Door: Jisrael Jitschak Rosenfeld
De heilige ARI za”l schrijft:
„Weet: telkens wanneer iemand een mitswa vervult, Tora leert of bidt, moet hij zich gelukkiger voelen
– vervuld van méér vreugde
– dan wanneer hij een miljoen gouden munten had gevonden of verdiend.”
Dit is de diepere betekenis van het vers in Dewariem:
„Omdat gij HaSjem, uw G’d,
niet met vreugde en een blij hart hebt gediend
– ondanks de overvloed van alles.”
Deze „overvloed” verwijst naar alle rijkdom van de wereld.
De Tora leert ons:
Ware dienst aan HaSjeem (Awodat HaSjeem) behoort méér vreugde te schenken dan het grootste denkbare aardse vermogen.
De herstelling (Tikkoen) voor het „grondloze wenen” op Tisja Be’Av is een vreugdevolle dienst aan HaSjeem met heel ons hart.
Niet alleen met een gevoel van geluk,
maar met méér vreugde
dan wij zouden ervaren wanneer wij alles zouden bezitten.
Moge het ons vergund zijn zo’n diepe en rijke vreugde te mogen beleven.
Vandaag is de jaartijd van de heilige ARI za’’l.
