Joods! Tora leren en leven.

Wie moest naar wie komen? Joseef naar zijn vader Ja’akov of Ja’akov naar Joseef in Egypte

Eerbied voor zijn vader

Als we het hebben over ‚eerbied voor vader en moeder‘ uit de Tien Geboden (Ex. 20) dan had het zeker passend geweest dat Joseef zou zijn afgereisd naar Israël om zijn vader Ja’akov te bezoeken.

Ja’akov was op dat moment 130 jaar (Bereesjiet/Gen. 47:9). Het heeft natuurlijk geen pas om je oude vader naar jou te laten reizen (zeker in die tijd niet, toen reizen zeer oncomfortabel was en vaak ook nog gevaarlijk).

De agalot, wagens

Joseef stuurde wel vervoer naar Israël (agalot – wagens, Bereesjiet/Gen. 45:27) maar niettemin bleef de vraag in mijn achterhoofd spelen waarom Joseef zich niet even de moeite heeft genomen om naar Kena’an af te reizen om zijn vader de eer aan te doen hem persoonlijk te bezoeken na 22 jaar scheiding en hem zo – wellicht ook sneller – uit zijn treurige lijden te verlossen.

Wanneer hij in eigen persoon verschenen zou zijn, zou het allemaal veel natuurlijker zijn gegaan (hoewel het dan misschien ook een enorme shock zou kunnen zijn geweest voor Ja’akov).

Wagens en de herleefde geest van Ja’akov

De broers kwamen naar Israël, dat overigens toen nog Kanaän heette: 

  • 25)Zij trokken weg uit Egypte en kwamen weer bij hun vader Ja’akov in het land Kanaän.
  • 26)Toen vertelden zij hem: Joseef leeft nog! Hij is zelfs heerser over heel het land Egypte! Toen bezweek zijn hart, want hij geloofde hen niet.

Te weten door onverwachte blijdschap en grote verwondering, omdat Ja’akov al vele jaren niets van Joseef gehoord had.

  • 27)Maar toen zij hem alle woorden overgebracht hadden die Joseef tot hen gesproken had, en toen hij de wagens zag die Joseef gestuurd had om hem te vervoeren, leefde de geest van hun vader Ja’akov op (Bereesjiet/Gen. 45).

De opeenvolging van de gebeurtenissen lijken een hint te geven naar iets dat niet duidelijk wordt uitgesproken. Nadat Joseef de wagens had gestuurd herleefde Ja’akovs geest. Maar wat hebben de wagens te maken met Ja’akovs vreugde?

Waterdicht bewijs

Onze Wijzen (Bereesjiet Rabba 94; Tanchoema) wijzen ons erop, dat deze wagens zeker iets van doen hebben met Ja’akovs opleving. De wagens waren niet alleen een vervoersmiddel maar ook een hint.  

Het Hebreeuwse woord voor wagen (agala) toont verwantschap met het woord voor kalf (egla).

Onze Wijzen stellen dat de wagens een hint vormen richting de episode van de egla aroefa (het kalf waarvan de nek gebroken wordt indien een mens vermoord op straat wordt gevonden en de dader onbekend is, zie Dewariem/Deut. 21: 1 e.v.).

Dit hele leerstuk over de de egla aroefa – wat te doen na doodslag door een onbekende – had Joseef met zijn vader Ja’akov geleerd vlak voordat hij door zijn broers gekidnapt werd en naar Egypte werd afgevoerd.

Alleen Ja’akov en Joseef wisten wat ze precies als laatste geleerd hadden. Ja’akov begreep de hint en daarom was dit voor hem een ‚waterdicht bewijs‘ dat Joseef nog in leven was.

Bij ons in Egypte is alles oke, kom maar kijken

Maar er zijn ook andere verklaringen mogelijk voor de samenhang tussen de wagens en Ja’akovs overtuiging dat Joseef inderdaad nog leefde en zijn geloof niet verloren was in het afgodische en onzedelijke Egypte.

Het feit dat Joseef graag wilde dat Ja’akov naar Egypte kwam, was voor Ja’akov een bewijs voor Joseefs spirituele zuiverheid en oprechtheid.

Als Joseef daar in het verleidelijke Egypte iets te vrezen had van kritiek van Ja’akov omdat hij zich niet geheel aan het Jodendom zou hebben gehouden, dan had Joseef alles gedaan om Ja’akov weg te houden uit Egypte en in Israel te laten blijven. Joseef zou er dan geen enkele behoefte aan hebben gehad om vader Ja’akov naar Egypte te brenBereesjiet/Gen.

Maar juist door de wagens van Joseef en zijn verzoek aan Ja’akov om naar Egypte te komen, begreep Ja’akov dat Joseef daar in Egypte zijn religieuze zaakjes geheel op orde had. Joseef had met vlag en wimpel zijn Jiddisjkeit hooggehouden, ondanks alle negatieve invloeden van buiten.

Ja’akov begreep hieruit dat het inderdaad zo was dat “Joseef over het hele land Egypte heerste” (Bereesjiet/Gen. 45:26). Dit was het allerbelangrijkste voor Ja’akov: Joseef had zijn Jiddisjkeit niet verloren! 

En dat gaf Ja’akov het vertrouwen dat ook zijn  kinderen en kleinkinderen niet helemaal zouden opgaan in de Egyptische cultuur gedurende de langdurige slavernij. Zij zouden eens uittrekken uit Egypte om de Tora op de berg Sinaï te ontvangen! En daar ging het om…

Cookies Notice

Our website uses cookies. If you continue to use this site we will assume that you are happy with this.