Joods! Tora leren en leven.

Wie bracht het werkelijke offer?

De grootste test van Avraham was de offerande van Jitschak, de Akeda. We beroepen ons ook in onze gebeden doorlopend op de verdiensten van Avraham en Jitschak. We doelen dan op de offerande van Jitschak, de Akeda.

Wat een beproeving was de Akeda! Voor deze zoon had hij zijn hele leven gedavvend (gebeden).

Maar wie bracht nu eigenlijk het werkelijke offer, Avraham of Jitschak?

Hoe vreselijk het ook is om getuige te moeten zijn van een slachting van een mens, toch is het echte slachtoffer degene die op het altaar wordt gebonden!

Jitschak uit geen enkel protest

Hij was 37 jaar oud. Toch doet hij geen beroep op Avrahams medelijden. Sterker nog, in de episode van de Akeda staat drie keer het woord ‘jachdav-samen’. Dit betekent dat Avraham en Jitschak met gelijke gevoelens en intenties op weg waren naar de offerande.

Jitschaks niveau mag niet worden onderschat

Daarom heet de offerande ook de Akeda van Jitschak. Maimonides legt het verschil tussen Avraham en Jitschak uit. Avraham was degene die G’ds opdracht zelf vernomen had. Het was de waarheid van zijn eigen profetie die hem nu dwong te handelen. Zou Avraham niet die volledige waarheid van zijn eigen inspiratie hebben gevoeld, dan zou hij niet alles hebben opgeofferd waarvoor hij zijn hele leven had gestreden. Altijd had hij mensenoffers veroordeeld! Kinderoffers waren hem totaal vreemd, hoewel deze gebruikelijk waren in zijn tijd. Avraham had zeer vele jaren gedawwend (gebeden) voor een zoon met Sara.

Jitschak had niets direct van HaSjeem (G’d) gehoord

Maar heeft Jitschak iets direct van G’d gehoord? Nee! De enige van wie hij begreep dat hij geofferd zou worden was zijn vader Avraham.

Was Jitschak misschien een willoos kind?

De tekst van de Akeda lijkt dit niet te bevestigen. Of ze onderweg gesproken hebben, vermeldt de Tora niet. Maar op de derde reisdag begint Jitschak te spreken. De tekst begint met wajomer – ‘En hij sprak tot zijn vader’ (22:7). De woorden van Jitschak worden echter niet geciteerd. Wel volgt er een tweede wajomer: wajomer avi (en hij zei: mijn vader). Pas wanneer Avraham in dezelfde vers Jitschak beantwoordt met: “Hier ben ik”, is Jitschak in staat zijn vraag te formuleren: “En hij zei: ‘Zie hier is het vuur en het hout, maar waar is het lam voor het brandoffer?” (22:7).

Jitschak wordt zich steeds bewuster van de situatie

Eerst opent hij zijn mond maar kan geen woord uitbrengen. Is het inderdaad waar dat zijn lieve vader hem naar de slachtbank leidt? Hij kan zijn vraag niet eens formuleren. Jitschak begint maar breekt zijn vraag middenin af. De tweede keer zegt hij alleen “Mijn vader”. Meer kan hij niet uitbrengen. Jitschak was bekend met de kinderoffers voor de Moloch maar kon zich niet voorstellen dat deze reis zou culmineren in een mensoffer. Dit was onvoorstelbaar in het huis van Avraham.

Jitschak probeert het voor een derde keer en vraagt indirect

Avraham antwoordt indirect, dat “G’d Zelf het lam zal verzorgen als brandoffer, mijn zoon” (22:8). Bedoelde Avraham, dat zijn zoon als brandoffer gebracht zou worden? Als we verder kijken, zien we dat zij ‘beiden samen verder liepen’ (22:8). Wat is dat, samenlopen, als een van hen wellicht helemaal niet zal terugkeren?

Jitschak begreep, dat hij op het altaar zou eindigen

Rasjie maakt duidelijk dat samenlopen betekent dat zelfs toen Jitschak begreep, dat hij op het altaar zou eindigen, zij nog steeds gelijk voelden en beiden bereid waren om deze onbegrijpelijke opdracht van G’d te vervullen. Juist Jitschak, die het gebod van zelfopoffering niet van G’d had gehoord, onderhoudt een diepe band met alle toekomstige generaties. Alle mensen, die in de loop der eeuwen het leven lieten, in de tijd van de kruistochten, op de brandstapels van de Inquisitie en gedurende de Holocaust, hadden zelf ook nooit gehoord dat zij hun leven moesten geven voor hun geloof.

Avraham was de eerste Jood maar Jitschak was het begin van de Joodse traditie van kiddoesj HaSjeem – het heiligen van G’ds naam.

Kiddoesj HaSjeem (heiliging van G’ds naam)

Kiddoesj HaSjeem (heiliging van G’ds naam) betekent dat wij alle samen, eensgezind en eendrachtig, individueel maar zeker ook als Joodse gemeente, zowel naar binnen als naar buiten, ons goed religieus moeten gedragen.

Dit doen we door samen mee te bouwen aan een goede Joodse toekomst waar onze kinderen onze eeuwenoude erfenis trots verder dragen in de geschiedenis ad biat go’eel tsedek bimhera vejamenoe Ameen!

Cookies Notice

Our website uses cookies. If you continue to use this site we will assume that you are happy with this.