Uit een onderzoek van politocoloog Andre Krouwel en godsdienstpsycholoog Joke van Saane blijkt, dat geloof in Nederland op zijn retour is.
De ongelovigen halen de gelovigen in ons land in.
- 25% zegt atheist te zijn en nergens in te geloven.
- 31% is agnost: ze weten niet of er een hogere Macht bestaat.
- 27% is ietsist: ietsisten geloven dat er iets als een hogere Macht bestaat en 17% geloven, dat G’d zich met iedereen persoonlijk bemoeit.
Vind je eigen weg
De achtergrond van dit geloofsverval ligt in het feit, dat we onszelf tegenwoordig in het middelpunt van onze aandacht plaatsen. De mens is de maat der dingen geworden. Facebook lijkt een belangrijke rol te spelen.
Daar kun je zonder je familie en omgeving helemaal jezelf zijn. Je eigen uniciteit benadrukken is de norm vandaag de dag. Er zijn natuurlijk veel `zwevende gelovigen’ maar de oude instituten, dogma’s en regels zeggen hun niet veel meer. Men probeert zijn eigen weg te vinden.
“Er is niets nieuws onder de zon” (Prediker). Qua religieuze omgeving zijn wij tegenwoordig niet veel verder dan 3400 jaar geleden in het oude Egypte. De Egyptische `experience’, het arche‑ en prototype van alle latere geestelijke ballingschappen, hebben we nog steeds. In Egypte heerste Farao, die verklaarde (Exodus 5:2): “Ik ken G’d niet”. Hij kon en wilde niet weten van het hele bestaan van G’d. Iedereen in zijn omgeving was het met hem eens.
Waarin verschilt de moderne benadering van de Joodse?
In het Joodse denken draait uiteindelijk alles om de G‘dsgedachte. In het Jodendom schiep G’d de mens. De mens wordt gedefinieerd vanuit een theologische antropologie (menskunde). De mens is zoals hij door G’d gezien wordt. Hij staat in dialoog met het Opperwezen, leidt geen geïsoleerd bestaan en zijn ideeën vormen niet de `maatstaf der dingen’. Juist hierin onderscheidt zich het Jodendom van het moderne denken, dat de mens als een onafhankelijk en zelfstandig wezen beschouwt.
Ik word gekend door G’d
De uitspraak van Descartes: “Ik denk dus ik ben” wordt in de Joodse theologie vervangen door: “Ik word gekend door G’d, mijn gedachten worden door Hem geschouwd en dat bepaalt mijn wezen”. Het mensbeeld in de theologie is dus wezenlijk anders dan het mensbeeld in het moderne denken. Zijn geschapen-zijn volgt de mens overal en altijd. Zonder dat G’d ons kent is er geen bestaan mogelijk; zonder onze kennis van G’d missen morele overtuigingen fundament en stabiliteit.
Moderne filosofen stellen de mens en zijn rede centraal
Filosofie en geloof zijn tegengestelde geestesbewegingen. Filosofie is de poging de wereld te vatten van beneden naar boven. Theologie daarentegen is het denken over de Openbaring, die van Boven als het ware in de wereld inbreekt. Daarom is atheisme – religieus bezien – in feite minder acceptabel dan ware afgodendienst, als die oprecht naar een Eerste Oorzaak zoekt.
Intensieve geloofsdiscussie met Nimrod, de vuuraanbidder
Onze eerste aartsvader Avraham had aan het begin van zijn religieuze carrière een intensieve geloofsdiscussie met Nimrod, die het vuur aanbad. In deze dialoog werd steeds naar diepere `oorzaken‘ van deze wereld gezocht: “Laten we het water dienen. Dat is immers sterker dan vuur. Maar dan is wolkendienst te prefereren omdat zij de oorzaak van het water vormen. Dan zouden we de winden moeten dienen maar ook die zijn weer afhankelijk van eerdere oorzaken“.
Het Jodendom geneest ons van onze eigen zelfverering
Wanneer men deze discussie serieus en oprecht zou voortzetten, zouden de discussianten uiteindelijk de Eerste Oorzaak op het spoor komen. Ook een vuur- of zonne-aanbidder komt dan uiteindelijk terecht bij het G’ddelijke Principe. De moderne denker stelt echter zichzelf centraal. Het Jodendom geneest ons van onze eigen zelfverering. Maar afgoderij van het ego is moeilijk te overwinnen.
