Vajikra gaat over de verschillende offers
Een offerend mens, wordt in de Tora ‘adam’ genoemd. Een zondaar wordt vergeleken met Adam, toen hij van de verboden Boom at. Door zijn zondeval riep Adam een vervloeking af over al zijn nakomelingen. Hij sleepte de hele wereld mee in zijn val.
Ieder mens moet beseffen dat zijn daden gevolgen hebben voor de hele mensheid, zowel ten goede als ten slechte.
אדם כי יקריב מכם קרבן לה’ מן הבהמה מן הבקר ומן הצאן
Adam kie jakriev mikem…min habehema min habakar oemin hatson…
Wanneer een mens een offer brengt van jullie, van
- het vee,
- van het rund en
- van het kleinvee.
Waar het om gaat is wat het ons doet
Bij de offers staat: ‘mikem‘ – van jullie: adam kie jakriev mikem – wanneer een mens een offer brengt van jullie. Eigenlijk had er moeten staan: ‘adam mikem kie jakriev’ – wanneer een mens van jullie een offer brengt.
Deze semantische verandering duidt erop, dat het offer uit onszelf moet komen.
Het offer is wel een object maar waar het om gaat is wat het ons doet, wat wij van onszelf dichter bij G’d brengen.
Korban, offer betekent doen naderen (tot het G’ddelijke).
‘Behema’
Het kan een ‘behema’ – vee zijn, hetgeen op ons niveau van puur survival duidt. Vee is de hele dag aan het eten en herkauwen. Overleven staat centraal.
Bij ons mensen gaat het niet alleen om het lichamelijke aspect. We offeren en verheffen het dierlijke. Bij ons staat juist het spirituele groeien centraal.
‘Bakar’
‘Bakar’ – een rund – komt van het woord boker, ochtend, het doorbreken van de zonnestralen. Het duidt op het doorbreken van allerlei grenzen.
In onze verbondenheid met G’d weten we ook dit dierlijk aspect te verheffen in het besef, dat alles wat we doen en denken juist wel aan prachtige door G’d gegeven regels gebonden is.
Door die verbinding tillen we ook het dierlijke op een hoger plan en verbinden we het met het G’ddelijke in de wereld.
‘Tson’
‘Tson’ – kleinvee – duidt op onze kuddementaliteit.
Soms moeten we ook daartegen vechten.
Onze Aartsvaders durfden tegen alle conventies uit hun tijd op te boksen en hun eigen weg te gaan om G’d te benaderen.
