Vraag 8: Vertel iets in je eigen woorden over deze stiekeme kindergenocide
Farao kwam er natuurlijk al snel achter, dat er geen Joodse kinderen werden gedood. Jocheved en Mirjam werden weer naar het paleis gebracht. Zij legden uit dat Egyptische vrouwen veel langzamer baarden dan de Joodse vrouwen. Zoals Jehoeda werd vergeleken met een leeuw, Benjamin met een wolf, Naftali met een hinde, zo werden de Joodse vrouwen vergeleken met de dieren van het veld.
“Dieren kunnen zonder hulp baren. Joodse vrouwen hebben niemand nodig. Wij komen later om een helpende hand te bieden maar niet tijdens de bevalling.”
Jocheved sprak de waarheid. De Joodse vrouwen in Egypte waren van een hoog spiritueel niveau en kregen pijnloos kinderen. Farao was tevreden met hun uitleg en liet ze vrij. Maar later begreep hij dat hij voor de mal was gehouden. Jocheved en Mirjam werden gezocht door Farao’s soldaten maar konden ontsnappen. Ze verdienden dit wonder omdat ze Hasjeem meer vreesden dan Farao.
Jocheved en Mirjam kregen een prachtige beloning. Mirjam trouwde later met Kalev. Ze werd de voormoeder van de Davidische dynastie. Jocheved werd de moeder van de Aharon, de eerste koheen gadol (hogepriester). Mosjee leidde de Joden uit Egypte en werd de eerste leviet.
Vraag 9: Hoe stelden Sjifra en Poea Hasjeems vrees boven burgerlijke gehoorzaamheid?
Farao had een vreemde droom. Hij zat op zijn troon en er kwam een oude man binnen, die een weegschaal ophing tegenover Farao’s troon. Toen kwamen alle geleerden van Egypte bij elkaar en de oude man legde ze in één schaal van de weegschaal.
Een lammetje legde hij op de andere schaal en het lammetje bleek zwaarder dan alle wijzen van Egypte. Farao begreep de droom niet en riep zijn raadgevers. Hij vertelde zijn droom. Bile’am was ooit als vluchteling naar Egypte gekomen. Maar hij was een knappe kop en had een hoge positie aan het hof. Bile’am zei tegen Farao:
“Dat lammetje dat is de Joodse verlosser. Hij zal het land verwoesten. Veel Egyptenaren zullen sterven. Het Joodse volk zal wegtrekken. Voorkom deze ramp!”
Bile’am wilde dat Farao zijn andere twee raadgevers ook zou ontbieden op het paleis. Dit waren Jitro en Ijov. Jitro zei dat Hasjeem de Bnee Jisra’eel helpt:
“U weet toch dat Avraham en Sara werden gered uit de handen van de vorige Farao. Jitschak en Rivka werden beschermd tegen koning Avimelech van de Filistijnen. Ja’akov werd door Hasjeem beschermd tegen Esau en Lavan. De vorige Farao was goed voor de Joden. Daarom is Egypte gered. Anders was het omgekomen door de hongersnood. Koning Farao, u moet voorzichtig zijn met het volk. Als ze weg willen, laat ze dan vertrekken naar Kena’an. Daar zijn ze vandaan gekomen. Verdruk hen niet want Hasjeem zal ze op speciale wijze beschermen.”
De koning vond dat geen goede raad en stuurde Jitro weg naar Midjan. Ijov weigerde de koning raad te geven. Hij was bang voor represailles en zei:
“Farao, u bent koning over Egypte. Doe met de inwoners wat u goed vindt.” Bile’am gaf de koning als volgt raad: “De Joden worden inderdaad beschermd door Hasjeem. Het is moeilijk ze aan te pakken. Avraham werd uit de vuuroven gered, Jitschak werd van het zwaard gered. Ja’akov was met zware arbeid niet klein te krijgen. Van het water werden de Bnee Jisra’eel nog niet gered. U moet de kinderen in de rivier gooien.”
Hierop werden alle jongetjes uit de huizen gehaald en in het water gegooid.
Vraag 10: Waarom werd Job de zwijger gestraft? Hij deed toch niets verkeerd?
Mosjee was één van de kinderen die in de Nijl werd gegooid, maar Batja, de dochter van Farao redde hem en zorgde voor hem als haar eigen kind. Op een dag zaten ze samen te eten en Batja hield de kleine Mosjee op haar schoot.
Plotseling pakte Mosjee de kroon van Farao af en zette die op zijn eigen hoofd. Niemand durfde te reageren. Bile’am zei: “Farao, u herinnert zich toch uw droom? Deze jongen is erop uit om uw macht over te nemen. Herinnert u zich hoe de Joden altijd de mensen in uw omgeving bedrogen hebben? U kunt dit kind beter doden want hij zal een bedreiging worden voor het koninkrijk.” “Zijn jullie het er allemaal mee eens?”, vroeg Farao aan de rest van de aanwezigen. Eén van de ministers antwoordde: “We kunnen een test doen.
Het is nog maar een klein kind. Misschien glinsterde de kroon verleidelijk in zijn ogen en pakte hij hem omdat hij hem gewoon mooi vond. Dit heeft niets te maken met toekomstige revolutionaire plannen. Leg een diamant en een gloeiend kooltje voor Mosjee. Als hij de diamant pakt dan is dat een teken dat hij er goed over nagedacht heeft. Maar als hij het kooltje pakt dan pakt hij alles wat glinstert en glimt. Dan zullen we zien dat hij niet anders is dan alle andere kinderen.”
Niet onder de indruk van de praal en pracht.
Mosjee kreeg twee glinsterende stenen voorgelegd. Eén was een brandend kooltje en de ander een diamant. Mosjee wilde de diamant pakken maar Hasjeem stuurde de engel Gavrieel die zijn hand verschoof naar het kooltje. Mosjee pakte het kooltje en brandde zijn lippen en zijn tong.
Mosjee had zijn spraakgebrek dat hem later deed twijfelen of hij wel geschikt was om de Bnee Jisra’eel uit Egypte te leiden aan deze gebeurtenis te danken. Mosjee was hoogbegaafd en werd door Farao aangesteld over zijn huishouden. Mosjee raakte niet onder de indruk van de luxe en de pracht en praal van het paleis. Hij begreep dat hij Joods was en verliet elke dag het paleis om te zien hoe zijn broeders het maakten in de werkkampen. Hij treurde over de kwellingen die zijn broeders ondergingen en huilde over het Joodse lot.
