Heiligheid heeft vele betekenissen maar de grootste gemene deler is wel het verlangen zichzelf te ontstijgen, hoger te reiken
Sarai en Avram verschijnen ten tonele. De Talmoed stelt, dat Sarai en Avram ieder hun eigen `kiroev-programma’ hadden om iedereen naderbij het monotheïsme te brengen. Sarai bekeerde de vrouwen en Avram de mannen. Onze religie wil soms even aparte mannen- en vrouwen groepen.
Waarom niet altijd samen?
Van verschillende zijden wordt kritiek geuit op het scheiden van mannen en vrouwen tijdens het gemeenschappelijke gebed. In deze tijd van emancipatie wordt het als discriminatoir ervaren. Binnen de christelijke kerk is een scheiding tussen de sexen gedurende de dienst onbekend.
Het historische argument, dat de mechietsa een uiting zou zijn van aanpassing aan de overheersende islamitische cultuur is onjuist.
Verschillende klassieke schrijvers, zoals Flavius Josephus (38-100), maken reeds melding van gescheiden zitten in de periode van de tweede Tempel. Aparte afdelingen worden reeds in de Misjna (de Mondelinge Traditie, geredigeerd omstreeks 200) en de Talmoed (geredigeerd circa 500) vermeld.
Hetzelfde geldt dan voor de inrichting van de synagoge, die als een miniatuur-Tempel beschouwd wordt in de klassieke joodse bronnen.
Joodse oorsprong
De mechietsa heeft dus een duidelijk joodse oorsprong. Niet het instellen doch juist het afschaffen van de mechietsa is navolging van gebruiken en zeden uit onze omgeving.
Het jodendom is zo puur gebleven dankzij het bewustzijn dat het in religieus opzicht onafhankelijk is van opvattingen uit de omringende wereld.
Imitatie van gewoonten uit andere gezindten duidt op inferioriteitsgevoelens. Superioriteitsgevoelens ten opzichte van anderen zijn het jodendom vreemd; de eigen identiteit en opvattingen moeten echter als een kostbaar kleinood gekoesterd worden.
Dat gescheiden zitten een uiting zou zijn van de inferieure positie van de vrouw binnen het jodendom acht ik een aanvechtbare stelling. De joodse traditie erkent de gelijkwaardigheid van man en vrouw. Maar gelijkwaardigheid betekent niet automatisch functionele gelijkheid.
Rechtsgelijkheid is niet per se functiegelijkheid
Vanuit het christendom wordt gepropageerd, dat `families that pray together stay together’, samen bidden leidt tot grotere gezinssaamhorigheid. Het jodendom gaat er echter vanuit dat een stabiel gezinsleven thuis moet worden opgebouwd.
De synagoge is de arena voor de relatie met God. De joodse opvatting omtrent davvenen – bidden – komt naar voren in de vertaling van het woord tefilla – gebed. Tefilla betekent onder andere `zichzelf beoordelen’. Wanneer men voor God staat, gaat men zijn wegen na. Men onderwerpt zichzelf aan een kritische beschouwing vanuit G’ds standpunt. Davvenen heet in de Talmoed `avoda sjebaleev’: het bewerken, openstellen, verfijnen en offeren van het hart.
Deze volledige concentratie op het Opperwezen, het totale bewustzijn van alleen G’d en niets anders, heet in de halacha (joodse wet) kavvana – concentratie. Zonder kavvana is het gebed een keten holle frasen.
Willen wij in een toestand van volledige kavvana geraken dan dienen wij onze omgeving zo in te richten, dat niets ons hiervan afleidt. Daarom is praten in sjoel niet toegestaan. Ook uw buurman heeft recht op een ongestoorde aandacht tijdens de dienst.
Directe fysieke aanwezigheid van de andere sexe is een andere aandachtstorende factor. Hoe kan men van de gemiddelde mens verwachten dat deze de aandacht volledig op G’d concentreert, als de ogen zich elders richten?
De joodse wet erkent ’s mensens zwakheden en houdt hier rekening mee. De mechietsa beschermt de mens tegen bewuste of onbewuste interesses buiten het gebed en werkt preventief.
Niet alleen wat wij zien leidt ons af; zelfs een marginaal bewustzijn van de aandacht of aanwezigheid van de andere sexe zorgt voor een wat wufte sfeer. Die kan niet direct oneerbiedig genoemd worden maar toch een gebrek aan serieuze oplettendheid in de hand werken.
Een synagoge is een heilige plaats. Heiligheid heeft vele betekenissen maar de grootste gemene deler is wel het verlangen zichzelf te ontstijgen, hoger te reiken.
