A gute woch, chaverim.
Sefirat HaOmer ligt achter ons, en met Sjavoeot — het Chag Atseret — is ook de periode van Pesach voltooid.
De parasja van deze week, Parasjat Nasso, begint met een opdracht aan Aharon:
dat hij zijn taak moet vervullen “wanneer de lichten worden aangestoken.”
Een licht verwijst in de Tora steeds naar de ziel van de mens, zoals koning Sjelomo schrijft in Mishlei:
“De lamp van HaSjeem is de ziel van de mens.”
HaSjeem gebiedt Aharon om de zielen van de mensen te verheffen —
hen dichter bij Hem en Zijn wegen te brengen.
Daarna zegt de Tora eenvoudig:
“En Aharon deed zo.”
Rasji legt uit waarom dit vermeld wordt.
De Tora prijst Aharon omdat hij niets veranderde aan wat hem was opgedragen.
Maar waarom is die uitleg eigenlijk nodig?
Zouden wij werkelijk gedacht hebben dat Aharon zou afwijken van het woord van HaSjeem?
Wat Rasji ons in werkelijkheid wil leren, is veel dieper:
Aharon werd door zijn grootse taak zélf niet veranderd.
Hoewel hij de zielen van het volk verhief, werd hij niet hoogmoedig.
Hij bleef even nederig, eenvoudig en bescheiden als altijd.
Juist die nederigheid was de bron van zijn succes.
Hoe gelukkig zouden wij zijn als ook wij die houding konden bereiken:
de zielen van anderen verheffen,
zonder ooit door onze eigen verdiensten veranderd te worden.
