Joods! Tora leren en leven.

De grondleggers van het Joodse volk

In parasjat Wajetze komt Ja’akov aan bij zijn oom Lavan. Hij biedt aan zeven jaar voor hem te werken om met Rachel te mogen trouwen. Maar Lavan bedriegt hem en brengt de zwaar gesluierde Lea onder de choepa. Een week later trouwt Ja’akov alsnog met Rachel, waarvoor hij nog eens zeven jaar moet dienen. Ja’akov wordt daarbij geen bestuurder of machthebber, maar een eenvoudige herder.

Deze keuze past in de lessen van Sjemaja uit Pirkei Avot: “Heb de arbeid lief, haat de heerschappij en zoek niet de nabijheid van machthebbers.” Rasjie en Rambam geven drie redenen voor het liefhebben van arbeid: (1) niemand mag zich te belangrijk voelen om te werken; (2) arbeid voorkomt dat men naar oneerlijke praktijken grijpt; (3) afhankelijkheid van anderen – zeker van liefdadigheid – verkort het leven, zoals het vers zegt: “Wie geschenken haat, zal leven.” Rabbenoe Jona voegt daaraan toe dat het weigeren van werk tot depressie leidt.

Ja’akov zocht geen macht. Rasjie zegt dat machtsposities het leven verkorten, wat te zien is bij Josef, die jonger stierf dan zijn broers omdat hij onderkoning van Egypte was. Rambam benadrukt dat macht corrumpeert, jaloezie oproept en mensen blootstelt aan kritiek en beschuldigingen. Tiferet Jisraël leert dat leiderschap alleen met nederigheid en zachtheid moet worden uitgeoefend; hoogmoed moet worden gehaat. De kernboodschap van de Wijzen is: zoek geen eer of dominantie, maar wees een mens die werkt en de eenvoud waardeert.

Waarom werkte Ja’akov dan zo hard? Deze parasja legt de basis voor het Joodse volk. Avraham en Jitschak hadden enkelingen als erfgenamen, maar met Ja’akov en zijn twaalf zonen werd het Jodendom een volk. De aartsvaders deden alles om heilige en oprechte kinderen voort te brengen. Daarom trouwde Ja’akov pas op hoge leeftijd: hij verliet zijn ouders op zijn 63e, studeerde veertien jaar in het Beit Midrasj van Sjem en Ever, werkte vervolgens zeven jaar voor Rachel en trouwde pas op zijn 84e. Door zijn lange geestelijke voorbereiding leefde hij zonder egoïstische bijbedoelingen, volledig gericht op het voortbrengen van religieus zuivere nakomelingen.

Daarom spreekt Ja’akov tegen Lavan op directe wijze: “Geef mij mijn vrouw, zodat ik met haar kan samenleven.” Hoewel dit grof mag klinken, hadden de aartsvaders geen romantische of lichamelijk gedreven taal nodig; hun focus lag op heilig nageslacht.

Rachel bleek onvruchtbaar. Daarom gaf zij haar halfzus Bilha aan Ja’akov als bijvrouw. Bilha baarde Dan (“G-d heeft mij beoordeeld”) en Naftali (“gebeden”). Lea, die na Jehoeda tijdelijk geen kinderen meer kreeg, gaf eveneens haar halfzus Zilpa aan Ja’akov. Zilpa baarde Gad (“geluk”), waarvan Lea voelde dat hij anderen voorspoed zou brengen. Dankzij Lea’s toewijding ontving zij later zelf weer twee kinderen.

Hoewel het voor geen enkele vrouw makkelijk is rivalen in de eigen echt te dulden, namen Lea en Rachel deze zware stap op zich om de vorming van de twaalf stammen mogelijk te maken. Hun persoonlijke offers legden de fundamenten van het Joodse volk.

Cookies Notice

Our website uses cookies. If you continue to use this site we will assume that you are happy with this.