Joods! Tora leren en leven.

Omertelling verbindt Pesach en Sjawoe’ot ook inhoudelijk

Tussen de tweede Seideravond van Pesach en Sjawoe’ot, het Wekenfeest waarop we de Tora kregen, tellen we 49 dagen lang iedere avond de Omer.

Bij deze Omer-telling bestaan vele vragen waarvan ik er hier twee wil behandelen.

Een inhoudsmaat wordt de titel van de hele telling

De eerste vraag luidt: “De Omer is eigenlijk de benaming van een inhoudsmaat voor het gerstenoffer dat we tijdens het bestaan van de Tweede Tempel op de tweede dag Pesach brengen moesten. Er is geen enkel offer, dat naar zijn inhoudsmaat wordt genoemd. We kennen dierenoffers en meeloffers of plengoffers maar die worden nooit benoemd naar hun inhoudsmaten. De Omer heeft een inhoudsmaat van 2,5 liter naar de mening van Rabbi Chaim Na’e en volgens de Chazon Iesj is dit 4,3 liter”.

Van chameets naar een offer van twee broden

De tweede vraag is hoe het kan zijn, dat de Omertelling begint met een uitermate streng verbod uit de Tora op chameets, alle gerezen meelproducten, terwijl aan het einde van de Omertelling op Sjawoe’ot in de Tempel een offer van twee broden gebracht moest worden? We zien hier tot onze verbazing een absoluut verbod omkeren in zijn tegendeel: na 49 dagen tellen wordt een taboe op chameets een grote mitswa (een Tora-gebod) om juist wel chameets in het Jeruzalemse heiligdom te offeren?!

Transformatie van ondeugd tot heiligheid

De achtergrond van de Omertelling begint met de historische bevrijding uit Egypte (3336 jaar geleden), die culmineerde in de G’ddelijke Openbaring op de berg Sinaï waar wij de Tora kregen. Van een slavenvolk werden wij een volk van het Boek. Dit was zeker een enorme verandering waarvoor de Joden een grote geestelijke inspanning moesten leveren. Ze moesten de 49 graden van onreinheid achter zich laten en de ladder van de 49 niveau’s van kedoesja (heiligheid) opklimmen. Het kostte enorm veel spirituele kracht om dit te bereiken. Wat betekent dit?

Het sublimeren van slechte eigenschappen

Een belangrijk onderwerp in het Jodendom is `awoda’, het bewerken van onze minder fraaie karaktereigenschappen. Willen wij bijvoorbeeld onze gebeden zonder schroom tot G’d richten, dan moeten wij dagelijks proberen op een hoger niveau te functioneren en onszelf constant verbeteren. We moeten G’d dienen met onze beide neigingen, met onze goede maar ook met onze kwade neiging. Ook onze minder fraaie eigenschappen moeten verbeterd, gecorrigeerd en gesublimeerd worden. We moeten G’d met ‘heel ons hart dienen’ maar dit betekent ook dat onze minder fraaie kanten moeten meebewegen richting het G’ddelijke in deze wereld. Jaloezie is meestal geen fraaie eigenschap maar als we jaloers zijn op de geleerdheid en rechtschapenheid van onze spirituele leiders en dit willen meemaken, dan wordt jaloezie een goede eigenschap.

Omer betekent onderdrukken, in goede banen leiden en sublimeren

Het woord Omer betekent behalve een inhoudsmaat ook bewerken en verbeteren in het Bijbels Hebreeuws. Tijdens Pesach mogen we geen gerezen producten in ons bezit hebben omdat deze symbolisch wijzen op onze minder fraaie karaktereigenschappen. Willen wij onze gebeden zonder schroom tot G’d richten, dan moeten wij dagelijks proberen op een hoger niveau te functioneren en allerlei negatieve eigenschappen van zelfverheerlijking tot narcisme en egoïsme omzetten in betere.

Gedurende de Omer-telling corrigeren we deze problematische karaktertrekken en proberen we deze te ontstijgen. Daarna is er niets mis meer met chameets. Als we alle negatieve persoonlijkheidskenmerken op een hoger niveau hebben getild hoeven we niet meer bang te zijn voor ons ‘opgeblazen ego’ en wordt ons gezuiverde ego zelfs iets heiligs, gesymboliseerd door een gewijd offer van twee broden gereinigd door onze zelfanalyse, introspectie en innerlijke correctie.

Cookies Notice

Our website uses cookies. If you continue to use this site we will assume that you are happy with this.