat er een verandering nodig was.
Pesach
Rabbi Geffen stelde echter nog een andere verandering voor om Coca-Cola te kunnen drinken op Pesach.
Volgens Asjkenazische gebruiken zijn kitnijot (peulvruchten) niet toegestaan op Pesach. Naast rijst valt ook maïs onder deze categorie. De zoetstof High Fructose Corn Syrup (maïssiroop) vormde dus een ernstig halachisch probleem voor Asjkenazische Joden (het concept van Bitoel kan niet gebruikt worden voor Pesach).
Samen met de chemici van het bedrijf kwamen de rabbijnen echter tot de conclusie dat de zoetstof, die problematisch is op Pesach, vervangen kan worden door rietsuikersiroop zonder dat de smaak verandert.
Tot op de dag van vandaag worden Kosher-voor-Pesach producten speciaal voor deze feestdagen gemaakt met rietsuikersiroop in plaats van maïssiroop.
Op deze Coca-Cola flesjes staat “Kosher for Passover” met een geel deksel.
Kasjroet
Rabbi Tuvia Geffen legde zijn halachische discussie over het kasjroet van Coca-Cola vast in zijn responsa Sefer Karnei HaHod.
Hij was opperrabbijn van Atlanta tot zijn dood op 10 februari 1970 en werd daar ook begraven. Hij is daarom in de volksmond bekend als de “Coca-Cola Rabbijn”.
Dus de volgende keer dat je met plezier aan een ijskoude Coca-Cola (of Coca-Cola Light) nipt, denk dan even aan Rabbi Tuvia Geffen en zijn boodschap. Met zijn vastberaden wil kon hij een groot bedrijf als de Coca-Cola Company zover krijgen om hun formule te veranderen!
De auteur is rabbijn en docent aan het Rabbinaal Seminarie van Berlijn.
