Avraham en Sara baden zeer intens om een kind. Wanhopig stelde Sara aan Avraham voor om met Hagar te trouwen. Avraham en Hagar kregen een zoon: Jisjmaeel. Later kreeg Sara op 90-jarige leeftijd een eigen kind: Jitschak (Gen 21:1-6): “G’d nu zag om naar Sara zoals Hij gezegd had; G’d deed bij Sara zoals Hij gesproken had. Sara werd zwanger en baarde Avraham een zoon in zijn ouderdom, op de vastgestelde tijd die G’d hem genoemd had. Avraham gaf zijn zoon die hem geboren was, die Sara hem gebaard had, de naam Jitschak. Jitschak betekent: hij lacht. En Avraham besneed zijn zoon Jitschak, toen die acht dagen oud was, zoals G’d hem geboden had. Avraham was honderd jaar oud, toen zijn zoon Jitschak hem geboren werd. Sara zei: G’d heeft mij doen lachen; ieder die het hoort, zal met mij meelachen“. Er heerste grote vreugde in het huis van Avraham en Sara. Kinderen staan centraal in de Tora. Alleen zo kan de religie worden voortgedragen tot de Messiaanse tijden.
Alle schepselen gezegend met vruchtbaarheid
Al in het verhaal van de schepping zegent HaSjeem (G’d) de schepselen, de mens incluis, met de zegen “weest vruchtbaar en wordt talrijk“, een zegen en een gebod, die herhaald worden nadat Noach en zijn familie de ark verlaten hadden (Bereesjiet/Gen. 8:17). In de gedetailleerde herhaling van het scheppingsverhaal, in hoofdstuk twee van Bereesjiet (Genesis), geeft de Tora duidelijk aan: “het is niet goed dat de mens alleen zij” (Bereesjiet/Gen. 2:18). Hiermee hebben de twee elementen van voortplanting, dat wil zeggen: het partnerschap en het krijgen van kinderen, een prominente rol gekregen in het prille begin van onze wereld, volgens de religieus-Joodse visie.
Centraal thema
Als we verder lezen in het boek Bereesjiet, zien we dat een groot deel van het boek gewijd is aan partnerkeuze, aan de kinderwens, en aan het daadwerkelijke voortbrengen van deze kinderen. Enkele voorbeelden mogen dit illustreren: de moeite die gedaan is om voor aartsvader Jitschak een goede partner, Rivka, te vinden staat uitgebreid beschreven in hoofdstuk 24. De kinderwens en de frustratie die uit een onvervulde kinderwens voorkomt horen we in aartsmoeder Sara’s woorden : “misschien zal ik uit haar opgebouwd worden“, gesproken op het moment dat zij haar man voorstelt met haar slavin Hagar te trouwen, opdat die een kind zal baren. In hoofdstuk 25 pasoek 21 lezen we dat ook de vader van een kinderloos gezin, de tweede aartsvader Jitschak, alles doet wat in zijn mogelijkheden ligt, teneinde deze situatie te veranderen. Grote delen van hoofdstukken 29 en 30 verhalen over trouwen en kinderen krijgen. Aartsmoeder Racheel spant de kroon, door haar man te confronteren met haar noodkreet: “geef mij kinderen, zoniet, dan sterf ik!” .
Volgens de Talmoed staat er geen enkele overbodige letter in de Tora, en het feit dat dusdanig uitgebreid aandacht wordt gegeven aan het opbouwen van families, toont dat binnen het Jodendom dit onderwerp grote prioriteit heeft.
Leerlingen tellen als kinderen
Avraham geeft aan dat zonder kinderen de G’ddelijke zegeningen uiteindelijk nutteloos zouden zijn . Zonder kinderen kan het Jodendom niet aan een nieuwe generatie worden doorgegeven, hoewel leerlingen (talmidiem) en studenten, die de Tora-lessen van hun Rebbe (meester) volgens de joodse traditie evenzeer als (spirituele) kinderen tellen.
Zegen alleen vanwege de vrouw
Hoewel het lijkt dat het instituut van trouwen louter op de voortplanting gericht is, laten andere Joodse bronnen een ander geluid horen. In de Talmoed staan enkele frappante aanwijzingen inzake de lof van het huwelijk, ook in het geval dat het een kinderloos huwelijk zal zijn, bijvoorbeeld in geval dat de partners de vruchtbare leeftijd al overschreden hebben. Zo lezen we in de Talmoed :
אמר רבי תנחום א”ר חנילאי: כל אדם שאין לו אשה – שרוי בלא שמחה, בלא ברכה, בלא טובה
Rabbi Tanchoem zei in naam van rabbi Chanilai: “een ieder die geen vrouw heeft, leeft zijn leven zonder vreugde, zonder zegen en zonder goeds“. En elders :
“אין ברכה מצויה בתוך ביתו של אדם אלא בשביל אשתו”
parafrase: “de aanwezigheid of afwezigheid van een G’ddelijke zegening van een mans’ huis is uitsluitend wegens zijn vrouw“.
Met dank aan mijn broer Dani, die de gegevens van deze tekst ter beschikking heeft gesteld voor dit artikel.
