Joods! Tora leren en leven.

De drie wonderen van Mosje en onze grootste problemen in het galut, het golus, de verbanning: Antisemitisme en assimilatie

Ondanks alle wonderen bij de uittocht uit Egypte, vinden we nergens, dat de acceptatie van de Tora een voorwaarde was voor de bevrijding. De Joden hebben de Tora vrijwillig, zonder voorwaarden vooraf – noch van G’ds kant noch van de kant van het Joodse volk – aanvaard.

De acceptatie van de Tora vormt de basis van ons geloof. We geloven niet in het Jodendom vanwege de wonderen maar omdat we de Tora hebben aanvaard als de basis van ons geloof. Waarom dan alle wonderen?

Om de Joden uit Egypte mee te krijgen, was het nodig om ze tijdelijk te overtuigen met wonderen maar dat kan nooit de basis zijn voor een eeuwigdurend Emoena (geloof).

De drie wonderen waren:

1. de stok die in een slang veranderde en weer een stok werd;

2. de hand, die melaats werd en weer gezond werd en

3. het water dat veranderde in bloed.

Deze drie wonderen brachten over, dat G’d de Enige is, die kan doen leven en kan doen sterven.

a. Een stok heeft geen levensgeest. Maar op de uitspraak van G’d veranderde de dode stok tot een levend dier.

b. Een hand is levend maar door de wil van G’d wordt het melaats, iets dat als dood beschouwd wordt. Mosje vluchtte voor de slang want die leek levend te zijn en kon schade aanrichten. Maar de slangen van de sterrenwichelaars en tovenaars van Pharao bezaten geen leven. De slang van de Chartoemiem (sterrenwichelaars) van Pharao heet ook ‘Tanien’ (monster). Maar die van Mosje was echt een slang. De zgn. slang van de Egyptische tovenaars was alleen maar zinsbegoocheling. Zou men dat eerste wonder niet geloven dan volgde er nog een tweede wonder. Genezing van melaatsheid is bijna onmogelijk. Toch gebeurde het.

G’d Zelf en geen Engel zou ons bevrijden

Volgens een andere verklaring wilde G’d met de drie tekenen duidelijk maken dat Hij het Joodse volk Zelf ging bevrijden en dat niet over zou laten aan een Engel. Een Engel kan geen twee opdrachten tegelijkertijd vervullen terwijl G’d tegenstrijdigheden kan verenigen: ’’Ik sla en Ik genees tegelijkertijd ook’’. Alle drie wonderen maakten duidelijk dat G’d alleen dit allemaal zou doen:

  • De gedachte “Ik dood en Ik laat leven’’ kwam tot uitdrukking in het eerste wonder. Dode materie werd tot leven gebracht en veranderde weer in dode materie.
  • De idee van ’’Ik sla en Ik genees’’ volgde uit het tweede wonder. De gezonde hand veranderde in een melaatse hand en keerde weer terug tot gezond vlees.
  • De derde gedachte “Niemand kan uit Mijn hand redden” kwam naar voren in het derde teken: het water veranderde in bloed en bleef zo, zonder dat dat ooit nog veranderd werd.

Mosje stelde drie vragen: zijn wij bestand tegen assimilatie en onderdrukking?

Anderen stellen, dat de drie wonderen antwoorden vormden op drie vragen van Mosje Rabbenoe.

  • De eerste vraag ging over aanpassing aan de omgeving (sociologische assimilatie) en luidde: ’’Hoe kunnen we gered worden uit de handen van zo’n machtige Pharao die de wereld beheerst en wiens land een ijzeren smeltkroes is voor alle volkeren en mensen?’’.
  • Verder stelde hij een vraag over religieuze assimilatie: ’’Hoe kunnen de Joden zich bevrijden uit de onreinheid van Egypte om de daadwerkelijke bevrijding deelachtig te worden?’’.
  • Als laatste vroeg hij over de onderdanige slavenstatus: ’’Hoe kunnen de Bnee Jisraeel, die worden vervolgd en verdrukt, aan de Egyptenaren ontkomen?’’. Deze drie vragen worden beantwoord door de drie wonderen.
  • Het wonder van de slang en staf symboliseert het einde van Pharao en zijn aardse macht. Pharao stamde niet uit een adellijke familie maar had zichzelf het koningschap toegeëigend, gelijk de staf die een kronkelende slang werd waar Mosje Rabbenoe voor vluchtte. Maar uiteindelijk werd hij weer gewoon een stok, zonder enige toekomst.  
  • Het wonder van de melaatse hand symboliseert het lot van het Joodse volk in galoet (ballingschap). In hun vaderland waren zij rein gebleven maar toen ze naar een ander land verhuisden, assimileerden zij en verloren zij hun spirituele verhevenheid. Pas wanneer zij terugkeren naar hun vaderland zullen zij zich weer spiritueel kunnen reinigen.
  • Het wonder van het water dat in bloed veranderde symboliseert het einde van Egypte dat bloedig verdronk in de Jam Soef, de Rietzee. De meesters waren verdwenen en daarmee waren de slaven vrije mensen, die nu G’d dienden en niet meer de Pharao.

Zo werden wij getrained in onze reis door het galut, het goles, de verbanning onder de volkeren. Daar zijn onze grootste problemen het antisemitisme en de assimilatie. Hierop werden wij reeds in het eerste galut in Egypte voorbereid!

Maar er is meer: Water is in zijn natuurlijke omgeving koud is en bloed over het algemeen warm. G’d wilde met dit teken tonen, hoe men vanuit het afgodisch Egypte kon komen tot het ware Jodendom. De eerste stap is de ijzige onverschilligheid voor alles wat met kedoesja (heiligheid) te maken heeft, om te zetten in warmbloedig enthousiasme.

Wij werden geboren in bloed en zouden blijven voortgaan te leven bij bloed. Bij de Uittocht uit Egypte was dit het bloed van de Briet mila (besnijdenis) en het bloed van het Pesachoffer.

Het symbool van een leven vol zelfopoffering en zelfverloochening ter verkondiging van de enige Waarheid. Het was de profeet Jechezkeel die de geboorteweeën van het Joodse volk in Egypte zo treffend schilderde: “Ik trok over u heen en zag u wentelen in uw bloed en ik zei tegen u: In uw bloed zal u leven, bedamajich chaji”. Het uitverkoren volk was voorbestemd voor een totaal andere levensdimensie dan de rest van de mensheid.

Cookies Notice

Our website uses cookies. If you continue to use this site we will assume that you are happy with this.