Joods! Tora leren en leven.

Jom Kippoer, de grote Verzoendag – essentie van een religieuze ervaring

In deze parsja worden enkele aspecten van Jom Kippoer benadrukt (Lev. 23:29): “Voorzeker, iedere persoon die zich op diezelfde dag niet verootmoedigt, moet van zijn volksgenoten worden afgesneden”.

Daarom noem ik Jom Kippoer, Grote Verzoendag de essentie van onze religieuze ervaring. Zo wordt het ook aangevoeld door de mensen. Jaarlijks zitten de synagogen op deze bijzondere dag vol. Een teken van opleving in spirituele zin. Wat ik laatste Jom Kippoer voelde beschrijf ik met veel diepgang:

“Dan staan we weer plotseling voor die ene grote vastendag, die de Tora voorschrijft. Op deze bijzondere dag bezinnen wij ons op onze normen en waarden, zowel in het intermenselijk verkeer als in de relatie tussen mens en G’d. Neem Kol nidree. Kol nidree benadrukt het belang van wat wij zeggen en hoe wij de dingen zeggen.  Kol Nidree gaat over beloften en uitspraken die wij gedaan hebben, toezeggingen die wij niet nagekomen zijn, idealen, die wij niet hebben waargemaakt“. Triest maar waar. Elk jaar weer!

Jom Kippoer is ook een vastendag. Gedurende meer dan 24 uur eten en drinken we niets. Wij kennen drie soorten vastendagen. Dagen van nationale rouw om het verlies van de Tempel, zoals Tisja beAw. Er zijn ook vastendagen om tot inkeer en berouw te komen. Wat we normaal zouden besteden voor onze eigen maaltijd geven we nu aan tsedaka voor onze behoeftige medemens. We identificeren ons met het noodlijdende deel van de bevolking.

Als Engelen

Maar Jom Kippoer is uniek, we vasten niet zozeer uit protest tegen onze consumptiedrang of om ons verlangen naar steeds meer te beteugelen. Het vasten past in het kader van vele andere aspecten van deze heilige dag:

  • wij denken even niet aan onze dagelijkse beslommeringen;
  • we dragen geen leren schoeisel;
  • we staan de hele dag in sjoel om de tefillot – de gebeden uit te spreken.

Vandaag willen we onze hogere mensaspecten benadrukken door minder bezig te zijn met onze materiele behoeften. We tonen dat onze werkelijke aspiraties elders liggen, hoger, verhevener. De essentie van ons menszijn komt juist vandaag naar voren.

Jom Kippoer is de enige dag dat wij 5 tefillot, 5 grote gebeden zeggen. Deze staan voor de vijf niveaus van de nesjama, de ziel. De 5 niveaus die 1 keer per jaar – alléén op Jom Kippoer – allemaal actief zijn.

De ‘nefesj’ is het lichamelijke leven, de ‘roe’ach’ zijn de aardse ambities, de ‘nesjama’ zijn de religieuze gevoelens. ‘Chaja’, het vierde niveau, is onze hogere levensbron en ‘jechida‘ is het contactpunt met het G’ddelijke in de wereld, van de stam ‘echad’.

Schoonwassen

‘Kippoer’ komt van ‘kappara’, schoonwassen. Hoe is dat mogelijk dat al onze vergrijpen op deze dag als sneeuw voor de zon verdwijnen? Is dat adacadabra, hocus pocus van het Jodendom? Zeker niet! Wanneer dat contact met ‘echad’ bij ons actief is, zowel dat gevoel van verbondenheid met de Enige Ene als met de eenheid van ons volk dan verdwijnt iedere tekortkoming automatisch. 

Dat G’ddelijke in de mens is tevens onze unieke kwaliteit. Dit is de grootheid van de mens. Daarom is Jom Kippoer de heiligste dag van het jaar, omdat dit proces van zelfanalyse, introspectie, zelfkritiek en verandering juist daarop plaatsvindt.

Innerlijke harmonie?

Hervinden wij als volk langzamerhand weer onze innerlijke harmonie? De Zohar, een Kabbalistische bron, voorspelde, dat in 5600/1840 een geest van wijsheid, kennis en inzicht door de wereld zou waren, hetgeen geresulteerd heeft in de industriële en technologische revolutie, die ieder aspect van ons dagelijks leven heeft beïnvloed en velen van ons volk van hun roots – wortels -verwijderde.

Mogen we hierin een teken zien, dat dit lange en bittere galoet – die schrijnende diaspora – langzamerhand ten einde loopt? Waarom bevinden we ons eigenlijk in galoet, goles, ballingschap, ver weg van ons heilige Land? Het was vanwege onze tweedracht, jaloezie en interne ruzies dat we verdreven werden uit ons eigen Heilige Land, ons Israël. Tot op heden is het ons helaas niet gelukt om aan die onderlinge machloket een einde te maken.

Tweede aspect: dag des oordeels

We kunnen dat kennelijk niet op eigen kracht. Daarom hebben we Jom Kippoer. Rosj hasjana en Jom Kippoer zijn twee aparte dagen. Op Rosj Hasjana wordt G’d tot Koning gekroond. Een van de taken van een koning is om recht te spreken.

Rosj Hasjana is eigenlijk een veel strengere dag dan Jom Kippoer. Het oordeel is streng. Rechtvaardigheid is en moet strikt zijn en mag geen rekening houden met allerlei zwakheden en verontschuldigingen.

Het woord Tesjoewa behoort tot het andere geheel, de essentie van Jom Kippoer. Wij waren al veroordeeld. Maar ons is nog één audientie met de Almachtige toegestaan. Wij smeken om vergiffenis. Nu vragen wij om onze zwakheden in overweging te nemen.

Zondebelijdenis

Bovendien bekennen wij de hele dag onze schuld, en door onze bereidwilligheid om te veranderen, behandelt G’d ons op andere wijze.

Deze gedachte geeft hoop voor de toekomst! Toch moeten we iets voor die toekomst doen, juist op het intermenselijke vlak. Dé mitswa bij uitstek van Jom Kippoer is de widoej – de zondebelijdenis. Waarom moeten wij onze misstappen woord voor woord uitspellen?

Geen schuld afschuiven

Ons zelfreinigend vermogen is maar beperkt. Pas wanneer wij gedwongen worden om onze tekortkomingen tot in de kleinste details te beschrijven, beginnen wij de volle omvang, de vergaande invloed van onze daden te begrijpen.

Bovendien, zegt Rav Soloweitschik, ook als we al bereid zijn de diepe impact van onze minder fraaie daden onder ogen te zien, dan nog is het vaak heel moeilijk toe te geven dat het onze fouten zijn. We geven vaak de schuld aan anderen, de omstandigheden, de maatschappij, onze beroerde jeugd!

Geen lippendienst

Dat betekent ‘asjamnoe‘: wij hebben misdreven – ik accepteer de verantwoordelijkheid. De widoej, zondebelijdenis, is een mitswa – maar het mag nooit worden tot lippendienst. Zo zouden we een karikatuur maken van onze religie, onze eigen oprechtheid.

Einde of begin?

Is Jom Kippoer het einde van een bewustwordingsproces of is het het begin van een hoger, edeler functioneren? Jom Kippoer wordt afgesloten met het Ne’ila-gebed. Ne’ila betekent afsluiting. Maar dan had het woord “seĝiera” beter geweest! Ne’ila toont stamverwantschap met het Hebreeuwse woord ‘Na’alajiem’, ‘schoenen’ – instrumenten waarmee wij dóór kunnen gaan.

Dat is de stijgende lijn van Tisjrie: van de tesjoewa, van de inkeer uit ontzag op Rosj Hasjana en vrees voor Jom Kippoer gaan we langzamerhand over naar Soekot, het Loofhuttenfeest – Zeman Simchatenoe, de tijd van onze vreugde, de tijd waarop wij de vier plantensoorten nemen die de vier soorten jodendombelevingen symboliseren, die allemaal samengenomen moeten worden tot één grote eenheid!

Twee cherubijnen – de komende generatie

Wat een prachtige gedachte! Onze taak is doorgaan en doorgeven. Onze waarden en normen doorgeven aan de jonge generaties die onze toekomst vormen. Jom Kippoer wijst ons daarop. Eén maal per jaar ging de Koheen Gadol – de Hogepriester – in het Allerheilige binnen.

Daar stonden boven op de Heilige Arke 2 cherubijnen, Engelen in de vorm van een jongen en een meisje, die verklonken waren met de Arke zelf. Bij de aanblik van deze cherubijnen moest de Hogepriester zich realiseren, dat er bij ons slechts één belangrijke opdracht is: de opvoeding van onze kinderen, die de fakkel van het Jodendom de 21e eeuw e.v. in zullen dragen.

Levenselement

Jom Kippoer is de jaartijd van Rabbi Akiwa, die ons leerde dat de Tora voor ons is als wat water is voor de vissen. Rabbi Akiva bleef Tora berabbiem (in het openbaar) onderwijzen hoewel de Romeinen Toraleren verboden hadden op straffe des doods. 

Toen Pappus ben Jehoeda Rabbi Akiva confronteerde met het gevaar van zijn Tora-onderricht, antwoordde hij met een masjal (gelijkenis) over een vos die opgejaagde vissen in de rivier aanried hun toevlucht voor de netten van de vissers op het droge te zoeken. 

Hoewel de wateren vol gevaar zaten, begrepen de vissen dat ze alleen konden overleven zolang ze in hun natuurlijke omgeving bleven.  Als ze “gevlucht” waren naar het droge, zou dat een zekere dood betekenen. Als wij de Tora verlaten, laten we ons belangrijkste levenselement los en loopt het niet goed met ons af.

Dag van vreugde

Jom Kippoer was in de geschiedenis van ons volk behalve een dag van bezinning ook een dag van vreugde. Wanneer onze kinderen onze idealen en moraal doorzetten en voortzetten, dan is er inderdaad reden voor vreugde en optimisme.                         

Awinoe Malkenoe – Onze Vader – onze Koning. Jom Kippoer is een dag waarop recht en liefde in balans zijn. Wij beperken ons: we vasten, dragen geen leren schoenen. Het lijkt een harde dag. Maar tegelijkertijd vormt liefde en vergevingsgezindheid het motief van alle gebeden. Mosje vroeg naar G’ds ware aard. Het antwoord is een beschrijving van goedheid en oprechte liefde:

Voor en na de zonde

Waarom verschijnt G’ds naam twee keer in het begin van dit gebed? Onze Wijzen geven als antwoord dat G’d ons evenveel liefheeft voor de zonde als Hij ons liefheeft na de zonde. We kennen verschillende soorten liefde. Maar de enige ware liefde die tijd, ras, cultuur en taal ontstijgt, is de relatie tussen ouders en kinderen. Een vader gaat anders om met zijn kinderen dan een moeder.

Dit verschil werd al 2000 jaar geleden in de Talmoed gemaakt bij de uitleg van het vijfde gebod: “eer uw vader en uw moeder” (Sjemot/Ex. 20:12) in tegenstelling tot de opdracht om moeder en vader te vrezen.

Liefde en ontzag

Wanneer we spreken over respect en eer komt vader voorop omdat het kind van nature zijn moeder liefheeft. Maar wanneer we het hebben over ontzag en vrees, vreest men eerder zijn vader dan zijn moeder. Men plaatst daarom de moeder eerst om deze natuurlijke neiging in balans te brengen.

Twee ouders, twee krachten, twee modellen voor relaties. De ene toont onvoorwaardelijke liefde – altijd voedend en tolererend – en de andere wordt gekarakteriseerd door verwachting en verantwoordelijkheid, factoren die groei en gehoorzaamheid inspireren, beperking en discipline.

Liefde en eisen

Kinderen worden opgevoed in liefde en beperking, onvoorwaardelijke liefde en consequente eisen. Als wij van onze kinderen nooit iets eisen, groeien zij op als verwende egoïsten, die geloven, dat zij overal recht op hebben. Bovendien ontwikkelt het kind zich met een gevoel van: ‘ik kan niets alleen’.

Alles wordt voor hem gedaan omdat hij het zelf niet kan. Het resultaat is een persoon die niets voor zichzelf kan uitrichten. Wanneer we iets eisen, toont de ouder dat het kind de uitdaging aankan. Zo ontwikkelt men innerlijke kracht en zelfvertrouwen.

Uitdaging

Een wijze ouder weet dat hij het kind steeds meer moet uitdagen om een constante ontwikkeling te bevorderen maar dat hij nooit teveel mag vragen, want dan voelt het kind zich gefrustreerd. Op dieper niveau is dit het model dat G’d voor ons neergezet heeft wanneer Hij zowel Awinoe als Malkenoe genoemd wordt, onze Vader als onze Koning.

Aan de ene kant eist G’d veel van ons: 613 ge- en verboden. De Tora is niet makkelijk maar Hij weet dat wijzelf onze fouten kunnen rechtzetten. Wij vragen geen genade noch een intermediair.

Wanneer wij erin slagen onze behoefte aan eten en drinken en andere aardse dingen voor één dag te overstijgen, koesteren we dat gevoel iets bereikt te hebben. 

Net zoals bij ouders volgt G’ds onvoorwaardelijke liefde ons overal, hoewel Hij veel van ons eist. Dit verzorgende, Hemelse aspect heet Sjechina, een vrouwelijk woord, dat deel uitmaakt van G’ds eigenschappen waarin Hij ons altijd koestert, hoe we er geestelijk ook uitzien.

Eén van onze grootste geleerden, de Kotzker Rebbe, heeft eens gezegd dat de Sjechina vergeleken kan worden met een liefhebbende moeder, die haar kind accepteert mèt vuile luier en hem zelfs kust bij het verschonen.

Balans van liefde en recht

Jom Kippoer is de zuiverste balans van liefde en recht. Jom Kippoer neemt ons mee naar de uiterste grenzen. Er is geen andere dag in het Joodse jaar die zoveel eist. Maar in termen van liefde geeft het ons ook het maximum. G’ds rechterhand is altijd uitgestrekt om de schuldbewuste, terugkerende mens te ontvangen. Bestaat er een grotere vreugde dan de wetenschap van deze G’ddelijke nabijheid, vergevingsgezindheid en reiniging?

Hartekreet

Hoever we ook afgedwaald zijn, de Sjofar haalt ons altijd terug. Elloel begon met de sjofar en Jom Kippoer eindigt met de sjofar. De Sjofar symboliseert een “cris de coeur”, een roep uit het hart, waarvoor geen woorden zijn omdat onze onderlinge verdeeldheid, onze opstand tegen G’d vaak zo diep zit dat het niet in woorden kan worden gevat.

Maar er blijft altijd een vonkje in ons hart branden, hoe gedimd dat ook mogen lijken. Wanneer het gestimuleerd wordt kan het weer gaan branden en de mensen in vuur in vlam zetten.

Religieuze haast

Echte G’dsvrucht uit zich in een open en warme instelling naar onze medemens toe. De laatste tijd bestaat er een duidelijke tendens om de mens in onze religieuze haast te vergeten. Rabbi Akiwa verklaart de naastenliefde tot een alles overtreffend hoofdprincipe. Door de exclusieve nadruk op “dit mag wel en dit mag niet” vervreemden wij van onszelf. Een oud Talmoedisch gezegde stelt dat “wie van de Vader houdt, ook zijn kinderen liefheeft”.

Schaduw

Wij blijven kinderen, kinderen van G’d, hoever dat kind zich ook van zijn Vader verwijderd heeft. Eenmaal per jaar wast de liefhebbende Vader Zijn stoute zonen en dochters schoon. Laat die dag niet voorbij glippen. Er is een bekend vers dat zegt:”G’d is uw schaduw”. 

Net zoals een schaduw het handelen van de mens volgt, volgt G’d ook onze daden. Wanneer wij ons tot G’d richten, richt G’d zich tot ons. De Tora vraagt om bescheidenheid en schuldbewustzijn, wanneer wij om vergeving vragen. Te grote ego’s staan onze eenheid in de weg.

We moeten elkaar recht in de ogen durven kijken na Jom Kippoer. Pas dan is onze gemeente een werkelijke gemeente in de zin van gemeenschappelijkheid. Het gaat niet om ons op Kippoer. We hebben onszelf niet gemaakt en leven niet voor onszelf. We leven voor onze idealen: ons Jodendom! Wij proberen dat door te geven aan onze kinderen, maar dan moeten er wel rolmodellen en voorbeelden zijn. Anders kunnen wij niks doorgeven.

Kehilla

Onze Kehilla is tegelijkertijd een verbond van saamhorigheid maar ook een eisende instantie. Wij hebben u nodig. Meer inzet, meer opofferingsgezindheid voor onze prachtige gemeente. Ik wens u een goede kawwana – een intense aandacht bij onze tefillot, de bijzondere gebeden en sjaniem rabbot, nog vele jaren.

Cookies Notice

Our website uses cookies. If you continue to use this site we will assume that you are happy with this.