Door: Jisrael Jitschak Rosenfeld
Onze Wijzen (Chazal) hebben de Joodse kalender zo vastgesteld dat Parasjat Devariem altijd wordt gelezen op de Sjabbat vóór Tisja Be’Av, Sjabbat Chazon.
Waarom?
Welk verband zagen zij tussen de parasja van deze week en de nationale rouwdag?
Meer dan veertig jaar vóór de gebeurtenissen van Parasjat Devariem zei Mosje bij de brandende braamstruik tegen Hasjem:
“Lo isj devariem anochi”
“Ik ben geen man van woorden.”
Toch begint de parasja van deze week met de woorden:
“Eileh haDevariem asjer diber Mosje”
“Dit zijn de woorden die Mosje sprak.”
Mosje werd uiteindelijk die isj devariem
– die man van woorden –
van wie hij ooit dacht dat hij dat nooit zou kunnen zijn.
De meesten van ons weten hoe je moet spreken.
Maar een isj devariem zijn, is iets heel anders.
Het gaat niet om welsprekendheid of redenaarskunst.
Het betekent dat de woorden die je spreekt werkelijk devariem zijn.
Woorden met gewicht, betekenis en aanwezigheid.
Woorden die anderen raken, die zij voelen en innerlijk opnemen.
Woorden die ertoe doen.
De Tora uitleggen betekent niet alleen mooie verklaringen geven.
Het betekent de woorden leven in te blazen
– te spreken met diepgang,
levenskracht en
bezieling.
Dergelijke woorden kunnen de poorten naar de Ge’oela (bevrijding) openen.
Dergelijke woorden kunnen de treurdag Tisja Be’Av vanwege de verwoesting van de eerste en tweede Tempel te Jeruzalem veranderen in een dag van vreugde.
Zoals Rav Steinsaltz z”l eens zei:
Als er “de levende woorden van G’d” bestaan,
dan moeten er ook “de dode woorden van G’d” bestaan.
Moge het ons vergund zijn alleen zulke woorden te horen – en te spreken – die leven in de wereld brengen.
