Davvenen (bidden) voor kinderen
“Dit zijn de voortbrengselen van Jitschak, de zoon van Avraham; Avraham bracht Jitschak voort” (25:19).
Onze Aartsvaders moesten hard davvenen (bidden) voor kinderen. Jitschak was veertig jaar toen hij trouwde maar moest 20 jaar wachten voordat hij Ja’akov en Esav kreeg. Zijn ouders Avraham en Sara moesten naar schatting 70 jaar wachten voordat zij Jitschak kregen en ook zijn zoon Ja’akov kon zeer lang geen kinderen krijgen bij zijn vrouw Racheel. Waarom hebben de Aartsvaders altijd zo’n moeite gehad met het krijgen van kinderen?
Continuïteit van het Jodendom
Kinderen zijn de essentie van het bestaan in het Joodse leven. Uiteindelijk draait alles om de voortzetting van het Jodendom. De Talmoed geeft een antwoord: G’d wil zo graag de gebeden van de Tsadikiem (heiligen) horen. Als wij davvenen zijn we vaak eigenlijk al binnen een half uur klaar. Als het heel erg druk is, kunnen we ook in 20 minuten davvenen. Maar eigenlijk is dit geen davvenen.
Bijzondere kedoesja-qualiteit bij heilige zielen
Awraham, Jitschak en Ja’akov en met hen vele andere Tsadikiem uit alle generaties (denk aan Channa, de moeder van de profeet Sjemoe’eel (Samuel)) moesten inderdaad lang davvenen voor kinderen. Maar deze kinderen waarvoor lang gedavvend was, waren dan ook van een heel speciale geestelijke grootte. Door lang davvenen kan het zo zijn, dat er heel hoge nesjamot (geesten, zielen) vanuit de Hemel afdalen. G’d wil inderdaad graag de gebeden van de Tsadikiem (heiligen) horen. Maar het effect van deze langdurige en intense gebeden is er dan ook naar. Jitschak bijvoorbeeld was van zo een bijzondere kedoesja-qualiteit, dat wij nog steeds door G’d bedacht worden als nakomelingen van zo een bijzonder heilige persoonlijkheid. Als we nadenken over de Akedat Jitschak, het binden van Jitschak, kunnen we wellicht een tipje van de sluier van de hoogte van zijn toewijding aan G’d begrijpen.
Troost bij onvrijwillige kinderloosheid
Kinderloze echtparen mogen overigens niet wanhopen. Kinderloosheid is een ware beproeving, dat beseft iedereen. Maar niettemin bestaan er ook andere methoden om de voortzetting van het Jodendom te waarborgen. De Talmoed vertelt, dat ‘iedereen, die andermans kinderen Tora onderwijst, is alsof hij deze leerlingen op de wereld heeft gezet’. Het klinkt als een schrale troost maar is dit zeker niet. Sommige commentatoren nemen deze uitspraak letterlijk in deze zin, dat het ware voortplantingsproces een geestelijk en spiritueel voortplantingsproces is. Goede leerlingen kunnen veel voor hun geestelijke ouders betekenen.
Totale transformatie van persoonlijkheid
Het davvenen van onze Aartsvaders en Aartsmoeders was van een veel hoger niveau, van een veel intenser kwaliteit dan ons davvenen. Het was een Tsadiek-davvenen. Dan is er sprake van een totale transformatie van zijn of haar persoonlijkheid. Men kan het vergelijken met een uittreding. Men verlaat als het ware zijn lichaam om zich te hechten aan de alomtegenwoordige Almachtige.
Negen uur davvenen (gebed) per dag
De Talmoed vertelt over de grote Tsadikiem van 2000 jaar geleden. Zij spendeerden aan elk gebed drie uur. Zij bereidden zich een uur voor op hun gebeden, davvenden een uur en hadden een uur nodig om ‘af te koelen’ en terug te keren naar de realiteit. Men kan dit laatste misschien vergelijken met iemand die heel diep duikt. Als je van een diepzeeduik naar de oppervlakte van de zee wil, moet je dat niet direct doen. Dat kan desastreuze gevolgen hebben: wanneer een duiker te snel naar boven gaat, overleeft hij het niet.
Hun Tora-lernen en Parnose
De Talmoed vraagt zich wat er met hun Tora-lernen en Parnose (levensonderhoud) gebeurde. Het antwoord luidt, dat zij door hun intense gebeden een enorme ‘Sejata diSjemaja’ kregen, hulp van Boven waardoor hun lernen van een ongekend hoog niveau werd en G’d hen met hun werk hielp, zodat al hun aardse inspanningen veel meer resultaat opleverde dan normaal.
Kedoesja voorwaarde voor de joodse continuïteit
Davvenende Tsadikiem zijn in een andere wereld geweest. Wanneer een Tsadiek vanuit de hogere regionen terugkeert naar de aarde, kost dat tijd. Hij kan niet zo vanuit zijn diepste innerlijke gevoelens van hechting aan het Opperwezen terugspringen in deze wereld van mobiele telefoons, radio, televisie en computers. Dat is een volledige omschakeling. Wanneer onze voorouders davvenden, dan was dat in een geest van een geweldige heiligheid (kedoesja). En dat was een voorwaarde voor de continuïteit van het ware Jodendom.
Kinderen met een hoog spiritueel niveau
Wanneer de ouders gezond zijn, zijn over het algemeen de kinderen ook gezond. Dit geldt ook op spiritueel niveau. Wanneer de ouders op een hoog spiritueel niveau staan, staan de kinderen dat vaak ook. Wanneer G’d het gebed van de heiligen wenst, bedoelt Hij daarmee dat Hij een dusdanig intens contact wil hebben met de grote leiders van ons volk, dat zij naar een veel hogere wereld opstijgen. Pas onder die omstandigheden kunnen zij ook grote kinderen voortbrengen.
Gebed en huiselijke vrede
Wanneer onze Aartsvaders kinderen krijgen, zijn de kinderen zelf ook weer Aartsvaders. Maar de heiligheid van de samenleving alleen is onvoldoende. Er bestaat ook zo iets als een omgeving, een atmosfeer waarin de kinderen worden grootgebracht en de manier waarop zij worden opgevoed. Vijftig procent van het succes bij het opvoeden van kinderen is gebed, maar vijftig procent bestaat uit huiselijke vrede (sjalom bajit). Wanneer de ouders vechten en negatieve opmerkingen naar elkaar maken, is het bijzonder moeilijk om kinderen positief op te voeden.
Voor elkaar davvenen
”Jitschak bad vurig tot HaSjeem in het bijzijn van zijn vrouw, want zij was onvruchtbaar. En G’d liet Zich door hem verbidden, zodat Rivka, zijn vrouw, zwanger werd (Gen. 25:21). Wat betekent in het bijzijn van zijn vrouw? Wanneer twee mensen scheiden, laat zelfs het altaar daarover tranen (Talmoed). Eén offer kan het altaar niet verdragen: het offer van de kinderen. De kinderen zijn het offer van een huishouden waar doorlopend gevochten wordt. Wanneer de Tora vertelt dat Jitschak tegenover zijn vrouw davvende, gaf dat het spiritueel niveau aan van het tweede paar Aartsouders. Ze davvenden en stonden elkaar terzijde. Dat is het bajit ne’eman waarvoor we ook levenslang moeten davvenen, het ideale Joodse huis. Wanneer ouders elkaar terzijde staan, kunnen de kinderen hier veel van leren over de zo uiterst belangrijke ‘interne vrede’.
