“Het was zo dat hij (Eliëzer) nog niet uitgesproken was en Rivka kwam naar buiten” (24:15)
De Tora vertelt uitgebreid over de ontmoeting tussen Eliëzer en Rivka en geeft aan hoe de Hasjĝacha (Voorzienigheid) werkt. G’ds wereldleiding is verborgen. Vele stellen hierdoor vragen, alsof er ‘geen leider voor de wereld’ zou zijn. Toch zijn er verschillende levensgebieden waar men nog steeds een duidelijke sturing van Boven voelt.
Waarom wordt het verhaal van Eliëzer zo gedetailleerd verteld?
Rasji (11e eeuw) legt ons uit, dat de gebeurtenissen met de dienaren van onze Avot (Aartsvaders) zo uitgebreid worden besproken omdat alles wat er toen voorviel kennelijk geliefder is in de ogen van Hasjeem (G’d) dan allerlei ingewikkelde halachot (voorschriften) die veel minder aandacht krijgen in de Tora.
Maar de vraag blijft waarom. Uit de ontmoeting tussen Eliëzer en Rivka kunnen we heel veel leren over derech erets (goed omgaan met de medemens) en chessed (liefdewerk). Onze Wijzen zeggen: “Derech erets kadma laTora” – goed gedrag gaat voor de Tora.
De relatie tussen derech erets en Tora wordt wel eens vergeleken met een boodschappentas tegenover de boodschappen. Als je eieren en aardappelen moet hebben, vervoer je die in een grote boodschappentas. De inhoud heeft een handzame tas nodig want anders gaan de boodschappen verloren, beschadigen ze of kunnen ze niet eens vervoerd worden.
Hetzelfde geldt voor de Tora. Als de Tora niet gehanteerd wordt door een net, beschaafd persoon, kan het gebeuren, dat de Tora misbruikt wordt of totaal verkeerd terecht komt. Pas nadat de mens een basis van goed gedrag gelegd heeft, kan hij hierop verder bouwen met kennis van de Tora. Onbeschaafdheid of onbeschoftheid wordt door onze Wijzen ernstig afgekeurd.
Behalve goed gedrag eisen onze Wijzen ook dat Tora afgewisseld wordt met chessed, liefdewerk. Tora zonder liefde is kennelijk te weinig. Hierin stond Rivka haar mannetje.
GOED EN FOUT VRAGEN AAN HASJEEM
De Talmoed (B.T. Ta’aniet 4a) stelt, dat drie mensen HaSjeem (G’d) a.h.w. uitgedaagd hebben op een wijze, die G’d eigenlijk niet welgevallig was.
Eliezer stelde eigenlijk een onbetamelijk ultimatum aan G’d: ”En het zal zijn: het meisje tot wie ik zeggen zal: neig toch uw kruik, opdat ik drink en die zeggen zal: drink en ook uw kamelen zal ik te drinken geven – haar hebt U bestemd voor uw dienaar Jitschak” (24:14).
Stel, dat het meisje om welke reden dan ook geen gunst had gevonden in de ogen van Jitschak. Toch honoreerde G’d Eliezers verzoek – omdat een meisje, dat geheel vrijwillig voor een totaal vreemde zo’n 1050 liter water schept wel iets heel bijzonders moet zijn. Rivka verscheen op het wereldtoneel; zij was inderdaad de perfecte sjiddoech (aanstaande) voor Jitschak.
Koning Sja’oel beloofde iedereen, die Goliat zou verslaan de hand van zijn dochter Michal.
De held had ook een rasja (slecht mens) kunnen zijn. Maar Sja’oel besefte, dat de overwinnaar zodanig grote zechoejot (verdiensten) moest hebben, dat hij dit risicoloos kon toezeggen.
Alleen Jiftach raakte in de problemen toen hij – na afloop van de oorlog met de Ammoniet – beloofde `het eerste, dat uit zijn huis zou komen” te offeren. Hij had er rekening mee moeten houden, dat er ook een chazzer (varken) uit zijn huis had kunnen komen. Bij een gelofte eist de halacha – Joodse wet – dat men zeer oppassend is. Daarom werd Jiftach onaangenaam verrast toen zijn dochter het eerst zijn huis uitstapte!
