De oorlog in Israël en alles wat daarmee te maken heeft, werkt behoorlijk deprimerend voor mij als burger van dit mooie beloofde en heilige land. Het is met geen pen te beschrijven wat Israël en de Joden wereldwijd allemaal – ten onrechte – aangewreven wordt.
Het internationale “Court of Justice” doet zijn naam geen eer aan door de bewijslast om te keren en te stellen dat Israël zijn onschuld maar moet bewijzen tegen alle gebruikelijke rechtsregels in.
Maar insiders weten, dat dit internationale gerechtshof niet eens een gerechtshof is.
Bij hen – bij ons
Gelukkig hoorde ik afgelopen vrijdag een interessante verklaring op Sjier Hama’alot, Psalm 126 die wij op Sjabbat altijd voor het “bensjen“, de dankmaaltijd zingen. Ik hoef me geen zorgen meer te maken omdat G’d alles voorzien heeft, ook het drama van de oorlog met Hamas.
Een vriend wees mij op een paar onbegrijpelijke verzen: “Toen zei men onder de niet-joodse volken: G’d heeft grote dingen bij hen gedaan! G’d heeft grote dingen bij ons gedaan, daarom zijn wij verblijd“ (126:2-3).
Waarom eerst bij hen?
Kijk eens, waarom staat hier eerst ‘bij hen gedaan’ en pas daarna ‘bij ons gedaan’?
Buitenstaanders valt het op, dat er heel bijzondere dingen gaande zijn rond Israël: “Jullie zitten er middenin en worden door alle negatieve dingen overspoeld maar als we het ‘grote plaatje’ bekijken, zien we dat hier de toekomstbeloften van Messiaanse tijden langzaamaan in vervulling gaan, hoe bitter de tijden op dit moment ook zijn met de gijzelaars en het hemelhoog stijgende antisemitisme”.
Barensweeën voor betere tijden
Ik voelde me weer beter na deze bemoedigende woorden. De profeten hebben inderdaad voorspeld dat we vreselijke tijden moeten doormaken alvorens de Messiaanse tijden zullen aanbreken. De Talmoed bekijkt het ook positief: “Er is geen beter voorteken voor de glorieuze eindtijd dan een bloeiend Israël”.
Uittocht en Amalek
We lezen nu nog steeds in de synagogen de eerste hoofdstukken van het tweede Tora-boek, Exodus. We zijn zo intensief bezig met de Tora omdat hier doorlopend niet alleen het verleden maar ook het heden en de toekomst van Israël besproken wordt. We lezen hoe het joodse volk bevrijd werd uit Egypte met tien plagen. Eindelijk waren we na 210 jaar slavernij vrij! We zongen het ‘lied van de zee’ (Ex. 15:1-20), dat ook opgenomen is in onze dagelijkse gebeden.
Jozua verslaat Amalek niet helemaal
Maar vrijwel direct daarna (Ex. 17:8-16) worden we aangevallen door het volk Amalek. Jozua trekt ten strijde tegen dit uitermate verraderlijke volk, dat voornamelijk de zwakken aanviel en verslaat ze. Maar het lukt Jozua niet om Amalek volledig te verslaan. Vandaar dat er aan het einde staat:
”Hij zei: Voorzeker, de hand op de troon van G‘d. G’ds strijd zal tegen Amalek zijn, van generatie op generatie!“.
Ik vrees dat deze oorlog tegen Hamas nog lang zal duren. We hebben waarschijnlijk een zeer lange adem nodig. Maar wij hebben G’dzijdank onuitputtelijke hoop en groot vertrouwen. We blijven strijden voor vrede en gerechtigheid. G’d moge ons bijstaan.
