G’d beveelt Avram naar Israel te trekken. Wegens hongersnood daalt hij af naar Egypte. Vlak voor de grens verstopt Avram zijn mooie vrouw Sarai op haar verzoek in een grote koffer maar ze wordt geschaakt door de Pharao. G’d zendt ziekten zodat Sarai ongedeerd bij Avram terugkomt.
Religie leek even gemarginaliseerd in onze seculiere samenleving maar het staat weer helemaal centraal. Hoofddoekjes en keppels in de openbare ruimte maken veel emoties los.
Awraham ging met de uitzonderlijk knappe Sarai naar Egypte (er waren vier bijzonder mooie vrouwen: Sarai, Rachav, Avigail en Ester). Hoewel Avram vermoedde wat hem te wachten stond, durfde hij de reis naar Egypte met Sarai toch aan omdat hij voelde dat de Sjechina, de G’ddelijke Aanwezigheid met Sarai was. Maar omdat zij niet wilden vertrouwen op wonderen, namen zij voorzorgsmaatregelen. Voor ons geestesoog verschijnt hier het geheim van de Joodse ingetogenheid.
Onze Aartsmoeders waren mooi maar zeker geen blikvangers. Zij waren ingetogen. Bij ingetogenheid (tsenioet) gaat het om iets heel anders. Jodendom is een `way of life’ waarbij men het leven volgens de G’ddelijke wet heiligt. Dit betekent dat de relaties tussen mensen en de relatie mens-G’d voortdurend bestendigd worden. Daarom wordt er ook ten aanzien van de omgang tussen de seksen veel geregeld. Tsenioet is een vorm van gedrag waarbij de mens zich er rekenschap van geeft tegenover de Schepper te staan. Dit geldt voor vrouwen en mannen. Mannen mogen geen aanstoot geven en bij het dansen zorgen vrouwen ervoor dat mannen hen niet zo makkelijk kunnen zien.
Tsenioet heeft niet alleen betrekking op kleding maar ook op gedrag. Om vrouwen te beschermen tegen te grote afhankelijkheid van het mannelijk oog, zijn er regels, die aan kleding gesteld worden. Maar die gelden ook voor mannen.
Ons diepste wezen laat zich niet zo makkelijk ‘veruiterlijken’. Een nep-spiritualist wil aandacht. Een echte nesjama (ziel) wil zo dicht mogelijk bij zichzelf blijven. Ware Joodse leidsters (onze Aartsmoeders) waren teruggetrokken mensen die aanhangers aantrokken omdat hun `fans’ hun intense spiritualiteit aanvoelden. Daarom worden anonieme goede daden zo gewaardeerd. De hoogste vorm van liefdadigheid, tsedaka, wordt in het geheim uitgevoerd.
Oprechte ingetogenheid laat ruimte voor de ander, toont liefde en ontzag voor G’d en gehechtheid aan de traditie. Tsenioet wil juist dat we naar binnen kijken, terwijl het streven naar zo min mogelijk kleding ons totaal ongevoelig wil maken voor speciale eigenschappen van intimiteit en seksualiteit. In intieme relaties willen we een speciaal gevoel houden. Gevoeligheid voor onze natuurlijke aantrekkingskracht is te belangrijk om daar zomaar mee te koop te lopen. Te weinig is mis maar teveel is ook niet de bedoeling.
In sommige kringen wordt het vrouwelijke volledig weggemoffeld. In het Jodendom is dit niet bepaald het geval. Mannen lopen met een keppel, omdat juist zij moeten beseffen dat G’d boven hen is. Pas als een vrouw getrouwd is, bedekt ze haar haar.
Uit het gebruik van een sjeitel (pruik) blijkt dat het er bij ingetogenheid niet om gaat om er zo slecht mogelijk uit te zien. Een sjeitel draagt men voor zichzelf als uiting van haar status als getrouwde vrouw. Een soortgelijke bepaling geldt voor make-up. Als tsenioet er om ging om de mens zo onaantrekkelijk mogelijk te maken, dan zou make-up uit den boze zijn. Dat is niet zo. Het zelfrespect van ieder mens ligt er deels zeker in goed voor de dag te komen. Maar zelfexpressie van het G’ddelijke in ons moet de boventoon voeren. Daarom hoeven Joodse mannen en vrouwen hun hoofd maar gedeeltelijk bedekt te houden.
