Door: Jisraël Jitschak Rosenfeld
“En het zal gebeuren, omdat (eikev) jullie luisteren…”
(Devariem 7:12)
Het doel van de Tora
De Baal HaSoelam z”ל schrijft in zijn beroemde essay Matan Tora dat het enige doel van de Tora en de mitswot is de mens te zuiveren (lezakech et Jisraël).
Dat betekent niet dat de Tora in de eerste plaats bedoeld is om uiterlijke handelingen te vervolmaken.
Haar doel is veel dieper:
de wil om uitsluitend voor zichzelf te ontvangen om te vormen tot een wil om te geven.
Vanuit dit uitgangspunt kunnen wij de gehele Parasjat Ekev begrijpen.
Waarom begint de parasja met het woord “Ekev”?
Onze Wijzen leren dat het woord ekev ook “hiel” betekent: het laagste deel van het menselijk lichaam.
Volgens de Baal HaSoelam z”ל verwijst dit naar het geestelijke werk dat juist nodig is wanneer iemand geen enkele heilige inspiratie of beleving meer voelt.
De hiel voelt immers bijna niets.
Zo zijn er ook perioden waarin:
- het hart gesloten lijkt;
- het gebed droog aanvoelt;
- de Tora geen smaak meer heeft.
Juist dan begint het werk dat werkelijk telt.
Werken zonder gevoel
Zolang iemand vreugde ervaart in zijn geestelijke leven, weet hij nog niet zeker of hij werkelijk HaSjeem dient, of vooral geniet van zijn eigen spirituele ervaringen.
Maar wanneer alle gevoelens verdwijnen en iemand tóch doorgaat met Tora en mitswot,
dan krijgt hij de mogelijkheid om boven zijn eigen verlangens uit te stijgen.
De Rabasj z”ל, de oudste zoon van de Baal HaSoelam, noemt dit:
werken boven het verstand (lemala min hada’at).
Daarom zegt de Tora:
“Ekev tishme’oen” — omdat jullie blijven luisteren.
Niet:
- wanneer jullie alles begrijpen;
- wanneer jullie alles voelen.
Maar ook wanneer jullie je in de toestand van de “hiel” bevinden:
de laagste, droogste en moeilijkste fase.
Juist dan begint het Licht van de Tora zijn werk te doen.
Alleen het Licht van de Tora kan de mens veranderen
De Baal HaSoelam z” ל legt uit dat de mens zichzelf nooit werkelijk kan verbeteren.
De egoïstische wil om te ontvangen kan zichzelf niet veranderen.
Alleen het Licht dat in de Tora verborgen is bezit die kracht.
Daarom zeggen onze Wijzen:
“Ik heb de slechte neiging geschapen, en Ik heb de Tora geschapen als geneesmiddel.”
Niet omdat kennis redt.
Niet omdat moraal redt.
Maar omdat het Licht van de Tora de mens innerlijk verandert.
Onze taak is niet onszelf te verbeteren
Onze opdracht is niet om onszelf te corrigeren.
Onze opdracht is:
het verlangen naar verbetering op te bouwen.
De daadwerkelijke correctie wordt verricht door het Licht van de Tora.
Het manna: iedere dag opnieuw vertrouwen
Daarom spreekt de parasja vervolgens over het manna.
“De mens leeft niet van brood alleen…”
Het manna was voedsel waarover de mens geen controle had.
Men mocht niets bewaren voor de volgende dag.
Iedere ochtend moest men opnieuw naar buiten gaan om het te verzamelen.
Waarom?
Omdat HaSjeem Israël wilde leren dat geestelijkheid nooit gebaseerd is op wat men heeft opgehoopt.
Iedere dag begint opnieuw.
Iedere dag vraagt om:
- een nieuw verlangen;
- een nieuw gebed;
- een nieuw vertrouwen.
Geestelijke groei verloopt in fasen
Ook hierover schrijft de Baal HaSoelam z”ל.
In het geestelijke leven bestaat geen blijvend gevoel van vervulling.
Eerst verdwijnt het Licht.
Daarna ontstaat opnieuw een leegte.
Juist die leegte maakt plaats voor een grotere openbaring.
Daarom hoeft men geestelijke neergang niet te vrezen.
Integendeel:
Vaak vormt een afdaling de voorbereiding op een groter geestelijk vat (kli).
“Mijn eigen kracht heeft dit bereikt”
Later waarschuwt de Tora:
“Mijn kracht en de sterkte van mijn hand hebben mij deze rijkdom gegeven.”
Volgens de Baal HaSoelam z”ל gaat dit niet alleen over materiële rijkdom.
Het geldt evenzeer voor iedere geestelijke prestatie.
Zodra iemand denkt:
- “Ik begrijp het.”
- “Ik heb het bereikt.”
- “Ik ben rechtvaardiger geworden.”
begint hij zich al van HaSjeem los te maken.
Want in werkelijkheid bezit de mens niets uit zichzelf.
Zelfs het kleinste verlangen naar spiritualiteit wordt hem van Boven geschonken.
Ware nederigheid
Ware nederigheid betekent niet dat iemand zichzelf klein maakt.
Ware nederigheid is het besef:
Alles komt van HaSjeem.
En alles keert uiteindelijk tot Hem terug.
Het Land Israël als innerlijke werkelijkheid
Daarom eindigt de parasja met de belofte van het Land Israël.
In de taal van de Kabbala hangt Erets (land) samen met ratson (verlangen).
Het Land Israël is daarom vóór alles een innerlijke geestelijke toestand.
Een verlangen dat volledig is gericht op:
Jasjar-El — rechtstreeks naar HaSjeem.
Niet ieder verlangen is “Erets Jisraël”.
Alleen een gezuiverd en gecorrigeerd verlangen.
Waarom veertig jaar in de woestijn?
Daarom moest het Joodse volk eerst veertig jaar door de woestijn trekken.
Niet omdat de geografische weg zo lang was.
Maar omdat de wil om te ontvangen tijd nodig heeft
om geschikt te worden voor het Licht.
De boodschap van Parasjat Ekev
Parasjat Ekev leert ons:
- wacht niet op bijzondere geestelijke gevoelens;
- vertrouw niet uitsluitend op je eigen verstand;
- wek iedere dag opnieuw het verlangen naar innerlijke verbetering op.
Dan zal het Licht van de Tora zijn werk doen.
Niet plotseling.
Niet door een wonder.
Maar overeenkomstig de onveranderlijke geestelijke wet:
Het G’ddelijke Licht rust daar waar gelijkvormigheid met de Schepper ontstaat.
Een gebed
Moge HaSjeem ons de kracht geven om ook in tijden van de “hiel” — wanneer wij niets voelen — trouw te blijven aan Zijn dienst.
Moge Hij ons het ware gebed schenken:
niet een verlangen naar geestelijk genot,
maar een verlangen naar innerlijke verbetering.
En moge het Licht van de Tora onze wil om te ontvangen zuiveren,
totdat wij in volledige devekoet — verbondenheid met HaSjeem — met Hem verenigd zijn.
