Door: Jisrael Jitschak Rosenfeld
In Parasjat Devariem herhaalt Mosje Rabbeinoe de Tora, zoals er geschreven staat:
„Mosje begon deze Tora uit te leggen.”
Mosje legt de Tora uit.
Daarmee legt hij de grondslag voor de Tora Sjebe’al Peh – de Mondelinge Tora – de plaats waar ook wij onze eigen inzichten aan de Tora mogen toevoegen.
Niet alleen om de Tora te bestuderen,
maar om er zelf deel van te worden.
Het boek Devariem eindigt met de bekende woorden:
„Tora tsivah lanu Mosje.”
„Mosje heeft ons de Tora opgedragen.”
Het woord „tsivah” kan ook worden begrepen in samenhang met „tsavta” – verbondenheid of verbinding.
Voordat hij deze wereld verlaat,
verbindt Mosje ons met de Tora.
Hij opent een deur,
waardoor ieder van ons zich kan verbinden met de Tora Sjebe’al Peh,
zich onderdeel kan voelen van de zich ontvouwende geschiedenis van het Joodse volk,
en deelgenoot kan worden van het eeuwige Woord van Hasjem.
Moge het ons vergund zijn!
