Door: Jisrael Jitschak Rosenfeld
Waar lange, slapeloze zomernachten al niet goed voor kunnen zijn… Ik heb mij verdiept in een onderwerp dat juist in onze tijd steeds meer terrein wint en een steeds grotere negatieve invloed uitoefent.
Drasja: „Tarud”
– Wanneer de mens door de wereld in beslag wordt genomen en op zoek gaat naar Jisjoev HaDa’at (innerlijke rust)
Het woord טָרוּד (Tarud) betekent in de eenvoudige betekenis:
- bezig,
- overbelast,
- in beslag genomen.
Een mens kan zo volledig worden opgeslokt door:
- zijn werk,
- zijn zorgen,
- zijn gedachten,
- of zijn verplichtingen,
dat er in zijn geest geen ruimte meer overblijft voor Hasjem.
De Gemara gebruikt deze term vaak wanneer iemand door een bepaalde bezigheid verhinderd wordt andere zaken volledig waar te nemen.
Maar juist in de Chassidoet wordt een diepere laag zichtbaar:
Niet alleen de uiterlijke drukte is het probleem, maar de toestand van de ziel.
De mens leeft in een wereld vol lawaai en zorgen over:
- geld en de toekomst,
- erkenning,
- gezondheid,
- relaties,
- succes.
Zijn lichaam bevindt zich misschien in de Beit Midrasj, maar zijn geest is ergens anders.
Hij is Tarud.
Zijn Da’at (bewustzijn) is verstrooid.
De Baal Sjem Tov leerde dat de belangrijkste taak van de mens is zijn gedachten te heiligen.
Want waar de gedachten van een mens zijn, daar bevindt zich ook zijn ziel.
De wortel van Tarud: verwijderd zijn van het huidige moment
Volgens de Kabbala is de mens met zijn gedachten óf verbonden met de Bron van het leven, óf daarvan verwijderd.
Wanneer zijn gedachten voortdurend gevangen zijn in het verleden of in de toekomst, verliest hij het contact met het huidige moment — de plaats waar de Sjechina zich aan hem openbaart.
Het tegenovergestelde van Tarud is:
יִשּׁוּב הַדַּעַת – Jisjoev HaDa’at
een rustige, evenwichtige en heldere geest.
Rebbe Nachman van Breslov spreekt uitvoerig over deze toestand.
Hij legt uit dat een mens zonder Jisjoev HaDa’at nauwelijks werkelijk in staat is Hasjem te dienen.
Wanneer de geest vervuld is van verwarring en zorgen, kan de mens niet meer zien dat Hasjem ook in zijn huidige situatie aanwezig is.
De Rebbe: de weg uit Tarud
In Likoetei Moharan I, 282 leert Rebbe Nachman de weg van Azamra – “Ik zal zingen.”
עוֹד מְעַט וְאֵין רָשָׁע וְהִתְבּוֹנַנְתָּ עַל מְקוֹמוֹ וְאֵינֶנּוּ
“Nog een weinig, en de goddeloze is verdwenen; je kijkt naar zijn plaats en hij is er niet meer.”
Rabbeinoe legt uit:
Zoek het kleine goede punt in jezelf.
Vaak wordt een mens immers gekweld door zijn eigen gedachten:
- “Ik ben niet goed genoeg.”
- “Ik heb gefaald.”
- “Ik ben ver verwijderd.”
Ook dat is een vorm van Tarud.
De mens raakt gevangen in zijn eigen zelfbeeld en ziet de nabijheid van Hasjem niet meer.
De weg naar herstel begint met het vinden van één klein goed punt:
- een oprechte gedachte,
- een vers uit Tehilliem,
- een klein gebed,
- een goede daad.
Daardoor verzamelt de verstrooide geest zich opnieuw.
De Breslov-visie: de grootste strijd gaat om de gedachten
Reb Nosson van Breslov schrijft in Likoetei Halachot dat de werkelijke strijd van de mens niet alleen om uiterlijke daden gaat, maar om de Mochin — het geheiligde verstand.
De jetser hara probeert de mens in een toestand van Tarud te brengen:
- voortdurend bezig,
- verward,
- zonder innerlijke rust.
Want een mens zonder rust kan:
- niet werkelijk bidden,
- niet werkelijk leren,
- en geen vreugde in Hasjem ervaren.
Daarom is Hisbodedoet (התבודדות) — het persoonlijke gesprek met Hasjem — een krachtig geneesmiddel.
“Ribono sjel Olam, ik ben zo druk en mijn geest is zo verstrooid. Help mij tot U terug te keren.”
Niet het ontbreken van problemen brengt rust, maar het besef dat men midden in de moeilijkheden met Hasjem verbonden blijft.
De diepste laag (Sod): van Tarud naar Echad
Op het niveau van Sod kan men zeggen dat Tarud het beeld oproept van een ziel waarvan alle krachten verstrooid zijn.
De gedachten schieten alle kanten op.
De mens is innerlijk verdeeld.
Maar de opdracht van Jisraël is Jichoed — eenwording.
Alle gedachten moeten teruggebracht worden naar:
Hasjem Echad.
Wanneer een mens zegt:
שְׁמַע יִשְׂרָאֵל ה׳ אֱלֹקֵינוּ ה׳ אֶחָד
dan verzamelt hij de verstrooide vonken van zijn ziel opnieuw.
De grootste tikkoen van Tarud bestaat daarom niet uit het hebben van minder verplichtingen, maar uit het vinden van Hasjem te midden van die verplichtingen.
Een mens mag niet wachten totdat zijn leven rustig is geworden om Hasjem te dienen.
Juist te midden van de onrust ligt zijn opdracht.
De weg van Rebbe Nachman is daarom:
מִטָּרוּד לְיִשּׁוּב הַדַּעַת
“Van verstrooidheid naar een verzamelde, rustige geest.”
Door Hisbodedoet, simcha (vreugde), het zoeken naar het goede punt in zichzelf en een eenvoudig vertrouwen op Hasjem, verandert de mens van iemand die door de wereld wordt beheerst in iemand die de wereld in dienst van Hasjem stelt.
Want de hoogste geestelijke toestand is niet dat de mens geen zorgen meer heeft, maar dat hij weet:
גם שם נמצא השם יתברך
“Ook daar, juist daar, is Hasjem bij mij.”
