Door: Jisrael Jitzchak Rosenfeld
Wij staan kort voor het einde van het Sefer Sjemot –
het Boek van de Verlossing.
Het laatste gedeelte begint met het vers:
“Mosje verzamelde
de gehele gemeenschap van de kinderen van Jisraël.”
De Chalban z.l. leerde
dat het woord
“Wajakheel” (ויקהל)
dezelfde getalswaarde heeft als
“mikwe”.
Wanneer heel Jisraël
zich verzamelt,
werkt er een zuiverende kracht
die lijkt op die van een mikwe.
Zoals de profeet zegt:
“Mikwe Jisraël –
de redder in tijden van nood.”
Daarom wordt de parasja Wajakheel
altijd kort vóór Poeriem gelezen.
Want Poeriem zelf
openbaart de kracht van eenheid.
Zoals er in de Megilla staat:
“Ga en verzamel
alle Joden.”
Door deze eenheid
reinigde het Joodse volk zich
van de zonde
van hun deelname
aan het feest van Achasjwerosj.
En Poeriem
is een voorbereiding
op Pesach.
Het herinnert ons eraan dat
de verlossing van Jisraël
en de zuivering van Jisraël
afhangen van de eenheid van Jisraël.
Moge het ons gegeven zijn
werkelijk te voelen
dat wij allen
slechts een cel
in één enkel levend lichaam zijn,
met één kloppend hart dat
Am Jisraël heet.
