Joods! Tora leren en leven.

Ik ben HaSjeem, uw G’d, die u uitgevoerd heeft uit het land Egypte, uit het slavenhuis

Wat betekent die cryptische frase ”Ik ben HaSjeem, uw G’d”?

Met behulp van de Tien Geboden zijn wij in staat om onze laagste driften te sublimeren. De geboden zijn gegeven om de mensheid op een hoger niveau te tillen. Hierbij kan het menselijk denken een belangrijke rol vervullen maar ook de emoties mogen niet onderschat worden als instrument om contact te maken met het Hogere. Voordat we ons gevoel of intellect inschakelen om in te klikken op Hemelse sferen moeten we dit wel willen. De Tora eist een keuze van de mens om zich een levensdoel te stellen.

Door tegenslagen leren we langzaamaan te geven

Als we geen tegenslag zouden ervaren, zouden we ons blijven wentelen in onze jeugdige genoegens. Maar doorlopend botsen wij tegen de grenzen van ons bestaan aan. Door dit lijden zijn wij in staat om de beperkingen van het aardse plezierzoeken te ontstijgen en leren we langzamerhand te geven.

Wanneer wij ons intellect alleen maar gebruiken om materiële verlangens te bevredigen, vormt dit in de terminologie van de Zohar een “spirituele dood“.

Hoe ouder men wordt, hoe meer men afstand weet te nemen van het lichaam. Wanneer wij onze aardse heb- en genotzucht weten te vervangen door verlangen naar spiritualiteit, worden wij steeds meer beschenen door het licht van onze G’ddelijke mensaspecten. Vijf stadia kunnen daarbij onderscheiden worden:

  • van Nefesj (het aardse leven) stijgen wij naar
  • Roe’ach, geestelijke ambities waarna de
  • Nesjama (religieuze interessen) zijn licht over ons doet schijnen, zodat we langzamerhand kunnen veranderen in een
  • Chaja, een spiritueel wezen waar het echte leven in doorklinkt tot in
  • Jechida, van het woord ‘echad’ hetgeen vereniging met de Schepper betekent.

Afstand van een stuk aards egocentrisme en materiële hebzucht

We komen op deze wereld en zijn direct bezig met het bevredigen van onze lichamelijke behoeften. Sommige mensen blijven in deze fase steken en zijn aan het eind van hun leven nog steeds bezig met enkel behoeftebevrediging. Dan moet deze mens nog een keer terug komen op aarde. Maar zodra hij in staat is het hogere te vatten, erkent hij dat al dat egoïstische gegraai schadelijk en kwalijk is voor zijn nesjamma. Wanneer we dat realiseren doen we afstand van een stuk aards egocentrisme en materiële hebzucht. Door oververzadiging met materie of door een volledig gebrek aan aardse goederen, worden we met onze neus gedrukt op ons werkelijk doel in het leven: spiritualiteit.”Ik ben HaSjeem, uw G’d” betekent, dat ons ik, ons ego zich moet identificeren met het G’ddelijke.

Niet schamen voor je spiritualiteit

Wanneer we openstaan voor onze geestelijke verlangens en ons er niet voor schamen, kunnen we groeien. Wanneer we spiritualiteit cultiveren in plaats van het weg te drukken als niet relevant  in onze moderne no-nonsense maatschappij, kunnen we inderdaad op een hoger niveau terecht komen. Langzaam begint de mens het spirituele licht te ontwaren en wordt hij bestuurd door steeds hogere, geestelijke verlangens. We moeten ons egoïsme leren rectificeren. De aanwezigheid van het G’ddelijke licht leert ons om vertrouwen en kracht te vinden in ieder groeistadium. Daarna bereiken we een niveau waarin we alleen nog maar G’d willen behagen en waarbuiten alle andere strevingen en objecten hun relevantie verliezen.

In staat zijn om van G’ds goedheid te genieten

Maar het allerhoogste niveau is niet alleen geven maar ook in staat zijn om van G’ds goedheid te genieten en te willen ontvangen. Hierdoor vergroten wij onze gelijkenis met Hasjeem. Wanneer ons egoïsme is omgezet in altruïsme en onze lagere driften slechts gericht zijn op de Schepper en wij ook terwille van G’d kunnen ontvangen, zijn wij instaat om steeds meer te genieten van het G’ddelijke licht, dat in deze wereld latent en verborgen aanwezig is. Ondanks de G’dsverduistering moeten wij onszelf corrigeren. Egypte heet in het Hebreeuws Mitsrajiem: beperkingen. Het aardse leven stelt grenzen aan onze G’dsbeleving.

G’d heeft ons uitgevoerd uit die beperkingen. Waar een wil is, is een weg: ”Ik ben HaSjeem, die u uit Egypte heeft geleid” (20:2). Dit is de functie van de Tien Geboden, die grosso modo voor iedereen gelden. De Tien Geboden ontlenen hun betekenis aan hetgeen wij ervan realiseren, praktiseren en ermee kunnen bereiken. Als de mens er niets mee doet, blijven de meest verheven geboden een dode letter. En dat was niet de bedoeling van de Tora. Onze materiele begrenzingen leren ontstijgen, is de echte Exodus. Daarvoor hebben we een G’dgericht ego nodig:”Ik ben HaSjeem”.

Cookies Notice

Our website uses cookies. If you continue to use this site we will assume that you are happy with this.