Joods! Tora leren en leven.

Joseef zette het hoge niveau van Ja’akov om in aardse realiteit

Jehoeda hield een stevig pleidooi voor de vrijlating van zijn jongste broer Benjamin. Hij hoopte hiermee Joseef, de onderkoning van Egypte, ervan te weerhouden hem als slaaf te houden.

Levensgeschiedenis als een G’ddelijk plan

Geroerd kon Joseef zich niet langer inhouden en openbaarde zijn ware identiteit aan zijn broers. Hij benadrukte dat hij zijn levensgeschiedenis zag als het gevolg van een G’ddelijk plan en dat hij ze niet kwalijk nam, dat zij hem in slavernij verkocht hadden. Het was immers van Boven zo beschikt.

Voetsporen van Pa

Nadat Ja’akov het goede nieuws gehoord had, riep hij “Mijn zoon Joseef leeft nog !” (Gen. 45:28). Hij bedoelde hiermee, dat zijn zoon in zijn voetsporen volgde, en wel op twee niveau’s:

Onmogelijk om niet te assimileren

  • Joseef werd als jonge jongen verkocht, weggerukt uit zijn omgeving en had geen contact meer met zijn familie. Ja’akov meende dat je onder deze omstandigheden het Jodendom niet kon behouden.

Om als enige jood onder miljoenen Egyptenaren te wonen, gedurende tweeëntwintig jaar, en toch Joods te blijven, leek hem een bijna bovenmenselijke prestatie. Egypte stond bekend om zijn immoraliteit en onzedelijkheid, het tegenovergestelde van alle Joodse ethiek op het gebied van de seksuele moraal.

Alleen zijn niveau van Jiddisjkeit was interessant

  • Joseef wist dat Ja’akov niet onder de indruk zou zijn van het nieuws dat hij, Joseef, het ‘gemaakt’ had in Egypte.  Ja’akov zou zich niet kunnen verheugen over de succesvolle, politieke carrière van Joseef. Wat hij wilde weten was of Joseef nog steeds loyaal was aan het voorouderlijk geloof. Alle andere dingen waren irrelevant. 

Ik heers over Egypte maar Egypte niet over mij

Joseef vertelt daarom aan zijn broers, dat zij Ja’akov moeten informeren dat hij een heel belangrijke positie in Egypte had gekregen.  Maar, zegt Joseef, denk niet dat ik deze autoriteitsfunctie verworven heb ten koste van mijn jodendom. Ik heb niet gecapituleerd voor de Egyptische maatschappij en haar afgodische cultuur (Gen. 45:8): “ik heers over Egypte” – Egypte heerst niet over mij!

Ik heb mijn eigen waarden en normen, geloof en idealen vastgehouden. In de strijd tussen mijn eigen religieuze opvattingen en die uit de Egyptische cultuur heb ik getriomfeerd.

Gestegen in G’dsbesef en medemenselijkheid

Joseef had niet alleen zijn identiteit behouden maar was ook als persoon enorm gestegen in niveau van G’dsbesef en medemenselijkheid. Dit uitte zich in zijn opstelling naar zijn broers. Hoe lukte hem dat ?

Hij abstraheerde van de bedoelingen van zijn broers, die hem hadden verkocht. Joseef keek uitsluitend naar de daden van zijn broeders, die uiteindelijk ten goede uitwerkten. Hun intenties veroordeelde hij echter niet. We kunnen deze gedachte nog een stapje verder doortrekken.

Onderbewust wil iedereen zich distantiëren van elke verwijdering van G’d

Ieder mens heeft een bewustzijn en een onderbewustzijn. In het onderbewustzijn spelen andere intenties en gedachten dan in het bewustzijn. Volgens de joodse leer wil iedereen in het diepste van zijn ziel dichterbij G’d komen. Eigenlijk wil men alles lesjeem Sjamajiem, pro Deo, doen.

Hetzelfde geldt onderbewust ook wanneer een mens zondigt. Eigenlijk wil ieder mens zich distantiëren van elke verwijdering van G’d, hoewel het in de doe-sfeer fout kan lopen. Kort samengevat gaan wij er dus vanuit, dat er altijd een bewustzijnslaag opereert, die synchroon loopt met de wensen van de Tora.

Hoe kan G’d nu met terugwerkende kracht onze zonden omzetten in goede daden?

Door tesjoewa (inkeer)! Onze oorspronkelijke slechte intenties worden van de daad losgemaakt en verwijderd en onze goede bedoelingen van nu – die op een onderbewust niveau eigenlijk altijd al aanwezig waren – komen daarvoor in de plaats.

Het joodse volk wordt in de Psalmen (80:2) naar Joseef vernoemd. Het volk Israël wordt met dezelfde politiek als Joseef praktiseerde door de geschiedenis geleid.

Wanneer we later spijt hebben van een slechte daad, bezie deze gevoelens dan als de oorspronkelijke

De Jalkoet Sjimoni (ibid.) verbindt hieraan de volgende – uiterst actuele bede: “Gelijk de broers zich misdroegen en Joseef het kwade gedachtegoed van zijn broeders vergaf, hebben wij ons slecht ten opzichte van U, o G’d,  gedragen. Maar vergeef ons en vergeld kwaad met goed. Kijk naar onze uiteindelijke gevoelens en diepere intenties. Wanneer we later spijt hebben van een slechte daad, bezie deze gevoelens dan als de oorspronkelijke”!

Wat was de verdienste van Joseef, dat wij dit verzoek in zijn naam tot G’d richten?

Ja’akov leefde op een hoog spiritueel niveau, verkeerde in de Hemel. Joseef  was degene die dit kon vertalen naar de aardse realiteit. In psychologische termen vertaald betekent dit de capaciteit om de ontmoeting met het G’ddelijke te vertalen naar de intellectuele, emotionele en daadwerkelijke sferen van deze wereld. Hierdoor kunnen onze verdiensten overvloeien naar de komende wereld. Onze diepste bedoelingen en gevoelens kunnen zichtbaar worden in deze wereld: wanneer G’d onze slechte daden in goede verandert.

Door de oppervlakte heenprikken

Dit was de kracht van Joseef. Hij had de capaciteit om door de oppervlakte van zijn medemens heen te prikken en de essentie van andermans wezen – en met name het goede daarin – te percipiëren. Hierdoor wordt de kern van heiligheid van iedereen om ons heen opgewekt, hetgeen ook weer op ons eigen niveau van kedoesja-gewijdheid reflecteert.

Cookies Notice

Our website uses cookies. If you continue to use this site we will assume that you are happy with this.