Joods! Tora leren en leven.

Zeven stadia van overlijden

Parsja Chajee Sara  (Bereesjiet/ Genesis 23:1 – 25:18)  

Sara was overleden. Avraham moest door een rouwproces heen. Hoe verloopt zo een rouwproces volgens de Joodse traditie?

In feite kunnen er zeven stadia van afscheid onderscheiden worden, als men ook de anticiperende rouw – het afscheid in de geest wanneer men een overlijden ziet aankomen – in het geheel betrekt.

  • Dertig dagen vóór het overlijden maken de hogere delen van de nesjama (ziel) zich van het lichaam los. Het transcendente deel van de ziel verdwijnt naar hoger sferen. Hiermee verdwijnt ook het ‘Tselem Elokiem’, het G’ddelijk beeld, uit de mens.
  • In de laatste uren voor het verscheiden verdwijnen de laatste resten van de menselijke ziel langzamerhand uit het lichaam.
  • Het werkelijke sterven. In deze fase aanschouwt de nesjama (ziel) de Sjechiena, de G’ddelijke aanwezigheid. De Zohar (mys­tiekleer) vertelt hierbij, dat de nefesj – het laagste niveau van de ziel – zich pas van het lichaam losmaakt nadat zij de Sje­chiena waargenomen heeft. Dit doet een intens verlangen ontstaan om in G’ds nabijheid te vertoeven en dit leidt tot de fysieke dood. Op dit moment begint de eerste rouwfase, de shockfase (Aninoet).
  • Gedurende drie dagen na de dood blijft er toch nog een vrij sterke band tussen ziel en lichaam. Dit wordt als volgt uitgedrukt: ‘De eerste drie dagen na het sterven blijft de nefesj (een lagere vorm van de ziel) het lichaam nog zeer nabij, daar zij meent in het lichaam te kunnen terugkeren. Na drie dagen neemt de nefesj waar, dat het lichaam begint te ontbinden – letterlijk: ‘de glans van het gelaat begint te veranderen’ – en neemt zij voorgoed afscheid van het lichaam’. Gedurende deze drie dagen is de treur (Aweloet) op zijn hevigst, omdat gedurende deze drie dagen de scheiding van nefesj en lichaam nog niet volledig is.
  • Zeven dagen na de begrafenis vindt het volgende scheidingssta­dium plaats: `Rabbi Jehoeda zei: `Gedurende de sjiwwe (treurweek na de begrafenis) gaat de nesjama (ziel) tussen het huis en het graf van de overledene heen en weer en rouwt om het lichaam. Na zeven dagen verdwijnt de nesjama naar steeds hogere sferen’. Daarom duurt de Aweloet (rouw) fase zeven dagen. Na het overlijden blijven op de plaats van overlijden nog zeven transcendente `lichten’ (niveau’s in de ziel) achter, die als het ware moeilijk afscheid kunnen nemen van de aardse woonplaats maar aan de andere kant zich ook niet kunnen afscheiden van het lichaam in het graf. De nesjama ‘reist’ heen en weer tussen graf en huis. Elke dag van de sjiwwe gaat echter één van deze zeven ‘zielekrachten’ of ‘lichten’ over naar het graf.
  • Na dertig dagen verwijdert de nesjama zich nog verder van het lichaam. De Zohar zegt hierover: ‘Gedurende dertig dagen worden lichaam en ziel tezamen berecht.’ Na dertig dagen wordt de nesjama geheel in de Hemel opgenomen en het lichaam gaat over in verregaande staat van ontbinding. Vandaar dat gedurende deze dagen een gedeeltelijke rouw in acht genomen wordt, zoals het verbod van knippen van het hoofd- en baardhaar en het oppersen van kleding.
  • Het laatste stadium vindt plaats na twaalf maanden:‘Gedurende twaalf maanden bestaat het lichaam nog steeds en de nesjama ‘stijgt op en daalt neer’ richting het lichaam. Na twaalf maanden is het lichaam reeds zover vergaan, dat de nesjama hier niet meer naar terugkeert. De band van de nesjama met het lichaam wordt na twaalf maanden totaal verbroken (Talmoed).

Op de `jaartijd’ wordt de overledene herdacht in het herinneringsgebed Jizkor in sjoel.

Het Joodse rouwritueel steunt de verwerking enorm.

Cookies Notice

Our website uses cookies. If you continue to use this site we will assume that you are happy with this.