Joods! Tora leren en leven.

De tweede Heh – ה – De Heh van het wachten, de hiskasjroes (verbinding) en de goddelijke gave van de Sjechina

“קַוֵּה אֶל ה’, חֲזַק וְיַאֲמֵץ לִבֶּךָ, וְקַוֵּה אֶל ה'”

“Hoop op HaSjeem; wees sterk en laat uw hart moed vatten; ja, hoop op HaSjeem.”

(Tehillim 27)

“כַּתַּר לִי זְעֵיר וַאֲחַוֶּךָ”

“Wacht nog een weinig, dan zal ik het je openbaren.”

(vgl. Likkoetei Moharan I, 6)

De mens denkt gewoonlijk dat de weg naar HaSjeem bestaat uit steeds meer begrijpen.

Maar Rabbeinoe wijst een andere weg.

Niet het begrijpen brengt de mens tot HaSjeem,

maar het volharden aan de grens van het begrijpen.

Die grens noemt de Kabbala Keter.

Keter is de kroon.

Het is het hoogste punt dat het menselijke verstand kan bereiken.

Daar eindigen alle verklaringen.

Daar beginnen geen antwoorden meer,

maar stilte.

Juist daar onthult Rebbe Nachman zts”l een diep geheim.

Wanneer de mens deze grens bereikt,

mag hij niet verder willen doordringen.

Hij moet wachten.

Niet omdat HaSjeem zwijgt,

maar omdat de ziel nog niet gereed is om te ontvangen.

Reb Nosson zts”l noemt deze toestand hamtanah (המתנה) — wachten.

Geen verloren tijd.

Geen stilstand.

Maar het rijpen van het vat.

Misschien ligt juist hierin het geheim van de tweede Heh van de vierletterige Naam van HaSjeem.

Volgens de Kabbala correspondeert de tweede ה met de sefira Malchoet, de wereld van het ontvangen, de openbaring en de Sjechina.

Malchoet bezit geen eigen licht.

Haar gehele grootheid bestaat daarin dat zij ontvangt.

En alleen wie heeft geleerd te wachten,

kan werkelijk ontvangen.

Daarom is de letter Heh open.

Zij is geen gesloten letter.

Zij bezit een lege binnenruimte.

Juist deze leegte maakt haar tot een vat voor de aanwezigheid van HaSjeem.

Zolang het hart gevuld is met eigen ideeën en voorstellingen,

blijft er weinig plaats over voor het goddelijke licht.

Pas wanneer de mens kan zeggen:

“Ribbono sjel Olam, ik begrijp het niet, maar ik blijf bij U,”

begint het tweede Heh in zijn hart te stralen.

Hier begint het geheim van de hiskasjroes (verbondenheid).

Velen verstaan daaronder slechts liefde of eerbied voor de tsaddiek.

Maar Breslov leert meer.

De ware tsaddiek leeft voortdurend aan de drempel van Keter.

Hij leeft niet vanuit zijn eigen verstand.

Hij wacht op het woord van HaSjeem.

Zijn grootheid ligt niet alleen in zijn kennis.

Zij ligt in zijn volkomen bitoel — zijn volledige zelfovergave aan de wil van HaSjeem.

Daarom verbindt de mens zich met de tsaddiek.

Niet opdat de tsaddiek zijn dienst aan HaSjeem voor hem zou overnemen,

maar opdat hij leert hoe een mens werkelijk ontvangt.

Want kennis verzamelt.

Wijsheid wacht.

Daarom heeft de mens de tsaddiek nodig.

Niet opdat deze hem alle antwoorden geeft,

maar opdat hij leert op HaSjeem te wachten,

zonder ooit de hoop te verliezen.

Reb Nosson zts”l schrijft herhaaldelijk dat iedere vertraging een verborgen vorm van barmhartigheid is.

Als HaSjeem Zijn licht onmiddellijk zou schenken,

zou het vat kunnen breken.

Daarom schenkt Hij eerst verlangen.

Daarna geduld.

Daarna Emoena.

En pas daarna openbaring.

Dat is de orde van de hemel.

Niet eerst licht.

Maar eerst het vat.

Niet eerst het antwoord.

Maar eerst het verlangen.

Niet eerst de vervulling.

Maar eerst de hiskasjroes.

Misschien kunnen wij daarom drie woorden naast elkaar zetten:

השם

התקשרות

המתנה

Ze beginnen alle drie met de letter ה.

Want de Heh is de letter van de openheid.

Van openheid voor HaSjeem.

Van openheid voor de Tora.

Van openheid voor de raad van de tsaddiek.

Van de openheid om ook dan trouw te blijven,

wanneer het licht nog verborgen is.

Daarom vreest een Breslover zich niet voor tijden van geestelijke droogte.

Wanneer het gebed moeilijk wordt,

wanneer de Tora gesloten lijkt,

wanneer hisbodedoes slechts uit stilte bestaat,

zegt hij niet:

“HaSjeem heeft mij verlaten.”

Hij zegt:

“Ik sta voor Keter.

Nu begint de hamtanah (het wachten).

Nu groeit mijn vat.

Nu leer ik niet vanuit gevoel te dienen, maar vanuit Emoena.”

Juist daar openbaart zich de ware hiskasjroes.

Want zolang alles gemakkelijk gaat,

volgt de mens zijn enthousiasme.

Pas wanneer alles donker wordt,

en hij desondanks vasthoudt aan de raad van de tsaddiek,

blijkt

dat zijn verbondenheid werkelijk echt is.

Dan verbindt de tsaddiek zijn hart met de Tora.

De Tora verbindt hem met HaSjeem.

En HaSjeem opent het tweede Heh.

Dan wordt de Sjechina in het hart van de mens geopenbaard.

Niet omdat hij alles heeft begrepen.

Maar omdat hij heeft geleerd te wachten.

Hier kunnen wij nog een subtiele aanwijzing ontdekken.

Het woord

מַתָּנָה (mattanah)

betekent geschenk.

Het woord

הַמְתָּנָה (hamtanah)

betekent wachten.

Tussen beide staat slechts één enkele letter:

de ה.

In de eenvoudige betekenis is deze Heh slechts een grammaticale letter.

Maar op de weg van deze drasja mogen wij daarin een diepere aanwijzing zien.

Misschien is deze Heh juist het tweede Heh van de Naam van HaSjeem.

Zolang de mens slechts zoekt naar de mattanah (מתנה),

naar het geschenk —

naar licht, vreugde, antwoorden of inspiratie —

is zijn blik gericht op wat hij wil ontvangen.

Maar HaSjeem voegt een ה toe.

Van

מתנה

wordt

המתנה.

Van het geschenk wordt eerst het wachten.

Waarom?

Omdat HaSjeem de mens niet slechts een gave wil schenken.

Hij wil hem eerst vormen tot een vat dat die gave kan dragen.

Daarom is

המתנה

niet het tegenovergestelde van

מתנה.

Integendeel.

Zij is de voorbereiding erop.

Zij is de zuivering ervan.

Zij is de weg ernaartoe.

Elke ware gave van HaSjeem wordt geboren door heilig wachten.

Daarom hoeft de Breslover het wachten niet te vrezen.

Ik geef toe: dat is niet eenvoudig.

Wanneer het gebed droog aanvoelt,

wanneer de Tora gesloten blijft,

wanneer hisbodedoes slechts bestaat uit één enkele zucht,

dan mag hij weten:

Misschien schenkt HaSjeem mij nu niet minder.

Misschien schenkt Hij mij juist méér.

Niet de gave zelf.

Maar het vermogen om haar op een dag werkelijk te ontvangen.

Zo wordt uit

המתנה

uiteindelijk weer

מתנה.

Niet omdat de Heh verdwijnt.

Maar omdat de Heh zijn taak heeft vervuld.

Hij heeft het hart geopend.

Hij heeft het vat verruimd.

Hij heeft de mens geleerd

dat iedere vertraging die van HaSjeem komt,

reeds een uitdrukking van Zijn barmhartigheid is.

Dan beseft de mens achteraf:

“Ik heb niet alleen op HaSjeem gewacht.

HaSjeem heeft mijn hart voorbereid.”

Misschien is dat precies de diepste betekenis van het tweede ה.

Het is de letter die wachten verandert in vertrouwen.

Verlangen in een vat.

Geduld in Emoena.

De hiskasjroes in een levende verbinding.

En uiteindelijk de

המתנה

in de ware

מתנה.

En dat is de grootste gave die er bestaat:

de nabijheid van HaSjeem.

Moge HaSjeem ons schenken

dat wij in tijden van wachten niet ongeduldig worden;

dat wij ons met heel onze ziel verbinden aan de Tsaddiek van de Waarheid;

dat wij de Tora leren met vreugde en eenvoud;

dat wij volharden in hisbodedoes;

en dat wij het tweede Heh van ons hart maken tot een woning voor de Sjechina.

Amen.

Een opmerkelijke gedachte die in deze drasja naar voren komt, is dat de letter ה niet slechts een grammaticale toevoeging is, maar een symbool wordt van het gehele geestelijke proces. De overgang van מתנה (geschenk) naar המתנה (wachten) leert dat HaSjeem de mens niet alleen een gave wil schenken, maar hem eerst wil vormen tot een geschikt kli (vat) om die gave te kunnen bevatten. In die zin is het wachten zelf al een vorm van goddelijke goedheid.

De verbinding met de tsaddiek, de trouw aan de Tora, de oefening van hisbodedoes en het groeien in Emoena zijn geen afzonderlijke wegen, maar vormen samen het proces waardoor het hart zich opent voor de Sjechina. Zo wordt het tweede Heh van de Naam van HaSjeem het teken van ontvankelijkheid, nederigheid en uiteindelijk van de blijvende aanwezigheid van HaSjeem in het hart van de mens.

Cookies Notice

Our website uses cookies. If you continue to use this site we will assume that you are happy with this.