Joods! Tora leren en leven.

Sjemirat Sjabbat – het houden van Sjabbat en de hasjra’at HaSjechina – het neerdalen van de G’ddelijke Aanwezigheid in het Misjkan – de Tabernakel

“Mosje verzamelde de hele gemeente van de Bnee Jisra’eel” (35:1).

Rasjie zegt dat deze bijeenkomst gepland was om te vertellen over de Sjabbat en over de gaven aan het Misjkan, op 11 Tisjri plaatsvond, de dag na Jom Kippoer 2449.

Elders zegt Rasjie in Sjemot 18:13) dat Mosje, de dag na Jom Kippoer, het volk berechtte. 

Maar waarom was een berechting nodig voordat het Misjkan gebouwd zou worden?

Rabbi Efraim Luntschitz, de Kli Jakar stelt dat Mosje bang was dat men dingen zou bijdragen aan het Misjkan die niet hun eigendom waren. Het zou een misvatting zijn om het Misjkan te bouwen van gestolen zaken of zaken die niet duidelijk aan de donateur toebehoren.

Deze hakheel (bijeenkomst) was verder erg belangrijk voor de onderlinge vrede. Eenheid was belangrijk met het oog op de hasjra’at HaSjechina – het rusten van G’ds Majesteit temidden van het volk –  voor een inhoudelijk goede betrekking tussen HaSjeem en Am Jisra’eel.

Maar waarom begon de bouw van het Misjkan pas na Jom Kippoer? En wat was de rol van Mosje’s rechtspraak hierbij?

Bij de bouw van het Misjkan werden ze allemaal verenigd in één nationaal project en doel. Alle legeringen vonden plaats temidden van ruzie en machloket.

Op Jom Kippoer werden zij echter vredig met elkaar verenigd. Daarom was het de dag daarna eenvoudig om ze eensgezind bij elkaar te brengen. De vrede van gister speelde nog in hun achterhoofd.

Het enige wat nog resteerde waren de intermenselijke meningsverschillen. Die werden door Mosje opgelost door de precieze lijnen tussen ‘mijn en dijn’ vast te leggen.

“Op de zevende dag zal het voor jullie heilig zijn” (35:2).

In deze parsja – na de zonde van het gouden kalf – waarschuwt de Tora eerst de Sjabbat in acht te nemen en pas daarna volgt de bouwopdracht voor het Misjkan. In de sidra van de afgelopen week – Ki Tisa – stond er eerst de bouwopdracht. Pas daarna werd de Sjabbat verordonneerd.

Waarom dit verschil?

Daarom had men eerst de heiligheid van de Sjabbat nodig, die de aanzet zou vormen voor de hasjra’at Sjechina – het rusten van G’ds Majesteit temidden van het volk.

“Zes dagen zal er arbeid verricht worden en op de zevende dag zult u iets heiligs hebben, de hoogste Sjabbat, ter ere van Hasjeem…U zult in al uw woningen geen vuur ontsteken op de Sjabbat” (35:2-3).

Er zijn ook halachische redenen waarom hier het vuurontstekingsverbod apart behandeld wordt.

Volgens sommigen van onze Geleerden is het zo dat het ontsteken van vuur uit het algemene werkverbod naar voren wordt gehaald en apart vermeld wordt, om daarmee aan te geven dat het vuurontstekingsverbod minder zwaar is dan de andere werkverboden op Sjabbat.

Maar andere Geleerden zeggen dat het vuurontstekingsverbod niet minder zwaar is dan alle andere werkverboden. Het wordt hier apart vermeld om aan te geven dat men niet alleen Sjabbat overtreedt bij het verrichten van alle 39 werkzaamheden samen, maar dat men zelfs door het doen van één van de werkzaamheden al Sjabbat overtreedt. Eén van die werkzaamheden is bijvoorbeeld het ontsteken van vuur. Dit is de halachische reden waarom hier het voorbeeld van het ontsteken van vuur apart wordt vermeld.

Volgens een derde mening wordt het vuur ontsteken hier apart vermeld om duidelijk te maken dat alleen in onze woningen of woonplaatsen geen vuur mag worden aangestoken. In de Tempel mocht er echter wel vuur worden aangestoken. Ook op Sjabbat werden offers gebracht en verbrand.

Maar er zijn ook andere, diepere redenen

De Tora zegt dan: “Je moet op Sjabbat rust houden en geen werk verrichten maar zorg ervoor dat jullie, door de vrije tijd, niet tot machloket vervallen”. Door de week is men druk bezig met zijn werk en heeft men weinig tijd voor ruzie.

Op Sjabbat wordt er niet gewerkt en is er juist meer aanleiding om te vrezen voor machloket (ruzie).

Daarom moest ook het hele volk eensgezind bij elkaar gebracht worden om duidelijk te maken dat G’d niet wil dat op Zijn heilige dag vuur ontstoken wordt, d.w.z. men machloket (ruzie) zou maken omdat men meer vrije tijd heeft. Het is de bedoeling om die vrije tijd te gebruiken om Tora te leren.

“Dit zijn de zaken die G’d heeft opgedragen om ze te doen: zes dagen zal er werk gedaan worden” (35:1-2).

Waarom staat hier: ‘werk zal gedaan worden’ passief?

Welk werk wordt hier bedoeld?

Het werk dat hier bedoeld wordt, is het brengen (=dragen) van bijdragen voor de bouw van het Misjkan.

Ook dit wordt werk genoemd, zoals er staat geschreven:

“Man noch vrouw moeten verder nog werk doen en toen stopte het volk met het brengen van bijdragen” (B.T. Sjabbat 96b).

‘Zal gedaan worden’ slaat op het overbrengen van donaties en geschenken van privé-terrein naar openbaar terrein, van de eigen tent naar de centrale verzamelplaats. 

De passieve vorm staat in verband met het feit dat de vrijwillige bijdrage niet bevolen kon worden. Het moest allemaal vrijwillig en spontaan, vanzelf gebeuren. Daarom staat deze passieve vorm.

Cookies Notice

Our website uses cookies. If you continue to use this site we will assume that you are happy with this.