Joods! Tora leren en leven.

Leiderschapskwaliteiten

Joseef is onderkoning van Egypte.

Welke leiderschapskwaliteiten zijn belangrijk in een groep mensen, een vereniging, een joodse gemeente een land om de zaken in goede banen te leiden?

Leiderschapskwaliteiten

De kwaliteit van leiderschap bepaalt het succes of falen van een organisatie. Dit geldt voor grote nationale organisaties maar is ook van toepassing op kleine groepen.

Zonder de talenten van George Washington en zijn vastberadenheid zou de Amerikaanse Burgeroorlog waarschijnlijk verloren zijn.

Zonder het leiderschap van Abraham Lincoln zou de Union het nooit gemaakt hebben.

Mensen als Martin Luther King hebben de sociale gevoelens van vele Amerikanen veranderd.

Succes

Drie factoren bepalen het succes van een leidinggevende:

  • Cohesie: de relaties tussen leidinggevende en de ondergeschikten. Hierbij is met name de support die de leider van zijn groep krijgt belangrijk.
  • Taakgerichtheid: de taakstructuur en het niveau waarop de taak duidelijke doelen, procedures en richtlijnen aan geeft. De geschreven en ongeschreven regels.
  • Macht: De macht die de positie uitstraalt. In hoeverre heeft de leidinggevende de macht om degenen, die onder zijn leiding vallen te belonen of te straffen.

Bijbelse leiders

Vanaf Sjemot (Exodus) staat Mosje’s (Mozes’) leiderschap centraal in de Tora. Pharao had bevolen dat alle Joodse jongetjes in de Nijl gegooid moesten worden, omdat zijn astrologen hem verteld hadden dat de Joodse leider met water gestraft zou worden.

Terwijl Pharao op alle mogelijke manieren het leven van Mosjé onmogelijk maakte, gaf G’d desondanks aan de gebeurtenissen een dusdanige wending, dat Mosjé uiteindelijk opgevoed werd aan het hof van Pharao, onder de bezielende leiding van diens dochter Batja.

De mens wikt maar G’d beschikt

Ondanks alle aardse leiders, leidt G’d uiteindelijk het universum. G’d is het ultieme voorbeeld voor alle mensen, in `Zijn wegen moeten we volgen’. In Zijn Tora en Misjna vinden we veel over spiritueel en sociaal leiderschap. Bijbelse leiders onderscheiden zich door een aantal karaktereigenschappen.

Het mystieke werk Zohar vergelijkt de spirituele leiders Noach, Avraham en Mozes (Mosjé) met elkaar.

Deze mensen leefden in generaties waar het aan waarden en normen veel te wensen overliet. Maar iedereen ging op een verschillende manier om met zijn medemens. Er is een stijgende lijn in spiritueel leiderschap vanaf Noach tot Mosjé.

Noach wordt een ‘heilige in een pelsjas’ genoemd omdat hij alleen met zijn eigen religieuze ervaringen bezig was. Als het koud is in huis, kan men de verwarming aanzetten – en dan voelt iedereen zich comfortabel – of een (pels)jas aantrekken maar dan is alleen de jasdrager warm. Noach lukte het niet om de mensen van zijn generatie te motiveren om hun slechte wegen te verlaten. Noach bad dat hij en zijn familie gespaard zouden worden voor de straf die G’d over de gehele mensheid zou brengen. Maar voor de rest van de mensheid spande hij zich minder in.

Het Hebreeuwse woord voor de Arke van Noach is ‘teva’. Dat betekent behalve ‘arke’ ook ‘het woord’. Noach trok zich terug in zijn eigen ivoren toren van woorden van bijbelstudie en gebed. Wanneer mensen naar hem toe kwamen en hem vroegen over dat grote schip dat hij bouwde, vertelde hij hen dat G’d hen binnenkort zou straffen met een zondvloed. Maar alleen dan wanneer hij benaderd werd, sprak hij de mensen bestraffend en vermanend toe en verzocht ze hun gedrag te veranderen. Noach benaderde hen niet; hij trachtte niet het G’ddelijke licht te verspreiden.

De Zohar legt uit dat dit een zware fout was en dat de naam ‘wateren van Noach’, die door de profeet Jesjaja gebruikt werd om de zondvloed aan te geven, Noachs’ indirecte verantwoordelijkheid voor deze ramp uitdrukt.

Warm in zijn jas van rechtvaardigheid en groots karakter kon Noach zich niet werkelijk druk maken over de bittere kou die buiten om hem heen heerste.

Avraham stond al op een hoger niveau. Hij bad voor de mensen van Sedom, hoe slecht ze ook waren. Maar toen hij zag, dat G’d niet bereid was Sedom te sparen, stopte hij met zijn gebeden.

Toen het Joodse volk na de Exodus in de woestijn het Gouden Kalf gediend had, ging Mosjé nog een stap verder: “Als u niet naar mij luistert om het Joodse volk te vergeven dan kunt U mij schrappen uit de Tora, die U geschreven heeft”. Dit is de eerste en belangrijkste eigenschap van een leider: ware opofferingsgezindheid!

Mosjé was in staat zichzelf te verheffen en nam het hele volk met zich mee. Het verschil tussen Noach en Mosjé was, dat Mosjé geïnteresseerd was in de kleinste details van zijn naasten.

Een Joodse leider moet natuurlijk G’dvrezend te zijn en een groot geleerde. Maar hij wordt pas ècht een leider, wanneer hij in staat is om de aardse behoeften van de ander tot zíjn spiritueel doel te maken.

De meeste problemen waarmee een Rabbijn of Joodse leider tegenwoordig wordt geconfronteerd, zijn gewoon zakelijke, huwelijkse of opvoedingsproblemen.

Een echte leider voelt mee met zijn mensen. Daarzonder kan hij op een hoog niveau staan maar is hij niet geschikt als aanvoerder van zijn volk. Een goede leider moet contact hebben met zijn medewerkers en anderen kunnen inspireren door zijn eigen inspiratie te delen met anderen.

Het is niet eenvoudig, zowel de grote lijn als de kleine details vast te houden.

Reeds aan het begin van het optreden van Mosjé werd deze kwaliteit – oog voor detail maar tevens een helikopterview –  in hem duidelijk. De eerste keer dat hij ging kijken naar de ellende van zijn broeders, zag hij dat een Egyptenaar een Jood sloeg. Mosjé sloeg deze Egyptenaar dood. Maar de tweede keer, dat hij erop uit trok, zag hij twee Joden met elkaar vechten en gaf hij de agressor een stevig standje.

Normaal zouden we verwacht hebben, dat wanneer er een gemeenschappelijke vijand is, we geen aandacht meer hebben voor interne onmin en ‘binnenlandse’ problemen. Maar Mosjé was in staat om te zien, dat beide bedreigingen moeten worden aangepakt, zowel van buiten als van binnenuit. Dit is een kwestie van teambuilding en creëren van saamhorigheid.

Het einde van het lijden van de Joden kwam nabij. Mosjé aanschouwde het wonderlijke visioen van het brandende doornbosje, een symbool voor het Joodse volk. Hoewel dit constant in brand staat, gaat het nooit verloren en wordt het niet verteerd. Om Mosjé geen schrik aan te jagen – omdat hij nog onbekend was met profetische openbaringen – sprak G’d hem toe met zijn vaders stemgeluid. “Ik ben niet uw vader, riep G’d hem toe, maar Ik ben de G’d van uw vader Amram en de G’d van Avraham, Jitschak en Ja’akov”.

Mosjé begreep direct, dat zijn vader overleden was, omdat G’d zijn naam nooit met levende mensen verbindt. Zijn treur werd echter opgeheven door het feit dat zijn vader Amram in één adem met Avraham, Jitschak en Ja’akov genoemd werd. Mosje verheugde zich. Hij stond in een traditie en waardeerde zijn grote voorgangers, de Aartsvaders. Hij voelde zich deel van de keten van de generaties. Het Jodendom wordt niet in één eeuw opgebouwd.

Mosjé weigerde G’ds opdracht om de Joden te bevrijden. Hij wilde dat G’d Zelf het Joodse volk zou verlossen. G’d probeerde gedurende zes dagen lang Mosjé ervan te overtuigen het leiderschap te aanvaarden. Als we de presidentsverkiezingen in het Westen vergelijken met de houding van Mosjé valt ons op, dat een ware Bijbelse leider niet doet aan valse beloften en zelfverheerlijking, geen herstemming eist, noch populariteitsenquêtes entameert. Waarachtig leiderschap is bescheidenheid en opofferingsgezindheid.

Direct na de uittocht uit Egypte werd het Joodse volk aangevallen door Amalek. De oorlog werd uitgevochten door Jehosjoe’a (Jozua). Mosje’s geloof was totaal en absoluut. Hij stond te bidden en smeekte om G’ds hulp. Mosje was bovendien geen geweldige spreker. De Tora beweert zelfs dat hij een spraakgebrek had. Zijn leiderschapsstijl was bescheidenheid en zelfopoffering. Hij praktiseerde wat hij preekte.

Rolmodel

Mosje was in staat om deze houding van zelfopoffering aan zijn medemens over te dragen. Door zijn motivatie was hij in staat om aan zijn volk het gevoel over te dragen dat hij voor een zeer waardige zaak vocht. Hij werkte zijn hele leven voor niets, nam nooit iets aan van het volk en was werkelijk zeer toegewijd aan zijn idealen.

Dat maakte hem tot wat hij uiteindelijk was, de leider van de uittocht uit Egypte op weg naar het ontvangen van de Tora met het ethische monotheïsme. Dit was de leiderschapsstijl van Mosje. Het is hem inderdaad gelukt om de slaven uit Egypte te veranderen in een volk van het Boek, dat toegewijd was aan zijn idealen.

Cookies Notice

Our website uses cookies. If you continue to use this site we will assume that you are happy with this.