Joods! Tora leren en leven.

Waarom hebben wij de mitswot gekregen?

In parsja Toledot wordt Ja’akov, onze derde Aartsvader geboren. Hij wordt de ‚amoed haTora‘ – het fundament van de Tora genoemd. Wij leven naar de Tora en doen de mitswot (geboden).

G’d naderbijbrengen

De mitswot zijn ons gegeven, zegt één van de opvattingen, om nader tot HaSjeem (G’d) te komen. Hoewel alles geboden is, geeft het ons een innerlijke bevrediging om in G‘ds wegen te gaan. 

Waarom? Omdat we nesjama Elokiet, een G’ddelijke ziel hebben, die zich met HaSjeem verbinden wil.

Hoewel het woord mitswa “gebod” betekent, heeft in het Joodse spraakgebruik het woord mitswa de betekenis gekregen van “een genoegen, een plezier”. Zo kan men horen zeggen: ach, doe me een mitswe en doe dit of dat….Dat betekent dan: doe me een plezier.

Een tweede mening stelt, dat de mitswot ons gegeven zijn om ons te louteren en te zuiveren. Beide betekenissen – gebod en goede daad – passen in deze uitleg.  Want of we elkaar nu een plezier doen omdat het een mitswa (een gebod) is of gewoon een aardige geste of een daad van spontane liefde uit een opwelling van genegenheid voor elkaar, beide louteren ons en zuiveren ons karakter van egoisme naar naastenliefde.

Toch een verschil

Er bestaat niettemin een groot verschil tussen een gebod van het Opperwezen en een spontane opwelling om iets goeds te doen voor iemand anders. Wanneer wij een opdracht van G’d uitvoeren staan we in verbinding met het Opperwezen.

Men kan dit vergelijken met een professor, die een student vraagt iets voor hem te doen. Zodra de student doet wat de professor wil, ontstaat een band tussen de opdrachtgever en de uitvoerder. Door deze band ontstijgen wij onszelf en komen wij op een hoger niveau.

Wanneer wij uit eigen initiatief iets goeds doen, ontstaat niet automatisch een band tussen HaSjeem en de mens. En het is deze nabijheid die wij zoeken.

Derde dimensie

Dit impliceert, dat de kawwana (intentie) in ons handelen essentieel is. Doen wij iets goeds omdat ons goede gevoel of ons geweten ons dit ingeeft, dan ontstaat een band op intermenselijk niveau.

Het Jodendom ziet graag, dat er ook nog een derde dimensie ontstaat door ons goede gedrag: de band met de Schepper van Hemel en aarde.

Het mag toch een zegen worden genoemd, dat de fysieke mens zo hoog kan reiken, dat hij door eenvoudige, materiele daden van menslievendheid zonder meer in contact kan treden met G’d, het hoogste dat een mens in zijn leven kan bereiken.

Contact met het G’ddelijke in de wereld ligt binnen handbereik. Het is een kwestie van de goede intentie bij de goede daad.

Cookies Notice

Our website uses cookies. If you continue to use this site we will assume that you are happy with this.