Door: Jisraël Jitschak Rosenfeld
Wij treden de maand Tammoez binnen, en ik wil je de innerlijke landkaart van deze maand laten zien.
De meeste mensen kennen Tammoez vooral vanwege zijn zwaarte:
- De verbreking van de stenen Tafelen.
- Het begin van de doorbraak van de muren van Jeruzalem.
- De zonde van de verspieders.
- De drie weken van rouw die daarop volgen.
Op de kalender lijkt Tammoez het begin van een lange afdaling naar verdriet.
Maar de kabbalistische traditie onthult iets heel anders:
Tammoez is niet de maand van de duisternis.
Het is de maand die ons leert te zien in de duisternis.
Re’oeven en de kracht van het zien
Elke maand van de Hebreeuwse kalender correspondeert met een van de twaalf stammen en met een bijzondere zielskracht.
Tammoez behoort bij de stam Re’oeven, en zijn geestelijke opdracht (avodah) is re’ijah – het zien.
In de naam Re’oeven zit de wortel re’eh – “zie”.
Toen Lea hem baarde, zei zij:
“HaSjeem, G’d heeft mijn ellende gezien.”
De naam Re’oeven is dus opgebouwd rond het thema van zien en gezien worden.
De wijzen leren dat het vermogen om werkelijk te zien geworteld is in Chochmah (wijsheid), die zich bevindt aan de rechterzijde van de Levensboom – de zijde van Chesed, liefdevolle goedheid.
Waarom?
Omdat werkelijk zien een vorm van geven is.
Voordat je iemand iets tastbaars schenkt, geef je hem al iets anders:
- Je aandacht.
- Je erkenning.
- Het gevoel dat hij gezien wordt.
Iemand werkelijk zien betekent hem zijn waardigheid teruggeven.
Het goede in een ander zien is een daad van liefde.
Waarom breekt er juist in Tammoez zoveel?
Tammoez wordt ook verbonden met het sterrenbeeld Sartan (Kreeft).
Wie ooit een krab heeft bekeken, weet:
- Hij loopt zijwaarts.
- Hij kijkt niet rechtstreeks vooruit.
Dat is de innerlijke uitdaging van deze maand.
De krab symboliseert een verkeerd gericht zicht:
een manier van kijken naar jezelf, naar anderen en naar het leven, die nooit helemaal de waarheid ziet.
Dat was precies de fout van de verspieders in de parasja Sjelach Lecha.
Zij zagen het land.
Zij zagen de reuzen.
Maar zij bekeken alles door het filter van hun eigen onzekerheid.
Zij zeiden:
“Wij waren in onze eigen ogen als sprinkhanen.”
De feiten waren juist.
Hun blik was verkeerd.
Vanuit een andere visie zouden dezelfde feiten hen rechtstreeks het Beloofde Land hebben binnengeleid.
Ook de muren van Jeruzalem vielen niet eerst omdat de stenen zwak waren.
Zij vielen omdat de gezamenlijke visie van het volk al eerder was ingestort.
Wanneer het zien verdorven raakt, volgt uiteindelijk de verwoesting.
Daarom geldt ook het omgekeerde:
Een zuivere blik is de sleutel tot verlossing.
De leeuw en het zien
Een diep ontroerende gedachte:
Het Hebreeuwse woord voor leeuw is Arjeh.
Het woord voor zien is Re’ijah.
Beide woorden bestaan uit dezelfde letters:
- Alef
- Resj
- Jod
- He
De leeuw en het zien zijn in wezen met elkaar verbonden.
In de Kabbala verschijnt de leeuw aan de rechterzijde van de Merkava, de hemelse wagen die de profeet Jechezkel zag.
Die rechterzijde vertegenwoordigt Chesed – liefde, goedheid en geven.
Maar tegelijkertijd heeft Arjeh de getalswaarde 216, dezelfde waarde als Gevurah – kracht, discipline en begrenzing.
De leeuw verenigt dus beide krachten:
- Chesed en Gevurah.
- Warmte en kracht.
- Mededogen en helderheid.
De blik van de leeuw betekent kijken met beide dimensies tegelijk.
Niet zoals de krab, die schuin kijkt.
Maar:
- Recht vooruit.
- Oprecht.
- Waarachtig.
Opstaan als een leeuw
De allereerste woorden van de Sjoelchan Aroech luiden:
“Wees sterk als een leeuw om ’s morgens op te staan voor de dienst van je Schepper.”
Reb Nosson van Breslov legt uit dat dit meer betekent dan letterlijk uit bed komen.
Het betekent iedere dag geestelijk ontwaken.
Je herinneren wie je werkelijk bent, onder alle lagen van:
- Schaamte.
- Verwarring.
- Zelftwijfel.
En zo’n ontwaken hoeft niet alleen in de ochtend plaats te vinden.
Elk moment waarop je je ware wezen herontdekt, is een opstaan als een leeuw.
Dat betekent ook:
opstaan met een herstelde blik.
De dag beginnen door de nekudah tovah te zien:
het ene goede punt in jezelf en in ieder mens die je ontmoet.
Zo leert Rebbe Nachman.
De kroon van het goede
De Ba’al HaSoelam leert een diep principe.
Er bestaat hakarat ha-ra:
het herkennen van het negatieve.
Wij moeten onze fouten, egoïstische neigingen en onevenwichtigheden eerlijk onder ogen zien.
Dat is noodzakelijk.
Maar nog dieper ligt hakarat ha-tov:
het herkennen van het goede.
Wanneer wij het goede zien, benoemen wij niet slechts een positieve eigenschap.
Wij onthullen iets van de goedheid van de Schepper Zelf.
De Ba’al HaSoelam wijst bovendien op een bijzonder taalverband:
Hakaras (“herkenning”) bestaat uit dezelfde letters als HaKeser (“de kroon”).
Keser is de hoogste sefira.
De kroon.
De zuivere wil van de Schepper om Zijn schepping goed te doen.
Dat betekent:
Telkens wanneer je werkelijk het goede herkent, openbaart zich iets van die kroon.
Het vermogen om goedheid te zien is zelf al een geschenk van de Schepper.
Het goede zien betekent de kroon dragen.
Hoop is de verbindingslijn
Alles hangt samen met hoop.
Het Hebreeuwse woord voor lijn is kav.
Het deelt zijn wortel met tikvah – hoop.
Dat is geen toeval.
Hoop betekent verbonden blijven met de lijn die ons met de Bron verbindt.
Hoe donker een situatie ook lijkt:
- De lijn blijft bestaan.
- De verbinding is nooit verbroken.
Toen de profeet Jirmijahoe de verwoesting beweende, bleef uiteindelijk één waarheid overeind:
“Onze hoop is niet verloren.”
Deze hoop is geen naïviteit.
Zij is structuur.
Zij is verbinding.
Zij is de lijn zelf.
De boom en de leeuw
Groeien als een boom betekent leven vanuit je ware wezen.
Weten dat je:
- Onvoorwaardelijk waardevol bent.
- In wezen goed bent.
- Een eeuwige ziel bezit.
Ook wanneer er om je heen dingen instorten.
Zoals een boom geworteld blijft, ook wanneer stormen razen.
Dat is de weg van Chesed:
- Zijn.
- Geworteld blijven.
- Het goede zien.
Leiden als een leeuw betekent vervolgens dat innerlijke wezen actief naar buiten brengen.
Met:
- Gevurah.
- Discipline.
- Moed.
- Daadkracht.
Dat is de betekenis van Arjeh:
zien dat in handelen wordt omgezet.
De gematria van vrede
Wanneer boom en leeuw samenkomen, gebeurt er iets bijzonders.
Etz (boom) heeft de getalswaarde 160.
Het woord hangt samen met etzah – raad of leiding.
De boom blijft openstaan voor wijsheid die groter is dan zijn eigen beperkte perspectief.
Arjeh (leeuw) heeft de getalswaarde 216.
160 + 216 = 376.
En 376 is de gematria van Sjalom – vrede.
Boom en leeuw samen brengen vrede voort.
De opdracht van Tammoez
Ga deze maand binnen met de blik van de leeuw.
- Zie het goede.
- Zie de nekudah tovah.
- Zie de hand van de Schepper in de gebroken tafelen.
- Zie Zijn leiding in de vallende muren.
- Zie haar zelfs in de reuzen en in de negatieve verhalen die je eigen verstand voortdurend produceert.
De verwoesting is werkelijk.
Maar de verbinding blijft bestaan.
Beide zijn tegelijk waar.
Groei als een boom.
Leid als een leeuw.
Dan zal de vrede die uit hun vereniging voortkomt ook jouw vrede zijn.
Rosj Chodesj: het begin van vernieuwing
Rosj Chodesj is het hoofd van de vernieuwing.
Rosj betekent bewustzijn.
Chodesj deelt zijn wortel met chadasj – nieuw.
Rosj Chodesj is daarom een vernieuwing van het bewustzijn.
Gebruik deze Rosj Chodesj als de poort die hij is.
- Vernieuw je blik.
- Vernieuw je hoop.
- Vernieuw je bereidheid om het goede te zien.
Zelfs wanneer alle zichtbare feiten iets anders lijken te zeggen.
Moge dit een Tammoez zijn waarin je ontdekt wat altijd al aanwezig was.
Groei als een boom.
Leid als een leeuw.
Leef in overeenstemming met je ware bestemming.
