Frans Timmermans, vice-voorzitter van de Europese Commissie zei het terecht: “De migrantencrisis is een moment van waarheid in de Europese geschiedenis”. Het is een enorme morele uitdaging.
Trouw sprak van een exodus uit Boedapest van ‘Bijbelse proporties’. Het vluchtelingenprobleem is zo oud als de Bijbel: “Een vreemdeling zult u niet onderdrukken, noch hem benauwen want u bent vreemdelingen geweest in het land Egypte” (Exodus 22:21).
In de Joodse traditie wordt ‘onderdrukken’ uitgelegd als ‘pijnigen met woorden‘ terwijl ‘benauwen’ als ‘financieel onheus bejegenen‘ opgevat wordt. Direct daarna (Ex. 22:23) wordt de Hemelse straf besproken: “Mijn toorn zal ontbranden en Ik zal u met het zwaard doden”.
Maar er zijn natuurlijk grenzen…
Allereerst eist de Bijbelse naastenliefde niet, dat hulpbehoevenden voor eeuwig hier blijven. Wanneer de oorlogsdreiging of hongersnood in het land van herkomst geweken is, kan de vluchteling terug (uitzonderingen daargelaten).
Mogen we grenzen stellen?
Ja; allereerst morele.
Toen de Joden vijf eeuwen voor de burgerlijke jaartelling in ballingschap weggevoerd werden naar Babylonië, kregen zij van de profeet Jeremia in naam van G’d een welgemeende opdracht mee:
“Bevorder de welvaart van de stad van jullie ballingschap”.
Dit betekent: predik geen opruiende taal tegen het gastland en werk mee aan de opbouw van je nieuwe omgeving (29:7).
Verder mag de overheid een grens stellen aan de toevloed van vreemdelingen, die veelal een beroep doen op de sociale voorzieningen. Het gastland moet dit kunnen dragen.
Vanuit Bijbels perspectief gelden hier de volgende regels:
1. financieel zelfbehoud gaat voor het verzorgen van anderen;
2. maar het lijfsbehoud van anderen gaat altijd voor onze eigen financiën.
Prioriteitenlijst
Onder de huidige omstandigheden betekent dit dat vluchtelingen die voor hun leven moeten vrezen, moeten worden toegelaten.
Voor ‘economische vluchtelingen’ gelden andere maatstaven.
Laten wij de Bijbeltekst analyseren (Deut. 15:7): “Wanneer er onder u een arme mocht zijn, een van uw broeders, in een van uw woonplaatsen, in uw land”.
De Bijbel geeft hier wat overbodig aandoende details, die de Talmoed als volgt uitwerkt:
- ‘onder u‘ betekent, dat zelfbehoud voorgaat (n.b. dit geldt alleen voor het eigen bestaansminimum);
- ‘een van uw broeders‘ impliceert, dat de eigen familie weer voorgaat boven anderen;
- ‘in een van uw woonplaatsen‘ geeft buren en stadsgenoten aan waarna eigen landgenoten volgen.
Eigen volk eerst?
Komen buitenlanders pas op de laatste plaats? Steunt de Bijbel het beginsel van ‘eigen volk eerst’?
Nee, want de prioriteitenlijst geldt alleen bij gelijke behoeften. Wanneer de één geen dak boven zijn hoofd heeft en de ander alleen zijn dure vakantie naar Barbados zou moeten opgeven, gaat de dakloze weer voor.
Verdeling over Europa
Is een evenredige verdeling van vluchtelingen over West-Europese landen verantwoord?
Ik denk van wel.
Reeds in Bijbelse tijden werd armenzorg over alle draagkrachtige burgers omgeslagen. Nu Europa een eenheid lijkt, is evenredige verdeling niet uit den boze.
Antecedentenonderzoek
Mogen allochtonen ‘hard’ worden aangepakt ?
Nee, want dat is onmenselijk.
Maar antecedentenonderzoek is zeker niet verkeerd:
“Als iemand u eten vraagt, mag u niet onderzoeken of hij een bedrieger is. Geef hem direct eten. Misschien lijdt hij echt honger. Vraagt iemand echter kleding dan mag men wel onderzoeken of hij geen bedrieger is omdat hij niet in acuut levensgevaar verkeert” (Talmoed).
De vluchtelingenproblematiek is uiteindelijk de vraag naar onze gastvrijheid en offervaardigheid naar redelijkheid en billijkheid.
