Joods! Tora leren en leven.

Inhoudelijk bekeken en verteld

Ja’akov had twaalf zonen:

  • Re’oeween, Sjimon, Levi, Jehoeda, Jissachar en Zevoeloen waren zonen van Leah.
  • Joseef en Benjamin waren de zonen van Racheel.
  • Dan en Naftali waren de zonen van Bilha, de dienares van Racheel.
  • Gad en Asjeer waren de zonen van Zilpa, de dienares van Leah.

De broers werden jaloers op Joseef

Ja’akov was net teruggekeerd naar het land Kena’an. Daar ging hij wonen met zijn familie. Hij hield natuurlijk van al zijn kinderen even veel maar toch was één kind absoluut de top. Dat was Joseef.

Joseef kreeg een prachtige jas met veel kleuren van zijn vader. Joseef droeg dat de hele tijd. Zijn broers werden jaloers. Maar ze waren toch niet zo erg jaloers totdat Joseef begon te spreken over zijn dromen.

“We waren met zijn allen in het veld en we waren bezig het stro te bundelen. Maar plotseling stond mijn bundel stro rechter op en jullie bundels bogen voor die van mij!”

“Wat?!” Riepen de broers van Joseef.

“Denk je dat jij als jongste broertje koning zult worden over ons? Denk jij dat we voor jou zullen buigen?!” En de broers stonden op en gingen weg. Ze konden het niet meer aanhoren.

De tweede droom

Joseef hield echter vol en later vertelde hij zijn nieuwste droom: “In mijn laatste droom bogen de zon, de maan en de elf sterren allemaal voor mij!” “O nee,” zeiden zijn broers, “wil je ons nu vertellen dat onze vader, onze moeder en wijzelf met zijn allen zullen buigen voor jou? Wat een chotspe! Wat een brutaliteit!”

Zelfs Ja’akov was boos. Hij zag hoe Joseef zijn broers jaloers maakte. “Doe niet zo gek,” vertelde hij Joseef waar iedereen bij was “waarom zouden we met z’n allen voor jou buigen? Houd op met die onzin!” Ja’akov wist dat de dromen best konden uitkomen, maar hij wilde niet dat de broers jaloers zouden worden op Joseef.

Joseef op weg naar zijn broers

Hij was zeventien jaar oud toen zijn vader hem riep en zei: “Joseef, jouw broers weiden de schaapjes in Sjechem. Ga ze bezoeken en kijk wat ze doen en laat mij dan weten hoe het met ze is”. Joseef ging naar Sjechem maar zijn broers waren daar al weg. Hij rende ze achterna. De broers van Joseef zagen zijn jas met veel kleuren al op een afstand.

Ze wisten dat hij er aankwam: “Kijk, daar komt die droomkoning” zei een van hen. “Hij gaat ons weer een van zijn dromen vertellen. Laten we ons voor eens en altijd van hem ontdoen” zei een tweede broer. “Goed idee” zei een derde, “en laten we kijken wat er dan met zijn dromen gebeurt”.

Re’oeweens plan

Maar plotseling stond zijn oudste broer Re’oeween op en zei: “Nee, wij gaan die jongen niet doodslaan, we gooien hem in een put. De slangen en schorpioenen zullen de rest doen”.

In het geheim wilde Re’oeween terugkomen om zijn broertje uit de put te redden. Toen Joseef bij zijn broers aankwam grepen ze hem vast, trokken hem zijn prachtige jas uit en gooiden hem in de put. Re’oeween moest even weg maar waarschuwde zijn broers dat ze Joseef niet mochten aanvallen wanneer hij weg was.

Joseef verkocht aan Arabieren

Toen de broers later zaten te eten zagen zij een karavaan van Arabieren. De kamelen waren volgeladen met de heerlijkste specerijen en allerlei prachtige mooie dingen. “Waarom laten wij Joseef eigenlijk sterven in de put wanneer we hem kunnen verkopen aan deze handelaren,” stelde Jehoeda voor aan zijn broers.

Ze besloten Joseef uit de put te trekken. Ze brachten hem naar de Arabische karavaan en verkochten hem. Toen Re’oeween terugkwam, zag hij dat de put leeg was: “Waar is Joseef,” vroeg hij. De andere broers vertelden hem wat er gebeurd was. “Wat?! Hebben jullie het dan niet begrepen dat onze vader dood zal gaan als hij hoort dat Joseef verdwenen is?”.

Joseef’s jas gedoopt in geitenbloed

De broers besloten toen dat ze hun vader zouden vertellen dat Joseef gedood was door een wild dier. Ze slachtten een geitje en doopten Joseef’s jas in het bloed en scheurden de jas ook op verschillende plaatsen. “Niemand zal ooit de waarheid te weten komen” zeiden de broers.

Ze dachten dat ze dat wel geheim konden houden. Toen ze thuiskwamen lieten ze de bebloede jas aan Ja’akov zien. “O nee” riep Ja’akov, “wat is er gebeurd?” “We hebben zijn jas gevonden. Hij moet zijn gedood door een wild dier”.

Ja’akov scheurde zijn kleding als een teken van rouw en hij huilde. Al zijn kinderen probeerden hem te troosten maar hij luisterde niet en liet zich niet troosten. Hij was helemaal kapot dat zijn lieve zoon was verdwenen. 

Joseef wordt verkocht aan Potiphar

De karavaan ging verder en toen zij aankwamen in Egypte verkochten de Arabische handelaren Joseef aan de hoofd van de wachters van de koning Pharao. Het hoofd van de wacht heette Potiphar.

Potiphar waardeerde Joseef en hield veel van Joseef. Hij maakte hem tot het hoofd van zijn huishouden. In het begin vond zijn vrouw Joseef ook wel aardig maar later werd zij boos op hem omdat hij niet deed wat zij wilde. Toen begon zij allerlei leugens over hem te verspreiden en voordat hij het wist, was Joseef in de gevangenis beland.

Twee dienaren van Pharao droomden in de gevangenis

In de gevangenis kwam hij twee dienaren van de koning tegen, de wijnschenker en de bakker. De wijnschenker moest naar de gevangenis omdat er een vliegje in de wijnbeker van de koning was gevallen. De bakker had per ongeluk een brood gebakken met een steentje erin.

Op een nacht hadden zowel de wijnschenker als de bakker een droom en ze vertelden hun droom aan Joseef. “Ik droomde dat er een wijnstok was met drie takken,” zei de wijnschenker, “en er groeiden allemaal heerlijke druiven aan. Toen heb ik de druiven tot wijn uitgeperst en de wijn uitgeschonken in de beker van koning Pharao.”

Joseef legt de dromen uit

“G’d heeft mij de gave gegeven om dromen uit te leggen,” vertelde Joseef de wijnschenker, “en ik weet wat jouw droom betekent”. Joseef vertelde hem dat hij over drie dagen uit de gevangenis bevrijd zou worden en weer terug mocht naar zijn werk.

De droom van de bakker

De bakker vertelde ook zijn droom: “Ik droomde dat ik drie manden met wit brood op mijn hoofd had liggen. Toen kwam er een vogel die wat brood uit de mand at”. Joseef was even stil. Hij wist niet hoe hij de betekenis aan de bakker moest vertellen want de droom was erg treurig.

“Wat betekent het?” vroeg de ongeduldige bakker. Joseef vertelde hem: “Over drie dagen zal Pharao je uit de gevangenis halen maar hij zal je doden omdat je een steentje in zijn brood hebt gebakken”. Beide dromen kwamen uit.

Pharao’s verjaardag

Drie dagen later was Pharao jarig en gaf hij een groot feest voor iedereen. Hij gaf de wijnschenker zijn werk terug omdat het niet echt zijn fout was dat er een vliegje in de wijn was gevallen. Maar de bakker vergaf hij niet. Hij hing hem op want dat steentje had hij moeten zien.

“Oh,” zei Joseef die in de gevangenis achter bleef, “vergeet alsjeblieft niet vertellen wie jullie dromen heeft uitgelegd”. “Dat zal ik zeker doen,” zei de wijnschenker. Maar hij vergat Joseef helemaal.

Cookies Notice

Our website uses cookies. If you continue to use this site we will assume that you are happy with this.