Door: J.J. Rosenfeld
Enkele gedachten bij de pasuk uit Devariem (Deut.) 5:15, die als sleuteltekst het verband tussen Sjabbat en de Uittocht uit Egypte ontvouwt in het licht van verschillende chassidische meesters en de luriaanse Kabbala (de ARI zal).
Sjabbat en de Uittocht uit Egypte
– Vrijheid als voortdurende verlossing
(Devariem 5:15 in het licht van de chassidische meesters)
“En gij zult gedenken dat gij een slaaf waart in het land Egypte, en dat de Eeu-wige, uw G’d, u vandaar heeft uitgeleid met sterke hand en uitgestrekte arm; daarom heeft de Eeu-wige, uw G’d, u geboden de Sjabbatdag te onderhouden.”
(Devariem 5:15)
Deze passage is uniek:
Terwijl in Bereesjiet (Genesis) de Sjabbat wordt gefundeerd in de Schepping, verbindt de Tora hier de Sjabbat expliciet met de Uittocht uit Egypte.
De chassidische meesters zien hierin geen historische terugblik, maar een existentiële uitspraak: Sjabbat is geleefde bevrijding.
1. Egypte als innerlijke toestand – de leer van de ARI zal
De heilige ARI zal (Rabbi Jitschak Luria) leert dat Mitsrajim niet alleen een geografische plaats is, maar een spirituele toestand van beklemming (Meitsarim).
- De Egyptische slavernij was een knechting van de nesjama (ziel) in de nauwe vaten van de materiële wereld.
Volgens de luriaanse Kabbala is Sjabbat het moment waarop:
- de werelden zich verheffen,
- de nesjama jetera (extra ziel) aan de mens wordt geschonken,
- en de beklemming van de tsimtsum tijdelijk wordt opgeheven.
De Uittocht uit Egypte vindt daarom iedere week opnieuw plaats:
Sjabbat is de wekelijkse Jetsi’at Mitsrajim van de ziel (Yetsi´at Mitzrajim)
2. Rabbi Nachman van Breslov – vrijheid van innerlijke slavernij
Rebbe Nachman van Breslov benadrukt dat de ware Farao in de mens zelf zetelt: angst, gewoonte, wanhoop en valse zelfbeelden. Egypte is daar waar de mens gelooft dat hij niet anders kan leven.
Sjabbat is bij Breslov:
- de dag waarop de mens ophoudt zichzelf te beheersen,
- het moment waarop het vertrouwen (emoena) de regie overneemt.
Rabbenu Nachman zegt in wezen:
Wie de Sjabbat werkelijk onderhoudt, verlaat Egypte –
zelfs als hij uiterlijk op dezelfde plaats blijft.
Sjabbat doorbreekt de illusie dat de mens zichzelf moet verlossen. Juist het niet-doen, het loslaten van arbeid en dwang, is de daad van bevrijding.
3. Baäl HaSoelam (Rabbi Jehoeda Asjlag) – Sjabbat en de verlossing van de wil
De Baäl HaSoelam, de grote kabbalist van de 20e eeuw, interpreteert de Uittocht uit Egypte als een transformatie van de wil om te ontvangen (ratzon lekabel) naar de wil om te geven (ratzon lehasjpia).
Egypte is de toestand waarin de mens:
- uitsluitend voor zichzelf leeft,
- onder de heerschappij van het ego staat.
Sjabbat daarentegen is een voorproef van de uiteindelijke verlossing, omdat:
- er op Sjabbat geen strijd om controle plaatsvindt,
- de mens zich in de goddelijke orde voegt, in plaats van haar te manipuleren.
Volgens Rav Asjlag toont Devariem 5:15:
- Sjabbat is geen herinnering aan vrijheid
- Sjabbat is vrijheid zelf.
4. Belz – Sjabbat als menselijke waardigheid
De Belzer Rebbes benadrukten de majesteit en waardigheid van de Sjabbat.
Een slaaf heeft geen tijd, geen rust, geen innerlijke ruimte.
Dat een mens Sjabbat houdt, betekent:
hij is geen eigendom van de wereld.
De Belzer Rebbe leerde dat zelfs een arme, lijdende Jood op Sjabbat als een koning is.
Daarin ligt precies de verbinding met de Uittocht uit Egypte:
De mens verheft zich uit de slavernij tot malchoet, tot koninklijke waardigheid.
Sjabbat is zo het herstel van de menselijke waardigheid die Egypte van ons heeft proberen weg te nemen.
5. Vizjnits – Sjabbat als bron van vreugde
In de Vizjnitser chassidoet staat de simcha centraal. Egypte is een plaats zonder ware vreugde – slechts dwang en angst. Sjabbat daarentegen is de dag waarop de ziel ademhaalt.
De Vizjnitser Rebbe zag Sjabbat als:
- genezing voor een gebroken ziel,
- bron van een vreugde die niet van omstandigheden afhankelijk is.
Deze vreugde is zelf een daad van verlossing:
Wie zich op Sjabbat kan verheugen, toont dat hij niet langer onder de heerschappij van de farao staat.
6. Ger (Goer) – Sjabbat en innerlijke waarheid
De Gerer Rebbes, in het bijzonder de Sfas Emes, leren dat Sjabbat de dag van de emmes (waarheid) is.
Door de week leeft de mens in rollen, maskers en dwang
– precies dát is Egypte.
Sjabbat betekent:
- terugkeer naar de eigen wortel,
- leven vanuit de innerlijke waarheid.
De Sfas Emes verbindt Devariem 5:15 met het inzicht dat ware vrijheid alleen daar bestaat waar de mens zichzelf toebehoort –
en dat gebeurt op Sjabbat.
Een omvattende slotgedachte
Devariem 5:15 openbaart een diepe waarheid:
De Uittocht uit Egypte is geen afgesloten historisch gebeuren, maar een wekelijks proces.
De chassidische meesters leren eensgezind:
- Egypte is beklemming,
- Sjabbat is ruimte,
- Verlossing begint daar waar de mens ophoudt slaaf te zijn
– zelfs van zichzelf.
Zo is Sjabbat niet alleen een herinnering aan de bevrijding, maar haar levende uitdrukking
– een heilige ruimte waarin de mens elke week opnieuw kan zeggen:
“Ik ben geen slaaf meer.”
