Joods! Tora leren en leven.

Alle uitspraken in het Hebreeuws zijn even geldig

Zijn alle uitspraken even traditioneel en geldig? Het Jodendom leeft bij gratie van zijn traditie en de vraag is, hoe deze verschillende uitspraken zijn ontstaan. De meest brandende vraag luidt: welke uitspraak is de juiste?

Het verlossende woord in deze werd gesproken door Reb Mosjé Feinstein (20e eeuw, New York), een leidende halachist uit Amerika.

Rav Feinstein begint met de opmerking, dat het waarschijnlijk is, dat alle Joden, toen zij nog allen in Israël woonden ten tijde van de eerste Tempel (omstreeks 1000-500 v.d.g.j.), dezelfde uitspraak hadden.

Nadat de Joden over alle landen van de wereld waren verspreid, ontstonden door verschillen in intonatie en tongval verschillen in uitspraak.

Iedere erkende uitspraak heet traditioneel

Reb Mosje’s hoofdvraag luidt of de vele verschillende uitspraken, waarvan noodzakelijkerwijs slechts één de juiste is, alle nog onder het hoofdje ’traditioneel’ kunnen vallen.

En zijn antwoord op de vraag is al even opmerkelijk: “Iedere erkende en vaste uitspraak, die binnen een bepaalde groepering geaccepteerd is, heet traditioneel“.

Verstrekkende consequenties

Deze benadering heeft binnen het orthodoxe Jodendom verstrekkende consequenties. Het Jodendom leeft bij gratie van zijn traditie. Dit impliceert, dat iedere groepering blijft vasthouden aan zijn eigen traditionele uitspraak.

Betekent dit nu ook, dat ik als Asjkenazische Jood mijn plicht om iedere Sjabbat de wekelijkse Tora-afdeling te horen voorlezen ook kan vervullen door naar een Sefardische voorlezer te luisteren?

Uit de beslissing van Rav M. Feinstein moge blijken dat dit mogelijk is, indien de voorlezer een legitieme uitspraak volgt.

Relatieve voordelen van uitspraken

Zijn er dan toch niet betere en minder goede uitspraken?

De vraag naar de meest juiste uitspraak speelde ook in vroeger eeuwen. Verschillende auteurs verklaren de Sefardische uitspraak superieur, omdat het Joodse wetboek Sjoelchan Aroech (53:12) ervoor waarschuwt, dat iemand, die geen verschil maakt tussen en alef en en ajin niet mag voorgaan in het gebed.

Voordelen van het Asjkenazisch

Niettemin wijst R. Awraham Löwenstamm, Rabbijn te Emden omstreeks 1800, er op, dat ook de Asjkenazische uitspraak zijn voordelen heeft, omdat het duidelijker onderscheidt tussen A- en O-klanken en tussen medeklinkers met een punt erin, die hard worden uitgesproken en die zonder punt, die zacht worden uitgesproken.

Moeilijk van uitspraak te switchen

Hij verzet zich dan ook tegen de aanname van de Sefardisch uitspraak in Asjkenazische gemeenten. Hij onderbouwt zijn betoog tevens met het argument, dat het voor iemand, die in het Asjkenazisch is opgevoed vrijwel onmogelijk is om de Sefardische uitspraak goed onder de knie te krijgen. Als Asjkenaziem de Sefardische uitspraak zouden overnemen zou het resultaat noch vis noch vlees zijn. Dit is zeker ongewenst.

Rabbi Nathan Adler

In de responsaliteratuur wordt nog gewezen op de attitude van Rabbi Nathan Adler (1741 – 1800) uit Frankfort, die beschouwd werd als één van der grootste halachisten uit zijn tijd.

Rav Adler stapte op een goed moment van Asjkenazisch over op Sefardisch. Maar hij was de enige in Frankfort, die dit deed, terwijl alle andere groten uit die tijd de Asjkenazische uitspraak bleven volgen. Bovendien wijst één van de leerlingen van Rav N. Adler op het feit, dat Rav Adler gedurende 2 tot 3 jaar een Sefardische leraar in huis had, die hem de juiste uitspraak bijbracht.

Cookies Notice

Our website uses cookies. If you continue to use this site we will assume that you are happy with this.