Door: Yisrael Yitzchak Rosenfeld
Aan het einde van de parasja van deze week draagt HaSjeem (G’d) Mosje op om Jehosjoea (Jozua) aan te stellen als de volgende leider van het Joodse volk.
Hij zegt tegen Mosje:
“וְצִוִּיתָ אֹתוֹ לְעֵינֵיהֶם”
“En je zult hem voor hun ogen bevel geven.”
De Ohr HaChaim zt”l, van wie vandaag de jaartijd wordt herdacht, geeft een opmerkelijke uitleg aan deze woorden.
Het woord “ve-tsivita” (“en je zult hem bevel geven”) betekent niet uitsluitend “bevelen”.
Het heeft dezelfde woordwortel als het Aramese woord “tsavta”, dat verbinding, verbondenheid, partnerschap of samenzijn betekent.
HaSjeem draagt Mosje dus niet alleen op om Jehosjoea instructies te geven.
Hij vraagt hem een diepe band met hem op te bouwen, zijn karakter, waardigheid en geestelijke uitstraling aan hem over te dragen en als het ware een deel van zichzelf in Jehosjoea te planten.
Hieruit leren wij een fundamentele waarheid over leiderschap:
Werkelijk leiderschap wordt nooit van buitenaf opgelegd.
Het groeit van binnenuit, vanuit een diepe continuïteit tussen generaties.
Het ontstaat uit een oprechte verbondenheid.
Maar deze gedachte reikt nog verder.
Onze Wijzen (Chazal zt”l) leerden:
“Gadol ha-metzuveh ve-oseh mi-mi she-eino metzuveh ve-oseh.”
De gebruikelijke vertaling luidt:
“Groter is hij die een mitswa vervult omdat hij daartoe is opgedragen, dan hij die dezelfde mitswa vervult zonder daartoe opgedragen te zijn.”
Maar bezien door de bril van de Ohr HaChaim zt”l krijgt deze uitspraak een geheel nieuwe dimensie:
“Groter is degene die handelt vanuit ’tsavta’ – vanuit een levende verbondenheid – dan degene die handelt zonder die verbondenheid.”
Wanneer HaSjeem ons een mitswa geeft, nodigt Hij ons uit tot tsavta: tot een levende relatie met Hem.
Elke mitswa wordt daarmee een gelegenheid om ons met Hem te verbinden, Zijn licht te ontvangen en dat licht de wereld in te dragen, zoals Jehosjoea het ontving van Mosje.
Moge het ons gegeven zijn die verbondenheid bij iedere mitswa die wij vervullen te ervaren, en moge wij overal waar wij gaan een vonk van Zijn heerlijkheid met ons meedragen.
