HAFTARA: Jesjaja hoofdstukken 6, 7 en 9
Inhoud: visioen van G’ds troon en een stuk van onze kedoesja (heiligverklaring) uit de tefilla (gebeden) waarvan de tekst luidt “Wij willen de heiligheid van Uw Naam in de wereld verkondigen evenals men dit doet in hogere sferen, zoals dit door de profeet Jesjaja is beschreven: ‘De een roept het de ander toe en zegt: Heilig, heilig, heilig is Hasjeem Tse-va-ot, heel de aarde is vol van Zijn majesteit’ (Jesjaja 6:3).
De Engelen vragen elkaar toestemming
Opmerkelijk zijn de woorden: ‘De een roept het de ander toe’. De Engelen vragen elkaar toestemming om G’d te prijzen.
Mensen willen vaak hun superioriteit bewijzen door als haantje de voorste op te treden zonder respectvol en bescheiden overleg.
Bij de Engelen bestaat geen concurrentie. Constant in G’ds Aanwezigheid voelen zij zich nederig tegenover elkaar. `Begin jij eerst want jij bent beter dan ik. Nee begin jij eerst want jij bent superieur’. Uiteindelijk zingen alle Engelen tezamen in koor de kedoesja, die het centrale gedeelte van onze gebeden vormt.
Heilig betekent verheven boven iedere beperking. Heilig, heilig, heilig wordt drievoudig gezegd om aan te geven, dat G’d oneindig heilig is zonder limiet.
Wat betekent `heel de aarde is vol van Zijn majesteit’?
1. Volgens sommigen spreekt de complexiteit van de natuur boekdelen over de Schepper.
2. G’ds lof wordt door mensen met woorden maar door andere schepselen verkondigd door vervulling van hun taken.
3. Een derde mening ziet in de frase `heel de aarde is vol van Zijn majesteit’ een correctie op de frase `Heilig, heilig, heilig is Hasjeem Tse-va-ot’.
Uit deze laatste woorden zou wellicht blijken, dat G’d alleen in de Hemel heilig is. Om dat misverstand uit de wereld te helpen, voegen de Engelen toe `heel de aarde is vol van Zijn majesteit’.
De dagelijkse kedoesja
De beracha, die wij hier dagelijks over zeggen in het achttiengebed heet ook `kedoesja’ en maakt ons bewust van G’ds heiligheid en tegelijkertijd van onze verplichting om Zijn Naam in deze wereld te heiligen door ons gedrag en onze daden.
Omdat G’d heilig is kunnen wij slechts Zijn volk zijn als wij ook heilig zijn en geen enkel facet van ons denken en doen met deze heiligheid in strijd is, want G’d prijzen terwijl men een leven leidt dat niet met kedoesja overeenkomt, houdt G’dslastering in (Rav S.R. Hirsch, Frankfurt, 19e eeuw).
Lofzang van de engelen: poging tot navolging
In het ochtendgebed en middaggebed vermelden we deze lofzang van de engelen. Hier zijn wij het echter zelf, die een poging doen tot Kiddoesj Hasjeem in navolging van de engelen. Dit kan slechts gebeuren door allen tezamen. Vandaar dat de Kedoesja alleen kan worden uitgesproken wanneer tien volwassen mannen aanwezig zijn, want tien mannen vertegenwoordigen de gemeenschap.
De uiterste vorm van Kiddoesj Hasjeem – heiliging van G’ds Naam – is wanneer wij bereid zijn grote offers te brengen om G’ds woord na te leven en niet te overtreden. Bij het uitspreken van de Kedoesja moet men bij zichzelf besluiten hiertoe bereid te zijn (Ja’arot Devasj van Rabbi Jonatan Eybeschütz).
Hielen van de grond
Bij het uitspreken van ‘Kadosj, Kadosj, Kadosj’ heffen we onze hielen op van de grond. Dit is om aan te tonen dat we ernaar streven ons op te heffen van het aardse en ons te willen scharen temidden van de engelen om met hen samen G’d te prijzen.
