Wat eraan voorafging
Na 20 jaar verblijf in het huis van zijn schoonvader Lavan, reiste Ja’akov, onze derde Aartsvader, met zijn grote gezin en vele dieren vanuit Charan (Syrië) terug naar Israël. Deze reis duurde anderhalf jaar. Direkt na Ja’akovs vertrek uit Charan was Lavan woedend over het heimelijke vertrek van Ja’akov en joeg hem achterna om hem te straffen.
G’d verscheen hem in een nachtelijke droom en verbood hem noch goed noch kwaad tot Ja’akov te spreken. In die tijd hadden zijn schoonvader Lawan en Ja’akov onenigheid over zijn plotselinge vertrek (waarop beiden een pact sloten), vloekte Ja’akov de dief of dievegge van de afgodenbeeldjes (terafiem) van Lavan, stierf zijn geliefde vrouw Rachel, die in de buurt van Beet Lechem begraven werd, en ontmoette hij zijn broer Esau, hetgeen Ja’akov met angst en beven tegemoetzag.
Het tijdelijk karakter van ons bestaan
Na de ontmoeting met Esau reiste Ja’akov naar Soekkot en bouwde daar voor zichzelf een huis; voor zijn vee maakte hij schuilplaatsen (Soekkot). Daarom noemde Ja’akov de naam van de plaats Soekkot (tijdelijk onderdak). Deze naam vond Ja’akov gepast – hoewel het de naam van zijn schaapskooien was en niet van zijn eigen woning – om het tijdelijk karakter van zijn bestaan op aarde te benadrukken.
Bruut optreden van Sjechem
Ja’akov kwam ongeschonden aan in Kena’an bij de stad Sjechem (Sichem), en hij legerde zich voor de stad, aldus de Tora (Bereesjiet/Gen. 33:17-18). Daarna kwam de treurige episode van de schaking en verkrachting van Dina door Sjechem, de zoon van koning Chamor van het stadje Sjechem, waarna Sjimon en Levi, broers van Dina, wraak nemen. Ja’akovs uitingen van dankbaarheid aan en genegenheid voor de inwoners van Sjechem (zie verder) werden ruw verstoord door het brute optreden van Sjechem tegenover Dina.
Dubbelzinnige uitdrukking duidt op meerdere acties
De Tora gebruikt bij deze legering voor de stad Sjechem een wat dubbelzinnige uitdrukking in het Hebreeuws. „Wajichan et pnee ha‘ier“ kan eenvoudig vertaald worden en dan betekent het inderdaad, ‘en hij (Ja’akov) legerde zich voor de stad‘ (Wajichan komt dan van dezelfde stam als het woord machanee, kamp) maar het kan ook betekenen ‚en hij begunstigde de stad‘ (in deze laatste betekenis komt Wajichan dan van dezelfde stam als het woord cheen, gunst).
Uitingen van dankbaarheid aan een gemeente
Volgens de Midrasj (achtergrondverklaring) betekende deze begunstiging dankbaarheid. Ja’akov was dankbaar voor de gastvrijheid van de stad Sjechem en wilde iets terugdoen voor de stad. Dankbaarheid kennen we tegenwoordig nauwelijks meer. Dat komt omdat we tegenwoordig menen overal recht op te hebben. Als we ergens recht op hebben dan hoeven we ook niet dankbaar te zijn.
Dankbaarheid is overigens een irritant gevoel omdat het impliceert, dat we de ander wellicht nog iets schuldig zijn. De meeste mensen zijn deze gevoelens liever kwijt dan rijk. Het Jodendom hecht sterk aan dankbaarheid. Het is een van de pijlers van onze gebeden en onze totale religieuze levenshouding.
Hoe gaf Ja’akov zijn dankbaarheid vorm?
Ja’akov was niet alleen dankbaar tegenover zijn medemensen maar was dit ook tegenover de stad, een collectief van mensen, die hem uiteindelijk niet goed behandeld hebben.
Hoe kreeg deze dankbaarheid gestalte? De Midrasj brengt drie acties van Ja’akov, die uiting gaven aan zijn dankbaarheid:
- Hij stuurde geschenken aan de bestuurders van de stad.
- Een tweede actie was dat hij voor hen een nieuw monetair systeem ontwierp om de economie van Sjechem een boost te geven.
- Volgens een derde mening creëerde Ja’akov een marktplaats en verkocht hij goedkope waren. Uitingen van dankbaarheid tonen de grootheid van Ja’akovs persoonlijkheid.
Sjechem bleef ondankbaar
Maar helaas konden al deze gratis gunsten niet de moraal van de stad verheffen. Sjechem, zoon van Chamor, kroonprins van Sjechem schaakt en verkracht Ja’akovs dochter Dina op schaamteloze wijze en zijn vader Chamor (hetgeen in het Hebreeuws ezel betekent) probeert de beide volkeren bij elkaar te brengen en te verzoenen. Niemand in de stad Sjechem stond op om gerechtigheid te eisen voor deze kidnapping en verkrachting.
Inbreuk op de Noachidische wetten
Dit geheel was om drie redenen een zware inbreuk op de Noachidische wetten, het toen geldende recht voor alle afstammelingen van Noach:
- kidnapping is de zwaarste vorm van diefstal,
- verkrachting is een onvergeeflijke inbreuk op de seksuele moraal en wordt in de Tora vergeleken met moord en
- de weigering om hier recht te doen en Sjechem te veroordelen is een overtreding van het voorschrift van Diniem, het instellen van wetten en (straf-)rechtelijke instanties, die de plicht en de machtsmiddelen hebben het recht te handhaven.
Sjimon en Levi kwamen in actie…
hoewel Ja’akov hier absoluut niet blij van werd, Sjimon en Levi op zijn sterfbed nogmaals vermaande en hen geen beracha (zegen) gaf.
