Joods! Tora leren en leven.

Over de spirituele diepte van de ‘Melave Malka’ Wat blijft er over wanneer alles vergaat?

Wat blijft er over wanneer alles vergaat?

Over de diepe betekenis van de Melave Malka op Motsa’ei Sjabbat

“En HaSjeem formeerde de mens uit stof van de aarde en blies hem de levensadem in.”

(Bereesjiet 2:7)

De mens begint als stof en lijkt uiteindelijk weer tot stof terug te keren.

Ons lichaam veroudert.

Onze krachten nemen af.

Generaties komen en gaan.

Wanneer we het leven uitsluitend met de ogen van het lichaam bekijken, lijkt alles vergankelijk.

Maar de Tora leert ons iets volkomen anders.

Chazal openbaren dat er in de mens een punt bestaat dat nooit vernietigd kan worden.

De Wijzen noemen dit het Loez-been (Etzem Loez).

Over dit been wordt gezegd dat vuur het niet kan verbranden, water het niet kan oplossen en zelfs de tijd het niet kan vernietigen.

Uit deze verborgen kern zal HaSjeem op een dag de Techijat HaMetiem – de opstanding der doden – laten beginnen.

Of dit been zich anatomisch bevindt bij het stuitbeen, de wervelkolom of ergens anders, houdt de Wijzen veel minder bezig dan de boodschap die erin besloten ligt.

De Loez symboliseert namelijk dat er in de mens iets bestaat dat volledig aan HaSjeem toebehoort en nooit verloren gaat.

De onverwoestbare goddelijke vonk

De Baal Sjem Tov zei dat iedere Joodse ziel een deel is van de goddelijke werkelijkheid.

Men kan deze vonk bedekken,

maar nooit uitdoven.

Misschien valt iemand diep.

Misschien maakt hij ernstige fouten.

Misschien voelt hij zich ver verwijderd van HaSjeem.

Maar diep in zijn binnenste blijft altijd een punt bestaan dat onveranderd met zijn Schepper verbonden is.

De Loez herinnert ons eraan dat HaSjeem nooit een mens opgeeft.

Zolang dit punt bestaat, bestaat er hoop.

Waarom juist de Melave Malka?

De heilige Zohar openbaart iets buitengewoons.

Het Loez-been wordt niet gevoed door de gewone maaltijden, maar juist door de Melave Malka, de maaltijd na Sjabbat.

Waarom?

Sjabbat is een voorproef van Olam HaBa, de Komende Wereld.

Onze Wijzen zeggen:

“Sjabbat me’ein Olam HaBa.”

“Sjabbat is een afspiegeling van de Komende Wereld.”

Tijdens Sjabbat leeft de mens al een beetje in die toekomstige werkelijkheid.

Wanneer Sjabbat eindigt, keert hij weliswaar terug naar het dagelijks leven, maar hij mag de kedoesja niet bij de deur achterlaten.

Daarom begeleiden wij de Sjabbatkoningin wanneer zij vertrekt.

Niet haastig.

Niet met tegenzin.

Maar met liefde.

De Melave Malka zegt als het ware:

“Sjabbat, verlaat ons niet helemaal. Begeleid ons ook tijdens de komende week.”

Juist deze verbinding tussen Sjabbat en het alledaagse voedt de Loez.

Want de uiteindelijke verlossing ontstaat precies daar waar heiligheid wordt meegenomen het gewone leven in.

De verbinding met koning David

Velen noemen de Melave Malka ook Se’oedat David Malka Mesjicha – de maaltijd van koning David.

Waarom juist David?

De Talmoed vertelt dat koning David wist dat hij op een Sjabbat zou sterven.

Daarom hield hij zich iedere Sjabbat onafgebroken bezig met Tora.

Toen zijn uur gekomen was, zorgde HaSjeem ervoor dat David één ogenblik werd onderbroken.

Juist op dat moment verliet zijn ziel deze wereld.

Sindsdien verbindt de overlevering David in het bijzonder met het einde van Sjabbat.

David belichaamt hoop.

Zijn leven was vol beproevingen.

Hij werd vervolgd.

Hij werd verkeerd begrepen.

Hij werd vernederd.

En toch zong hij:

“HaSjeem ro’i, lo echsar.”

“HaSjeem is mijn Herder, mij ontbreekt niets.”

Juist uit het Huis van David zal uiteindelijk de Masjiach voortkomen.

Niet uit iemand zonder gebrokenheid.

Maar uit iemand die steeds opnieuw wist op te staan.

Ook dát is de Loez.

Het deel dat nooit opgeeft.

Het manna en de komende week

Onze Wijzen leren dat er op vrijdag een dubbele portie manna neerdaalde.

Maar de Melave Malka leert ons nog iets anders.

Wij leven de nieuwe week niet uit eigen kracht.

Wij leven vanuit de kedoesja van de afgelopen Sjabbat.

De laatste maaltijd die met Sjabbat verbonden is, wordt de eerste bron van kracht voor de nieuwe week.

Zoals het licht van één kaars vele andere kaarsen kan aansteken zonder zelf minder te worden, zo draagt de Melave Malka het licht van Sjabbat de duisternis van de werkdagen binnen.

De eigenlijke boodschap

Misschien is de Loez helemaal niet onverwoestbaar omdat het een bijzonder bot is.

Misschien is hij onverwoestbaar omdat hij symbool staat voor datgene in de mens wat HaSjeem Zelf heeft geschapen.

Het lichaam vergaat.

Bezit vergaat.

Schoonheid vergaat.

Macht vergaat.

Maar de band tussen HaSjeem en de nesjama vergaat nooit.

Daarom begint de opstanding niet met iets groots.

Niet met het hart.

Niet met de hersenen.

Maar met een klein, verborgen punt.

Want HaSjeem heeft slechts één enkele vonk nodig om nieuw leven voort te brengen.

Onze opdracht

Elke Melave Malka herinnert ons eraan dat Sjabbat nooit werkelijk eindigt.

De kaarsen zijn gedoofd.

De Havdala is uitgesproken.

Maar de kedoesja leeft voort.

In ons huis.

In onze woorden.

In onze Tora-studie.

In onze daden.

En diep in ons binnenste, op die verborgen plaats die de Wijzen de Loez noemen.

Mogen wij leren om die innerlijke vonk iedere week opnieuw te voeden, zodat wij mensen worden die Sjabbat niet alleen beleven, maar haar ook de wereld indragen.

Dan zal in vervulling gaan wat de profeten hebben beloofd:

Uit een klein en verborgen begin zal HaSjeem nieuw leven doen ontspruiten – bij de Techijat HaMetiem, spoedig, in onze dagen.

במהרה בימינו

De klassieke bronnen

In de Talmoed Bavli wordt de opstanding der doden uitvoerig besproken.

Het Loez-been wordt daar niet uitgebreid beschreven, maar de rabbijnse traditie bespreekt wel dat HaSjeem de mens opnieuw kan opbouwen vanuit een klein, onvergankelijk deel.

In Pirkei deRabbi Eliëzer wordt het Loez-been beschreven als een bot dat niet kan worden verbrand door vuur, niet kan worden opgelost door water en ook niet door vernietiging teniet kan worden gedaan.

Vanuit dit bot zal de opstanding beginnen.

Ook Beresjiet Rabba vermeldt de overlevering dat zich in de mens een bot bevindt dat Loez heet en onvergankelijk is.

De Zohar verbindt het Loez-been rechtstreeks met de Melave Malka.

Daar wordt uitgelegd dat dit bot zijn levenskracht ontvangt uit de maaltijd waarmee wij afscheid nemen van Sjabbat.

Volgens de leer van de heilige Arizal bezit de maaltijd van de Melave Malka een unieke spirituele kracht.

Zij verbindt de heiligheid van Sjabbat met de werkdagen en voedt het Loez-been, dat het potentieel van de toekomstige verlossing in zich draagt.

Laten wij nu verder gaan naar Rabbeinoe Nachman

Wat blijft er over wanneer alles vergaat?

De verborgen kern van de mens

“En het stof keert terug naar de aarde zoals het geweest is, en de geest keert terug tot HaSjeem, Die hem gegeven heeft.”

(Kohelet 12:7)

Alles in de mens lijkt twee wegen te kennen:

Een begin en een einde.

Geboorte en dood.

Opbouw en verval.

Maar onze Wijzen leren dat deze manier van kijken slechts de buitenkant raakt.

De Loez – de onverwoestbare kern

De overlevering spreekt over het Loez-been (Etzem Loez), een verborgen kern in de mens die nooit vergaat.

Noch vuur, noch ontbinding kunnen het aantasten.

Vanuit dit punt zal eens de Techijat HaMetiem beginnen.

De Wijzen discussiëren niet over de precieze anatomische plaats ervan.

Want de betekenis ervan is niet biologisch, maar existentieel.

Er bestaat in de mens iets dat niet vernietigd kan worden.

Maar de Kabbala voegt daar nog een diepere dimensie aan toe.

Deze verborgen kern wordt gevoed door de Melave Malka, de maaltijd waarmee wij Sjabbat begeleiden naar de nieuwe week.

Waarom juist daar?

Omdat juist op dat moment zichtbaar wordt wat de mens werkelijk is.

Niet slechts een lichaam dat werkt en rust,

maar een ziel die in staat is licht binnen te brengen in het gewone leven.

De stap van Kabbala naar Chassidoet

De Kabbala spreekt over de onverwoestbare kern in het lichaam.

De Chassidoet spreekt over de onverwoestbare kern in de ziel.

En hier begint de leer van Rabbi Nachman van Breslov.

“Azamra” – het goede punt vinden

Rabbi Nachman van Breslov leert in zijn bekende leer Azamra:

“Het is verboden in wanhoop te vervallen. Zelfs in de grootste zondaar is nog een goed punt aanwezig.”

Soms is dat punt heel klein.

Bijna onzichtbaar.

Een goede gedachte.

Een kleine mitswa.

Een ogenblik van oprechtheid.

Een vonkje verlangen naar HaSjeem.

En wanneer een mens dat punt vindt en versterkt, zegt Rabbeinoe Nachman, kan zijn hele leven veranderen.

Want het goede is niet verdwenen.

Het is alleen verborgen.

De samenhang tussen Loez en Azamra

Het Loez-been is de lichamelijke uitdrukking van hetzelfde beginsel.

Azamra is de geestelijke uitdrukking ervan.

Beide verkondigen hetzelfde geheim:

Er bestaat in de mens iets dat nooit vernietigd wordt.

De Loez wordt nooit vernietigd in het lichaam.

Het goede punt wordt nooit vernietigd in de ziel.

En juist daar begint iedere vorm van wedergeboorte.

Zowel lichamelijk als geestelijk.

Zoals de Techijat HaMetiem begint vanuit een onverwoestbare kern, zo begint ook iedere persoonlijke vernieuwing vanuit een onverwoestbaar innerlijk punt.

De mens volgens Rabbi Nachman

Rabbi Nachman was niet slechts een leraar van hoop.

Hij was een leraar van radicale hoop.

Hij zegt niet:

“Probeer volmaakt te zijn.”

Hij zegt:

“Vind dat ene goede punt en begin dáár.”

Wie uitsluitend naar zijn fouten kijkt, ziet alleen vernietiging.

Maar wie naar het goede punt kijkt, ziet het onverwoestbare.

Dat is de geestelijke Loez.

Melave Malka – de nacht die niet eindigt

Wanneer Sjabbat eindigt, zou een mens kunnen denken:

“Nu begint de leegte.”

Maar de Melave Malka zegt precies het tegenovergestelde.

De heiligheid verdwijnt niet.

Zij begeleidt ons.

De Zohar zegt dat zij de Loez voedt.

Rabbi Nachman zou zeggen:

Zij voedt het goede punt.

Want juist ná Sjabbat wordt de mens op de proef gesteld.

Kan ik het licht blijven zien wanneer het donker lijkt te worden?

Kan ik het goede punt blijven vinden wanneer de glans verdwenen lijkt?

David HaMelech – de mens die het goede steeds terugvond

Koning David valt – en staat weer op.

Hij zondigt – en keert terug.

Hij strijdt – en blijft zingen.

Daarom is hij de koning die de komst van de Masjiach voorbereidt.

Niet door volmaaktheid,

maar door tesjoeva, door steeds opnieuw terug te keren.

David HaMelech is de mens die telkens opnieuw zijn goede punt wist te vinden.

De diepste betekenis

Misschien is de Loez helemaal geen bot.

Misschien is hij een principe.

De mens kan nooit volledig vernietigd worden.

Niet in zijn lichaam.

Niet in zijn ziel.

Niet in zijn relatie met HaSjeem.

Zolang er ook maar één enkel punt overblijft,

kan alles opnieuw beginnen.

De leer van Loez en Azamra komt samen in één boodschap:

Zoek het punt dat niet verloren is gegaan.

Wanneer wij dat geloven met betrekking tot het lichaam,

noemen wij het Loez.

Wanneer wij het beleven in de ziel,

noemen wij het Azamra.

En wanneer wij het toepassen in het dagelijks leven,

noemen wij het hoop.

Mogen wij leren dit punt te zien, zowel in onszelf als in anderen.

Niet allereerst het gebrokene,

maar het onverwoestbare.

En moge uit dat kleine verborgen punt het grote licht voortkomen waarvan de profeten spreken:

het licht van de Techijat HaMetiem én van de persoonlijke wedergeboorte van iedere mens, vandaag en iedere nieuwe dag opnieuw.

Cookies Notice

Our website uses cookies. If you continue to use this site we will assume that you are happy with this.