Door: Jisraël Jitschak Rosenfeld
De Sefat Emet z”ל leert over het vers uit de parasja van deze week:
„… Jij zult jouw woorden niet tot iets alledaags maken;
alles wat jouw lippen uitspreken, zul jij ook doen.”
Hij legt uit dat dit vers verwijst naar twee niveaus van spreken:
„Alledaagse woorden” zijn woorden waarin geen inherente heiligheid aanwezig is – woorden die de spreker niet werkelijk verplichten.
„Alles wat jouw lippen uitspreken, zul jij ook doen” verwijst naar een hoger niveau van spreken – woorden die uit de diepte van het hart voortkomen en het innerlijke wezen van de mens weerspiegelen.
Dit soort spreken verplicht de spreker om zijn woorden ook daadwerkelijk in daden om te zetten.
Aan deze woorden van de Sefat Emet voegt de Chalban z”ל een diepgaande gedachte toe.
Hij schrijft:
Een mitswat aseh (een positief gebod) is de absolute waarheid.
Een mitswat lo ta’aseh (een verbod) is de absolute onwaarheid.
Maar het gebied daartussen – handelingen die op zichzelf „neutraal” zijn – kan door middel van een gelofte de status van een gebod of juist van een verbod krijgen.
Een gelofte onthult jouw manier van kijken – hoe jij de wereld ziet die Hasjem heeft geschapen.
Wanneer jij iets als goed beschouwt, kun jij beloven je ermee te verbinden en het te gebruiken om HaSjeem dichter te naderen.
Wanneer jij iets als schadelijk beschouwt, kun jij beloven er afstand van te nemen; in jouw wereld wordt die zaak dan iets dat vermeden moet worden.
Alles wat „neutraal” is, hangt af van de manier waarop wij ervoor kiezen het te gebruiken in onze relatie met HaSjeem.
Moge het ons gegeven zijn de kracht te vinden om ons boven alledaags gepraat te verheffen, onze woorden in overeenstemming te brengen met onze innerlijke waarheid en met een positieve blik naar de wereld te kijken.
Daardoor zullen wij verlost worden!
